Module 2: Warmte

35 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
-273°C
deeltjes bewegen niet, staan stil
2
0°C
deeltjes bewegen heel traag
3
100°C
deeltjes bewegen snel
4
warmte (van ... naar ...)
hoge temp. -> lage temp.
5
vaste stof
heeft een eigen massa, volume en vorm
6
vaste stof: deeltjesmodel
deeltjes trillen ter plaatse
7
vaste stof: toename temp.
trillen heftiger - ruimte tussen atomen = groter - vaste positie
8
vloeistof
heeft een eigen massa en volume, maar geen eigen vorm
9
vloeistof: deeltjesmodel
deeltjes rollen over elkaar
10
vloeistof: toename temp.
vloeistof zet uit = volume stijgt - atomen gaan verder uit elkaar
11
gas
heeft een eigen massa, maar geen eigen volume en vorm
12
gas: volume en vorm
neemt het volume en de vorm van het recipiënt aan
13
gas: deeltjesmodel
deeltjes bewegen (vliegen) vrij door elkaar
14
gas: toename temp.
sneller bewegen: aantal botsingen neemt toe
15
gas: gevolg botsing
verandering van richting, zin en/of snelheid
16
inwendige kinetische energie
beweging van de deeltjes komt overeen met de absolute temp.
17
inwendige potentiële energie
afstand van de deeltjes tov elkaar
18
kenmerken soortelijke warmtecapaciteit
c vloeistof > c vaste stof
19
uitzondering kenmerken c
kwik (Hg) = vloeibaar metaal
20
soortelijke warmtecapaciteit: c vloeistof > c vaste stof - gevolg
zee is altijd kouder dan zand
21
ontstaan zee- en landwind: dag
temp. strand > temp. zee - wind komt van de zee
22
ontstaan zee- en landwind: nacht
temp. strand < temp. zee - wind gaat weg van het strand (in de zee)
23
desublimeren (van waterdamp naar ijs)
verrijpen
24
smelten - stollen : warmte ...
toevoegen - onttrekken
25
sublimeren - desublimeren : warmte ...
toevoegen - onttrekken
26
condenseren - verdampen : warmte ...
onttrekken - toevoegen
27
zuivere stof: smelt- en stolpunt
zijn gelijk
28
smelt- / stolpunt
temp. blijft constant - stof komt tegelijk in de vloeibare en vaste fase voor
29
verdampen bevorderen
opwarmen - blazen - groter verdampingsoppervlak
30
kookpunt
temp. blijft constant - stof komt tegelijk in de vloeibare en gasvormige fase voor
31
sublimatiepunt
temp. blijft constant - stof komt tegelijk in gasvormige en vaste fase voor
32
boven kritisch punt
permanent gas
33
smeltpunt van ijs laten dalen door - (proef van)
druk te verhogen - Tyndall
34
door H-bruggen in water (volume)
V water < V ijs - water zet uit bij bevriezen
35
door H-bruggen in water (dichtheid)
rho ijs < rho water - ijs drijft op water
Study all 35 cards for free