Hoofdstuk 1: Atoombouw

49 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
energie elektron (in een elektronenwolk)
potentiële + kinetische
2
grondtoestand
meest stabiele situatie waarin een elektron zich op het laagst mogelijke energieniveau bevindt
3
energieopname elektronen
verhit door een vlam - elektrische energie wordt toegevoegd
4
aangeslagen toestand
onstabiele situatie waarin een elektron door het opnemen van energie op een hoger energieniveau zit dan in zijn grondtoestand
5
regel van de minimale energie
elektronen streven naar een zo laag mogelijke energie-inhoud
6
energieafgave van elektronen
uitzenden van een foton
7
spectraallijn
lijn in een lijnenspectrum
8
kenmerk spectraallijn
welbepaalde kleur, golflengte en energie-inhoud
9
verfijnde spectraalanalyse
brede spectraallijnen zijn samengesteld uit zeer dicht bij elkaar gelegen 'smalle' lijntjes
10
kritiek op het Bohr-model: 1
rond een bewegende lading ontstaat een elektromagnetisch veld: vergt energie -> elektronen zouden moeten vertragen, dichterbij de kern komen en tenslotte met de kern versmelten: maar dat is niet het geval
11
kritiek op het Bohr-model: 2
model geldt alleen voor waterstof; niet voor andere atoomsoorten
12
wit licht
samengesteld uit elektromagnetische golven met alle mogelijke golflengten die ons oog kan waarnemen
13
ontstaan van een zichtbaar kleurenspectrum
m.b.v. een prisma worden de verschillende golflengten op een verschillende manier gebroken
14
kenmerk lijnenspectrum
je krijgt niet alle kleuren te zien
15
spectraalanalyse m.b.v. een
spectrometer
16
spectrometer
meetinstrument waarmee je een spectrum kunt onderzoeken
17
kenmerk emissispectra van atomen
uniek voor elk element ( = 'vingerafdruk' van het betreffende atoom)
18
bepalen van een emissiespectrum: werkwijze
1. uitgezonden licht schijnt door de smalle spleet 2. lichtstraal gaat door een prisma 3. prisma buigt het licht af 4. losse kleuren komen terecht op een fotografische kaart
19
vaststelling Sommerfeld
7 schillen / hoofdniveaus opsplitsen in een aantal subniveaus
20
hoofdkwantumgetal (symbool , waarden)
n , 1-7
21
subniveau (symbool)
s, p, d en f
22
nevenkwantumgetal (symbool , waarden)
l , gehele waarde tussen 0 en n-1
23
magnetisch kwantumgetal (symbool , waarden)
m , -l, ..., 0, ..., +l
24
kenmerk magnetisch kwantumgetal
splits de nevenkwantumgetallen verder op in magnetische niveaus
25
spinkwantumgetal (symbool , waarden)
ms , +1/2 en -1/2
26
spinkwantumgetal: spin up (positieve spin)
spint tegenwijzerzin rond zijn eigen as
27
spinkwantumgetal: spin down (negatieve spin)
spint wijzerzin rond zijn eigen as
28
beweging van een elektron
baan rond de atoomkern + rond zijn eigen as
29
tollende beweging van een elektron
wekt een magneetveldje op waardoor een magnetische kracht ontstaat op een andere bewegende elektron in de omgeving en omgekeerd
30
doublet gevormd door
2 elektronen met een tegengestelde spin
31
dualiteitsprincipe: golfkarakter gekenmerkt door
bepaalde golflengte en snelhied
32
kenmerk onzekerheidbeginsel
niet mogelijk: plaats en snelheid kunnen niet gelijktijdig gekend zijn
33
Schrödingervergelijking geeft info over
aantrefkans van een elektron
34
stippendiagram
ontstaat door een groot aantal punten te berekenen via een Schrödingervergelijking en deze voor te stellen
35
aantal stippen in een stippendiagram
maat voor de aantrefkans
36
soorten orbitalen
s, p, d en f-orbitalen
37
kenmerk s-orbitaal
aantrefkans is in alle richtingen even groot (bolvormig)
38
kenmerk p-orbitaal: knooppunt van de halter
valt samen met de atoomkern
39
aantal oriëntaties van een orbitaal orbitaal komt overeen met
aantal waarden van het magnetisch kwantumgetal
40
verkorte elektronenconfiguratie
elektronenconfiguratie van de binneste schillen wordt vervangen door de configuratie van het overeenstemmende edelgas
41
doel van inversie
een extra stabiele, halfvolle of volledig gevulde subniveau te vormen
42
kenmerk valentie-elektronen
bepalen de chemische eigenschappen van een atoom
43
a-groepen
hoofdgroepen
44
b-groepen
nevengroepen
45
nevenelementen
elementen die de overgang vormen tussen het s- en p-blok
46
c-groepen
lanthaniden en actiniden
47
kationen
positieve ionen
48
anionen
negatieve ionen
49
inerte gassen
gassen die chemisch extreem onreactief zijn ( = edelgassen)
Study all 49 cards for free