1hormonen
sturen spieren en klieren aan
2organisme detecteert een prikkel (gevolg)
reactie
3gedrag van een organisme
alle waarneembare acties / reacties van dat organisme op de omgeving en op interne prikkels
4actief gedrag
aanvallen van concurrenten
5passief gedrag
kleurcamouflage als verdedigingsstrategie
6gedrag ontstaat door
samenspel van hormonen en zenuwimpulsen - omgeving + genetisch materiaal van het organisme
8aangeboren gedrag (synoniem)
nature
9aangeleerd gedrag (synoniem)
nurture
10aangeboren gedrag
spontaan gedrag dat optreed zonder dat er actief over wordt nagedacht en dat aanwezig is vanaf de geboorte (maar nog niet per se tot uiting komt
11aangeleerd gedrag
gedrag geleerd van soortgenoten of uit ervaring
12gedrag onstaat als een
prikkel die van buiten / binnenin het lichaam kan komen
13prikkel (synoniem)
motivatie
14sleutelprikkel
prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het veroorzaken van gedrag
15sleutelprikkel: kenmerken
ontvanger kan deze prikkel niet negeren - zorgt voor een vaste reactie
16ritueel
vaste opeenvolging van gedragingen in een specifieke situatie
17baltsgedrag
aangeboren ritueel dat dient om een partner ervan te overtuigen te paren en zich voort te planten
18doel van aangeboren gedrag
overlevingskansen van een soort te vergroten
192 soorten aangeboren gedrag
instinct - reflex
20instinct
voorgeprogrammeerde reactie op bepaalde sleutelprikkels - komt vanaf de geboorte tot uiting en wordt via erfelijk materiaal doorgegeven
21vast actiepatroon (synoniem)
fixed action pattern
22vast actiepatroon-gedrag
stereotiep en niet flexibel; het wordt automatisch en volledig uitgevoerd zodra het wordt geactiveerd
23vast actiepatroon (synoniem)
ritueel
24reflex
automatisch, vrijwillige reactie op een bepaalde prikkel - vanaf de geboorte aanwezig
25reflex (zijn wat?)
vaste gedragingen die vaak behoren tot het basisrepertoire van voeden, voortplanten en beschermen
26associatief leren
leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel
272 soorten associatief leren
klassiek conditioneren - operant conditioneren
28Ivan Pavlov
Russische fysioloog die het proces van het klassieke conditionering onderzocht
29klassiek conditioneren
een organisme reageert met een reflex op een geconditioneerde prikkel nadat dit organisme de neutrale prikkel leerde in verband brengen met een ongeconditioneerde prikkel
30onvoorwaardelijke prikkel (OP)
prikkel die automatisch een reactie uitlokt, zonder dat je dat hoeft te leren
31onvoorwaardelijke reactie (OR)
automatische, aangeboren reactie op een onvoorwaardelijke prikkel
32neutrale prikkel (NP)
prikkel die op zichzelf geen reactie uitlokt
33voorwaardelijke prikkel (VP)
neutrale prikkel, nadat die herhaaldelijk samen met de onvoorwaardelijke prikkel is aangeboden
34voorwaardelijke prikkel (synoniem)
geconditioneerde prikkel
35voorwaardelijke reactie (VR)
aangeleerde reactie op de voorwaardelijke prikkel
36voorwaardelijk reactie (synoniem)
geconditioneerde reactie
37toepassing klassieke conditionering bij mensen
reclame - angstconditionering
38reclame (klassieke conditionering)
een merk (NP) wordt herhaaldelijk gekoppeld aan iets positiefs -> je voelt je goed bij het merk
39angstconditionering
je hoort telkens een hard geluid (OP) als je een witte rat ziet (NP) -> later wordt de witte rat zelf al angstwekken (VP -> VR)
40Burrhus F. Skinner
onderzocht het operant conditioneren adhv een Skinner-box
41Skinner-box
doos met hendels, lichtjes, luidsprekers, voedseldispenser en een geleidende roostervloer
42operant conditioneren
onnatuurlijk gedrag aanleren door beloning en straf
43operant conditioneren: gevolg = beloning
gedrag komt meer voor
44operant conditioneren: gevolg = straf
frequentie van het gedrag neemt af
45vormen van niet-associatief leren
gewenning - inprenting - imitatie - leren door inzicht - trial-and-error
46gewenning
afleren van reacties op bepaalde prikkels uit de omgeving
47inprenting
leerervaring die plaatsvind in de eerste levensfase, het gedrag kan daarna niet meer verandert worden
48eerste levensfase (duur)
< 4 maanden
49imitatie
leren door het gedrag van soortgenoten na te bootsen
50leren door inzicht
eerder opgedane ervaring toepassen in een andere situatie
51trial-and-error
behouden wat goed is en verwerpen wat minder goed is - dit leidt uiteindelijk tot een nieuw gedragspatroon