Polariteit van moleculen

25 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
elektronegatiever
het atoom met de grootste EN-waarde trekt een gemeenschappelijk elektronenpaar sterker aan
2
apolaire (atoom)binding
^EN = 0
3
polaire (atoom)binding
0 < ^EN < 1,7
4
ionbinding
1,7 = < ^EN
5
apolaire verbinding (bij apolaire binding)
geen verschuiving elektronenpaar - geen partiële ladingen / polen
6
apolaire verbinding (bij polaire binding)
2 of meer symmetrievlakken / -assen - resultante vector = nulvector (deelladingen heffen elkaar op) - landingscentra van de polen vallen samen
7
polaire verbinding
ladingscentra vallen niet samen
8
kenmerken water
polaire molecule, maar blijft elektrisch neutraal - dipoolmolecule - bindingshoek 104°
9
kenmerken pentaan
apolaire molecule - polaire binding
10
verklaring gedrag van water in de buurt van een elektrostatisch geladen staaf
water wordt aangetrokken tot de staaf: het heeft een positieve en een negatieve kant
11
intermoleculaire krachten bepalen
fysische eigenschappen van een stof
12
fysische eigenschappen
oppervlaktespanning, aggregatietoestand, kookpunt ...
13
dispersiekracht: sterk / zwak
zwak
14
dispersiekrachten nemen toe met
molecuulmassa van de stof: hoe groter de molecuulmassa, hoe hoger het smelt- en kookpunt van de stof
15
kenmerk apolaire stoffen
laag smelt- en kookpunt omdat er geen dipolen aanwezig zijn
16
dipoolkrachten: sterk / zwak + gevolg
sterk + moleculen worden sterker bij elkaar gehouden
17
kenmerk polaire stoffen
hoger smelt- en kookpunt dan apolaire stoffen met een vergelijkbare molecuulmassa
18
dipoolkrachten (welke polen trekken elkaar aan)
positieve pool van de ene molecule oriënteert zich naar de negatieve pool van de andere molecule en trekt deze aan
19
verklaring laag kookpunt van methaan
apolaire stof: zwakke dispersiekrachten
20
verklaring hoog kookpunt van water
grote elektronegatieve verschil tussen de gebonden atomen binnen de watermolecule
21
waar treffen we H-bruggen aan
bij kleine, sterke elektronegatieve elementen die verbonden zijn met het element waterstof
22
grote oppervlaktespanning (oorzaak)
onderlinge aantrekkingskracht tussen watermoleculen
23
oppervlaktespanning (gevolg)
hierdoor ontstaat er een vlies op het wateroppervlak waardoor verschillende kleine organismen kunnen leven op het water
24
oplosgedrag van stoffen: polaire stof
polair oplosmiddel
25
apolaire stoffen lossen niet op in water
geen deelladingen: kan zich niet tussen de clusters wringen
Study all 25 cards for free