1belangrijkste spellingsprincipe in het Nederlands
fonetische spelling
2fonetisch
je schrijft wat je hoort
33 uitzonderingen op het fonetische spellingsprincipe
gelijkvormigheid, gelijksoortigheid / analogie, etymologie
4gelijkvormigheid
woorden en woorddelen worden zoveel mogelijk op dezelfde manier gespeld
5gelijkvormigheid (voorbeeld)
hand - handen; heb - hebben
6gelijksoortigheid (synoniem)
analogie
7gelijksoortigheid / analogie
woorden die tot eenzelfde soort behoren, volgen zoveel mogelijk dezelfde regels
8gelijksoortig / analogie (voorbeelden)
zij loopt, zij rent dus zij wordt; fietsster; Belgen; breedte
9etymologie principe (2 vormen)
historische spelling, donorprincipe
10etymologie
studie naar de herkomst van woorden
11historische spelling
woorden worden anders gespeld door hun herkomst
12historische spelling (voorbeeld)
thuis en niet 'tuis'
13donorprincipe
woorden die we lenen uit een andere taal (vreemde woorden) worden gespeld zoals in de donortaal
14donorprincipe (voorbeeld)
computer, überhaupt ...