1inhoudslaag
wat er letterlijk wordt gezegd
2relatielaag
hoe doe boodschap bedoeld is
3zender
persoon of instantie die de informatie verstuurt
4boodschap
de feitelijke inhoud, gedachte of emotie due wordt gedeeld
5medium
kanaal / middel waarmee de boodschap reist
6ontvanger
persoon of groep die de boodschap ontvangt en interpreteert
7feedback
reactie van de ontvanger
8action / transmission model
zender -> boodschap -> ontvanger
9action / transmission model: communicatie is geslaagd als ...
de boodschap is verstuurd en ontvangen
10geschikt voor: massacommunicatie, media-analyse en propagande (wetenschapper)
Lasswell
11geschikt voor: digitale systemen, signaaloverdracht (wetenschapper)
Shannon & Weaver
12action / transmission model ( soort model)
lineair
13kenmerk model Shannon & Weaver
introduceerden het concept 'ruis'
14interaction model
zender -> boodschap -> ontvanger -> feedback -> zender
15interaction model (soort model)
circulair
16geschikt voor: interactieve massacommunicatie (wetenschapper)
DeFleur
17geschikt voor: interpersoonlijke / interculturele communicatie met gedeelde betekenis en interpretatie (wetenschapper)
Schramm
18kenmerk model Schramm
Field of Experience / context bepaalt de manier waarop de boodschap wordt geïnterpreteerd
19transactional model
communiceerder 1 <-> boodschap / feedback <-> communiceerder 2
20kenmerk transactional model
je bent zowel zender als ontvanger
21James Carey: ritual model -> communicatie is een ...
weergave van de werkelijkheid - presentatie voor die werkelijkheid
22James Carey: ritual model -> werking
iemand doet iets -> anderen zien dit en doen deze persoon na / volgen dit voorbeeld
23Stuart Hall: encoding / decoding model -> visie van Hall ...
betekenis ligt niet vast in de wereld - representatie produceert betekenis - encoding / decoding van macht
24Stuart Hall: encoding / decoding model -> werking
dingen hebben geen vaste betekenis -> door iets op een bepaalde manier voor te stellen (op bv. sociale media) geven we een betekenis aan dingen -> niet iedereen gaat hier altijd mee akkoord
25encoding
productie van betekenis
26decoding
interpretatie van de betekenis
27verbale communicatie
overbrengen van een boodschap door middel van woorden
28non-verbale communicatie
overbrengen van een boodschap zonder woorden (bv. door lichaamstaal, gebaren, oogcontact ...)
29schriftelijke communicatie
informatie die via geschreven of getypte berichten wordt overgedrachen
30visuele communicatie
overbrengen van informatie met behulp van visuele elementen (bv. kleuren, symbolen, afbeeldingen ...)
31formele communicatie
uitwisseling van informatie die is vastgelegd, zorgvuldig geformuleerd en gericht is op het bereiken van specifieke doelen of resultaten
32informele communicatie
spontane, niet-officiële uitwisseling van informatie tussen personen
33interpersoonlijke communicatie
uitwisseling van informatie tussen 2 of meer personen
34intrapersoonlijke communicatie
communicatie die een persoon met zichzelf voert
35groepscommunicatie
communicatie binnen een groep van personen
36sociale communicatie
manier waarop mensen communicatie gebruiken om elkaar om te begrijpen (bv. small talk, complimenten geven ...)
37mediacommunicatie
inzetten van traditionele / digitale middelen om informatie over te brengen naar een doelgroep (bv. nieuwsuitzendingen, social media posts, muziekvideo's ...)
38externe ruis
verstoringen door factoren buiten de personen om (bv. voorbijrijdende motor, slechte wifi-verbinding, haperend scherm ...)
39interne ruis
verstoringen die zich binnenin de zender of ontvanger afspelen (bv. extreme vermoeidheid, hoofdpijn, sterke vooroordelen, emoties ...)
40mediawijsheid
geheel van kennis, vaardigheden en attitudes waarmee burgers zich bewust en kritisch kunnen bewegen in een complexe, veranderende en gemediatiseerde wereld
41mediawijsheid = omgaan met
kansen en risico's
42kansen dankzij media
geld verdienen, stemmen winnen, informatie verkrijgen ...
43risico's van media
hackers: persoonlijke gegevens worden gestolen, cyberpesten, fake news ...
44interageren
uitwisselen van meningen, gevoelens en boodschappen
45verweren
opkomen voor jezelf, je overtuigingen en anderen
46digitale uitsluiting
vaak door een gebrek aan digitale vaardigheden, niet kunnen deelnemen aan de digitale wereld
47media
alle communicatiemiddelen die gebruikt worden om informatie, berichten of entertainment over te brengen naar een publiek
48printmedia
alle gedrukte communicatiemiddelen (bv. kranten, tijdschriften, boeken ...)
49broadcast media
radio en televisie, waarbij content via kabel of door de lucht wordt uitgezonden
50online media
digitale communicatiekanalen (bv. websites, sociale media, e-mails, apps ...)
51opslagmedia
media die informatie bewaren voor toekomstig gebruikt
52analoge opslagmedia
cassettes, lp's, boeken ...
53digitale opslagmedia
USB-stick, DVD, Cloudopslag
54digitale opslagmedia: onderscheid tussen
permanente opslag en herschrijfbare opslag
55broadcast versus narrowcasting
breed publiek - specifieke doelgroepen op bepaalde locaties
56'The medium is the message'
het medium waarmee de boodschap is verstuurd heeft een grote impact op de ontvanger - de manier waarop de inhoud van een boodschap is verstuurd is belangrijker dan de inhoud zelf
57van een auditieve naar een visuele cultuur
schrift
58dag- en nachtdiensten, kunstmatige dagindeling, punctualiteit, specifiek begin- en eindpunt
mechanische klok
59individueel lezen, verspreiding van ideologieën
boekdrukkunst
60ontstaan van wereldwijde nieuwsnetwerken, ontkoppeling tussen communicatie en transport (transport = sneller)
telegraaf
61gelijktijdige, auditieve ervaring; massacommunicatie
radio
62global village, de wereld in je huiskamer, mens evolueert naar een toeschouwer
televisie
63passieve mediaconsument wordt een actieve verwerker, opslag voor verschillende zaken
personal computer
64permanente bereikbaarheid, vervanging van grenzen tussen werk en privé, flexibele afspraken
gsm
65digitale wereld in je broekzak, nooit meer offline, altijd en overal toegang tot informatie
smartphone
66geautomatiseerde vorm van menselijk denken
generatieve AI