1gisten: domein - rijk
eukaryoten - schimmels
2celwand van gisten bestaat uit
chitine
3kenmerken gisten
eencellig - geen bladgroenkorrels - wel celwand - heterotroof
4gisten voeden zich met
afval / levend materiaal van de gastheer waarmee ze in parasitaire / mutualische symbiose leven
5parasitaire symbiose
+ / -
6mutualische symbiose
+ / +
7voeding gist als er geen opgeloste stoffen zijn
gist laat enzymen los om organisch materiaal eerst uitwendig te verteren
8voortplanting gisten
knopvorming - 2 gistcellen versmelten met elkaar
9knopvorming: 1
DNA van de gistcel wordt gekopieerd
10knopvorming: 2
gistcel stulpt uit en 1 kopie van het DNA schuift daarin
11knopvorming: 3
knop wordt groter
12knopvorming: 4
knop snoert af
13kenmerk knopvorming
aseksuele voortplanting - dochetrcellen zijn identiek
14geslachtelijke voortplanting van gistcellen op het moment dat
de omgevingstoestanden ongunstig zijn
15ideale omgeving Candida albicans
warme, vochtige omgeving
16voorkomen Candida albicans
op de huid, in huidplooien, op de slijmvliezen zoals in de mond, slokdarm ...
17gist bij gunstige omstandighedengisten
deelt zich - blijft in leven door celademhaling
18gist bij ongunstige omstandigheden (laag zuurstofgehalte)
fermentatie - anaerobe celademhaling
19eencellige schimmels = nuttig
geneeskunde - productie van voeding - industrie
20eencellige schimmels: geneeskunde
productie insuline - bestrijding diabetes
21eencellige schimmels: productie van voeding
brood, wijn, cake ... - productie van suiker- en eiwitvervangers
22eencellige schimmels: industrie
biobrandstof
23eencellige schimmels = schadelijk
bederven van voedsel - gezondheid - zwarte schimmel
24eencellige schimmels: bederven van voedsel
door schimmeldraden -> mycelium
25eencellige schimmels: gezondheid
spruw(= mondschimmel; op de tong) - vaginale schimmel - huidinfecties in plooien
26eencellige schimmels: zwarte schimmel
verspreid door sporen -> tegengaan door te verluchten