1verandering sein - haben
sein: gefahren - begegnet + haben: angefangen / begonnen - geendet - geheiratet - ausgehört / gehalten - vergessen - verloren - gefallen - zugenommen / abgenommen
2Schwache Verben: algemeen
ge + Stamm + t
3Schwache Verben: stam op d/t of m/n
ge + Stamm + et
4Schwache Verben: op -ieren of met voorvoegsel
Stamm + (e)t (= geen ge)
5Schwache Verben: scheidbare werkwoorden
1e deel + ge + 2e deel + t
6Starke Verben: algemeen
ge + ... + en
7Starke Verben: met voorzetsel
... + en (= geen ge)
8Starke Verben: scheidbare werkwoorden
1e deel + ge + 2e deel + en