H3 Prijsbeleid marketing en communicatie

32 flashcardsby DemiB
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
Backward pricing
Prijsbeleid waarbij je op basis van de consumentenprijs je eigen winstmarge bepaalt, zodat je een product met voldoende winst kunt verkopen.
2
Cost plus pricing
Vaststellen van verkoopprijzen op basis van alle kosten inclusief de gewenste winst- en andere opslagpercentages.
3
Functionele korting
Korting of extra marge voor de (tussen)handel met het doel hem bepaalde distributiefuncties beter te laten vervullen.
4
Inkomenselasticiteit
Procentuele verandering van de vraag naar een product als gevolg van de procentuele verandering van het inkomen.
5
Innovatie
Ontwikkeling van een nieuw product.
6
Kruiselasticiteit
Procentuele (relatieve) verandering van de gevraagde hoeveelheid van een bepaald product in relatie tot de procentuele (relatieve) verandering van de prijs van een ander product.
7
Kostengeoriënteerde prijsstelling
Methode van prijszetting die gebaseerd is op de kostprijs (integrale benadering) of de variabele kosten (differentiële benadering).
8
Me-too pricing
Prijsbeleid gebaseerd op de prijs van de concurrent.
9
Non-price competition
Strijd om de gunst van de klant met andere zaken dan de prijs. Een ander woord hiervoor is premium pricing.
10
Penetratieprijsstrategie
Gecombineerde introductie- en prijsstrategie in een bepaalde markt, waarbij de prijs voor een product eerst zeer laag en in een latere fase langzaam hoger wordt gesteld.
11
Pioneer pricing
Het vaststellen van een prijs voor een nieuw product.
12
Prestatiekorting
Functionele korting die door een producent aan de afnemer wordt verleend als de distribuant voldoet aan bepaalde eisen van deze aanbieder met betrekking tot ondersteuning van zijn product of merk.
13
Prijs
Ruilwaarde van een goed of dienst uitgedrukt in een rekeneenheid (meestal in geld). De prijs kan worden beschouwd als opbrengstdrager en als element in de marketingmix.
14
Prijsacceptatie
Mate waarin afnemers een prijs als redelijk ervaren.
15
Prijsdifferentiatie
Het vragen van verschillende prijzen voor verschillende producten, gebaseerd op verschillen in kosten en producteigenschappen.
16
Prijsdiscriminatie
Het vragen van verschillende prijzen voor hetzelfde product aan verschillende groepen afnemers.
17
Prijsdrempel
Prijsniveau waaronder of waarboven een relatief grote verandering in de omvang van de vraag optreedt.
18
Prijselasticiteit
Relatieve verandering van de gevraagde hoeveelheid van een product als gevolg van een relatieve prijsverandering. Prijsgevoeligheid is een ander woord hiervoor.
19
Prijsleider
Concurrent die de prijzen bepaalt voor een product of dienst op de markt.
20
Put-out pricing
Prijsbeleid dat op de concurrentie gericht is, waarbij een (kapitaalkrachtige) marktleider zijn prijs tijdelijk sterk verlaagt om kleinere concurrenten uit de markt te werken.
21
Stay-out pricing
Prijsbeleid dat op de concurrentie gericht is, waarbij de al op de markt aanwezige bedrijven de prijs tijdelijk zo laag zetten, dat het voor nieuwe concurrenten niet lucratief is de markt te betreden.
22
Target pricing
Methode van prijsstelling waarbij je het rendement dat je wilt behalen op het geïnvesteerde vermogen als uitgangspunt neemt bij het bepalen van de opslag.
23
USP (Unique Selling Proposition)
Verkoopargument dat andere aanbieders niet hebben.
24
Verdienmodel
Manier waarop een organisatie geld verdient. Ook wel business model genoemd.
25
Elasticiteit
Veranderingen in grootheden, waarbij de ene verandering de oorzaak is en de andere verandering het gevolg.
26
Elastische vraag
De vraag reageert sterk op de prijs.
27
Inelastische vraag
De vraag reageert niet of nauwelijks op de prijs.
28
Psychologische prijzen
Je krijgt hierbij te maken met een lastig definieerbeer gevoel, je speelt met de prijs op een manier waardoor de klant het gevoel krijgt dat hij voordelig uit is.
29
Snob pricing
Mensen zijn bereid flink te betalen voor een product met het juiste logo, de juiste uitstraling of hipheid.
30
Veblen goederen
Producten waarnaar de vraag stijgt als de prijs stijgt.
31
Afroomprijsstrategie
Je begint met een hoge prijs en volgt de reactie van de markt. Als de verkoop daalt, verlaag je de prijs een beetje en komen er nieuwe groepen kopers. Dit herhaal je tot je alle mogelijke doelgroepen bediend hebt.
32
Pioneer
De eerste aanbieder van een nieuw product.
Study all 32 cards for free