1energie elektron (in een elektronenwolk)
potentiële + kinetische
2grondtoestand
meest stabiele situatie waarin een elektron zich op het laagst mogelijke energieniveau bevindt
3energieopname elektronen
verhit door een vlam - elektrische energie wordt toegevoegd
4aangeslagen toestand
onstabiele situatie waarin een elektron door het opnemen van energie op een hoger energieniveau zit dan in zijn grondtoestand
5regel van de minimale energie
elektronen streven naar een zo laag mogelijke energie-inhoud
6energieafgave van elektronen
uitzenden van een foton
7spectraallijn
lijn in een lijnenspectrum
8kenmerk spectraallijn
welbepaalde kleur, golflengte en energie-inhoud
9verfijnde spectraalanalyse
brede spectraallijnen zijn samengesteld uit zeer dicht bij elkaar gelegen 'smalle' lijntjes
10kritiek op het Bohr-model: 1
rond een bewegende lading ontstaat een elektromagnetisch veld: vergt energie -> elektronen zouden moeten vertragen, dichterbij de kern komen en tenslotte met de kern versmelten: maar dat is niet het geval
11kritiek op het Bohr-model: 2
model geldt alleen voor waterstof; niet voor andere atoomsoorten
12wit licht
samengesteld uit elektromagnetische golven met alle mogelijke golflengten die ons oog kan waarnemen
13ontstaan van een zichtbaar kleurenspectrum
m.b.v. een prisma worden de verschillende golflengten op een verschillende manier gebroken
14kenmerk lijnenspectrum
je krijgt niet alle kleuren te zien
15spectraalanalyse m.b.v. een
spectrometer
16spectrometer
meetinstrument waarmee je een spectrum kunt onderzoeken
17kenmerk emissispectra van atomen
uniek voor elk element ( = 'vingerafdruk' van het betreffende atoom)
18bepalen van een emissiespectrum: werkwijze
1. uitgezonden licht schijnt door de smalle spleet 2. lichtstraal gaat door een prisma 3. prisma buigt het licht af 4. losse kleuren komen terecht op een fotografische kaart
19vaststelling Sommerfeld
7 schillen / hoofdniveaus opsplitsen in een aantal subniveaus
20hoofdkwantumgetal (symbool , waarden)
n , 1-7
21subniveau (symbool)
s, p, d en f
22nevenkwantumgetal (symbool , waarden)
l , gehele waarde tussen 0 en n-1
23magnetisch kwantumgetal (symbool , waarden)
m , -l, ..., 0, ..., +l
24kenmerk magnetisch kwantumgetal
splits de nevenkwantumgetallen verder op in magnetische niveaus
25spinkwantumgetal (symbool , waarden)
ms , +1/2 en -1/2
26spinkwantumgetal: spin up (positieve spin)
spint tegenwijzerzin rond zijn eigen as
27spinkwantumgetal: spin down (negatieve spin)
spint wijzerzin rond zijn eigen as
28beweging van een elektron
baan rond de atoomkern + rond zijn eigen as
29tollende beweging van een elektron
wekt een magneetveldje op waardoor een magnetische kracht ontstaat op een andere bewegende elektron in de omgeving en omgekeerd
30doublet gevormd door
2 elektronen met een tegengestelde spin
31dualiteitsprincipe: golfkarakter gekenmerkt door
bepaalde golflengte en snelhied
32kenmerk onzekerheidbeginsel
niet mogelijk: plaats en snelheid kunnen niet gelijktijdig gekend zijn
33Schrödingervergelijking geeft info over
aantrefkans van een elektron
34stippendiagram
ontstaat door een groot aantal punten te berekenen via een Schrödingervergelijking en deze voor te stellen
35aantal stippen in een stippendiagram
maat voor de aantrefkans
36soorten orbitalen
s, p, d en f-orbitalen
37kenmerk s-orbitaal
aantrefkans is in alle richtingen even groot (bolvormig)
38kenmerk p-orbitaal: knooppunt van de halter
valt samen met de atoomkern
39aantal oriëntaties van een orbitaal orbitaal komt overeen met
aantal waarden van het magnetisch kwantumgetal
40verkorte elektronenconfiguratie
elektronenconfiguratie van de binneste schillen wordt vervangen door de configuratie van het overeenstemmende edelgas
41doel van inversie
een extra stabiele, halfvolle of volledig gevulde subniveau te vormen
42kenmerk valentie-elektronen
bepalen de chemische eigenschappen van een atoom
45nevenelementen
elementen die de overgang vormen tussen het s- en p-blok
46c-groepen
lanthaniden en actiniden
47kationen
positieve ionen
49inerte gassen
gassen die chemisch extreem onreactief zijn ( = edelgassen)