Gedrag

51 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
hormonen
sturen spieren en klieren aan
2
organisme detecteert een prikkel (gevolg)
reactie
3
gedrag van een organisme
alle waarneembare acties / reacties van dat organisme op de omgeving en op interne prikkels
4
actief gedrag
aanvallen van concurrenten
5
passief gedrag
kleurcamouflage als verdedigingsstrategie
6
gedrag ontstaat door
samenspel van hormonen en zenuwimpulsen - omgeving + genetisch materiaal van het organisme
7
genetisch materiaal
DNA
8
aangeboren gedrag (synoniem)
nature
9
aangeleerd gedrag (synoniem)
nurture
10
aangeboren gedrag
spontaan gedrag dat optreed zonder dat er actief over wordt nagedacht en dat aanwezig is vanaf de geboorte (maar nog niet per se tot uiting komt
11
aangeleerd gedrag
gedrag geleerd van soortgenoten of uit ervaring
12
gedrag onstaat als een
prikkel die van buiten / binnenin het lichaam kan komen
13
prikkel (synoniem)
motivatie
14
sleutelprikkel
prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het veroorzaken van gedrag
15
sleutelprikkel: kenmerken
ontvanger kan deze prikkel niet negeren - zorgt voor een vaste reactie
16
ritueel
vaste opeenvolging van gedragingen in een specifieke situatie
17
baltsgedrag
aangeboren ritueel dat dient om een partner ervan te overtuigen te paren en zich voort te planten
18
doel van aangeboren gedrag
overlevingskansen van een soort te vergroten
19
2 soorten aangeboren gedrag
instinct - reflex
20
instinct
voorgeprogrammeerde reactie op bepaalde sleutelprikkels - komt vanaf de geboorte tot uiting en wordt via erfelijk materiaal doorgegeven
21
vast actiepatroon (synoniem)
fixed action pattern
22
vast actiepatroon-gedrag
stereotiep en niet flexibel; het wordt automatisch en volledig uitgevoerd zodra het wordt geactiveerd
23
vast actiepatroon (synoniem)
ritueel
24
reflex
automatisch, vrijwillige reactie op een bepaalde prikkel - vanaf de geboorte aanwezig
25
reflex (zijn wat?)
vaste gedragingen die vaak behoren tot het basisrepertoire van voeden, voortplanten en beschermen
26
associatief leren
leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel
27
2 soorten associatief leren
klassiek conditioneren - operant conditioneren
28
Ivan Pavlov
Russische fysioloog die het proces van het klassieke conditionering onderzocht
29
klassiek conditioneren
een organisme reageert met een reflex op een geconditioneerde prikkel nadat dit organisme de neutrale prikkel leerde in verband brengen met een ongeconditioneerde prikkel
30
onvoorwaardelijke prikkel (OP)
prikkel die automatisch een reactie uitlokt, zonder dat je dat hoeft te leren
31
onvoorwaardelijke reactie (OR)
automatische, aangeboren reactie op een onvoorwaardelijke prikkel
32
neutrale prikkel (NP)
prikkel die op zichzelf geen reactie uitlokt
33
voorwaardelijke prikkel (VP)
neutrale prikkel, nadat die herhaaldelijk samen met de onvoorwaardelijke prikkel is aangeboden
34
voorwaardelijke prikkel (synoniem)
geconditioneerde prikkel
35
voorwaardelijke reactie (VR)
aangeleerde reactie op de voorwaardelijke prikkel
36
voorwaardelijk reactie (synoniem)
geconditioneerde reactie
37
toepassing klassieke conditionering bij mensen
reclame - angstconditionering
38
reclame (klassieke conditionering)
een merk (NP) wordt herhaaldelijk gekoppeld aan iets positiefs -> je voelt je goed bij het merk
39
angstconditionering
je hoort telkens een hard geluid (OP) als je een witte rat ziet (NP) -> later wordt de witte rat zelf al angstwekken (VP -> VR)
40
Burrhus F. Skinner
onderzocht het operant conditioneren adhv een Skinner-box
41
Skinner-box
doos met hendels, lichtjes, luidsprekers, voedseldispenser en een geleidende roostervloer
42
operant conditioneren
onnatuurlijk gedrag aanleren door beloning en straf
43
operant conditioneren: gevolg = beloning
gedrag komt meer voor
44
operant conditioneren: gevolg = straf
frequentie van het gedrag neemt af
45
vormen van niet-associatief leren
gewenning - inprenting - imitatie - leren door inzicht - trial-and-error
46
gewenning
afleren van reacties op bepaalde prikkels uit de omgeving
47
inprenting
leerervaring die plaatsvind in de eerste levensfase, het gedrag kan daarna niet meer verandert worden
48
eerste levensfase (duur)
< 4 maanden
49
imitatie
leren door het gedrag van soortgenoten na te bootsen
50
leren door inzicht
eerder opgedane ervaring toepassen in een andere situatie
51
trial-and-error
behouden wat goed is en verwerpen wat minder goed is - dit leidt uiteindelijk tot een nieuw gedragspatroon
Study all 51 cards for free