1elektronegatiever
het atoom met de grootste EN-waarde trekt een gemeenschappelijk elektronenpaar sterker aan
2apolaire (atoom)binding
^EN = 0
3polaire (atoom)binding
0 < ^EN < 1,7
5apolaire verbinding (bij apolaire binding)
geen verschuiving elektronenpaar - geen partiële ladingen / polen
6apolaire verbinding (bij polaire binding)
2 of meer symmetrievlakken / -assen - resultante vector = nulvector (deelladingen heffen elkaar op) - landingscentra van de polen vallen samen
7polaire verbinding
ladingscentra vallen niet samen
8kenmerken water
polaire molecule, maar blijft elektrisch neutraal - dipoolmolecule - bindingshoek 104°
9kenmerken pentaan
apolaire molecule - polaire binding
10verklaring gedrag van water in de buurt van een elektrostatisch geladen staaf
water wordt aangetrokken tot de staaf: het heeft een positieve en een negatieve kant
11intermoleculaire krachten bepalen
fysische eigenschappen van een stof
12fysische eigenschappen
oppervlaktespanning, aggregatietoestand, kookpunt ...
13dispersiekracht: sterk / zwak
zwak
14dispersiekrachten nemen toe met
molecuulmassa van de stof: hoe groter de molecuulmassa, hoe hoger het smelt- en kookpunt van de stof
15kenmerk apolaire stoffen
laag smelt- en kookpunt omdat er geen dipolen aanwezig zijn
16dipoolkrachten: sterk / zwak + gevolg
sterk + moleculen worden sterker bij elkaar gehouden
17kenmerk polaire stoffen
hoger smelt- en kookpunt dan apolaire stoffen met een vergelijkbare molecuulmassa
18dipoolkrachten (welke polen trekken elkaar aan)
positieve pool van de ene molecule oriënteert zich naar de negatieve pool van de andere molecule en trekt deze aan
19verklaring laag kookpunt van methaan
apolaire stof: zwakke dispersiekrachten
20verklaring hoog kookpunt van water
grote elektronegatieve verschil tussen de gebonden atomen binnen de watermolecule
21waar treffen we H-bruggen aan
bij kleine, sterke elektronegatieve elementen die verbonden zijn met het element waterstof
22grote oppervlaktespanning (oorzaak)
onderlinge aantrekkingskracht tussen watermoleculen
23oppervlaktespanning (gevolg)
hierdoor ontstaat er een vlies op het wateroppervlak waardoor verschillende kleine organismen kunnen leven op het water
24oplosgedrag van stoffen: polaire stof
polair oplosmiddel
25apolaire stoffen lossen niet op in water
geen deelladingen: kan zich niet tussen de clusters wringen