1Theorie (4)
Een samenhangend en coherent geheel
van verklaringen over de wereld
dat uitvoering onderzocht is
en empirische ondersteuning geniet
2Hypothese
Veronderstelling, idee waarvan nog bewezen moet worden dat het juist is
3Voorspelling
Een specifieke verwachting van wat er zal gebeuren.
4Empirische waarneming
Het verzamelen van gegevens door observatie of experiment.
5Empirische cyclus
Voortdurende wisselwerking tussen waarneming en theorievorming

6Wetenschapsfilosofie
Tak van de filosofie die zich bezighoudt met wetenschap
7Falsifieerbaarheid
De mogelijkheid om een theorie te testen en te weerleggen.
8Probleem verificatiemethode
Te streng en in de praktijk niet haalbaar
9Progressief
Een wetenschappelijke theorie of methode die nieuwe kennis en inzichten oplevert.
10Degeneratief
Een wetenschappelijke theorie of methode die geen vooruitgang boekt en weinig nieuwe kennis oplevert.
11Paradigma (4)
Een netwerk
van theorieën, methoden en strategieën
om problemen op te lossen
(binnen een gegeven wetenschappelijke discipline)
12Periode waarin iedereen binnen hetzelfde paradigma werkt =
Normale wetenschap
13Anomalie
Een onregelmatigheid (waarneming) die niet past binnen het heersende paradigma of de bestaande theorieën.
14Randvoorwaarden
De externe factoren of beperkingen waarmee een wetenschappelijke theorie rekening moet houden.
15Onderdetermineren
Het probleem dat gegevens niet voldoende zijn om één enkele theorie te bewijzen of te kiezen.
16Pseudowetenschap
Een overtuiging of methode die zich voordoet als wetenschappelijk, maar niet voldoet aan wetenschappelijke standaarden.
17Demarcatieprobleem
De vraag hoe we wetenschap kunnen onderscheiden van pseudowetenschap.
18Kernwaarden (6)
De fundamentele principes die wetenschap sturen zoals eerlijkheid, openstaan voor kritiek, respect voor de waarheid, helder en geen dubbelzinnig taalgebruik, wantrouwen en open publieke discussie.
19Periode waarin anomalieën zich opstapelen en een paradigma ter discussie wordt gesteld =
Wetenschappelijke revolutie
20Onderzoeks-programma’s
Combinatie van een onderliggende theorie met een aantal aanvullende hypotheses noemt Lakatos onderzoeks-programma’s.
21Harde kern
(Eén) Onderliggende theorie
22Er zijn X en Y nodig om een hypothese ‘in contact’ te brengen met de realiteit. Ze zitten vervat in een wetenschappelijke paradigma, samen met methodologische en metafysische aannames.
Randvoorwaarden en begincondities
23X zijn altijd theorie gebonden. Je kunt niet volstrekt objectief X.
Waarnemingen / waarnemen
24Normatieve component
Voorschrijven hoe wetenschap behoort te zijn
25Descriptieve component
Beschrijven hoe wetenschap functioneert
26Reductie / reductionisme
Het verklaren van verschijnselen op een hoger niveau door te verwijzen naar onderliggende structuren en processen.
27Unificatie / één maken
Veel verschijnselen verklaren met één theorie (of enkele eenvoudige principes)