Griekse werkwoorden

79 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
ἀγγέλλειν
melden
2
ἄγειν
voeren; brengen
3
ᾄδειν
zingen; bezingen
4
αἰσθάνεσθαι
(be)merken; gewaarworden
5
αἰσχύνεσθαι
zich schamen
6
ἀκούειν
horen; luisteren naar (+gen.)
7
ἁλίσκεσθαι
gegrepen worden
8
ἁμαρτάνειν
missen; een fout begaan
9
ἀμείβεσθαι
antwoorden
10
ἀμύνειν
afweren; beschermen
11
ἀναγιγνώσκειν
herkennen; lezen
12
ἀναγκάζειν
dwingen
13
ἀναλίσκειν
gebruiken; opdoen
14
ἀνοίγειν
openen
15
ἀπέχειν
verwijderd zijn van (+ gen.)
16
(ἀπο)θνῄσκειν
sterven
17
άποκρίνεσθαι
antwoorden
18
(ἀπο)κτείνειν
doden
19
ἀποφαίνειν
onthullen
20
ἅπτειν
vastmaken
21
ἅπτεσθαι
zich vasthouden aan; aanraken
22
ἀρέσκειν
aanstaan; bevallen
23
ἄρχειν
heersen over (+gen.)
24
ἄρχεσθαι
beginnen
25
αὐξάνειν
doen groeien; vermeerderen
26
βαδίζειν
gaan
27
βαίνειν
gaan
28
βάλλειν
werpen; treffen
29
βασιλεύειν
heersen over; koning zijn over (+ gen.)
30
βλάπτειν
schaden
31
βλέπειν
kijken; zien
32
βούλεσθαι
willen
33
βουλεύειν
beraadslagen; besluiten
34
βουλεύεσθαι
overwegen; (bij zichzelf) besluiten
35
γίγνεσθαι
worden; ontstaan; gebeuren
36
γιγνώσκειν
leren kennen; begrijpen
37
γράφειν
schrijven
38
δαμάζειν
temmen
39
δείδειν
vrezen
40
δέχεσθαι
ontvangen
41
διαβάλλειν
belasteren
42
διαλέγεσθαι
een gesprek voeren met (+ dat.)
43
διατρίβειν
verbruiken; tijd doorbrengen
44
διαφέρειν
tot het einde verdragen; verschillen
45
(δια)φθείρειν
vernietigen; bederven
46
διδάσκειν
onderwijzen
47
δικάζειν
berechten; veroordelen
48
διώκειν
volgen
49
δύειν
aantrekken; onderdompelen
50
δύεσθαι
aantrekken
51
ἐθἐλειν
willen
52
ἐθίζειν
gewennen
53
ἐλαύνειν
voortdrijven; treffen
54
ἕλκειν
trekken; slepen
55
ἕπεσθαι
volgen (+ dat.)
56
ἐπιβουλεύειν
beramen; belagen (+ dat.)
57
ἐπιτρέπειν
toevertrouwen
58
ἐργάζεσθαι
werken
59
ἔρεσθαι
vragen
60
ἐσθίειν
eten
61
εὑρίσκειν
vinden
62
εὔχεσθαι
wensen; bidden tot (+ dat.)
63
ἔχειν
hebben; houden
64
ἥδεσθαι
zich verheugen; blij zijn
65
ἥκειν
komen; gekomen zijn
66
θάπτειν
begraven
67
θαυμάζειν
verwonderd zijn; bewonderen
68
θεραπεύειν
(ver)eren; dienen
69
θύειν
offeren
70
καίειν
branden; verbranden
71
κατέχειν
tegenhouden; verkrijgen
72
κελεύειν
aansporen; bevelen
73
κλαίειν
wenen
74
κλύειν
horen
75
κομίζειν
brengen; dragen
76
κρίνειν
onderscheiden; oordelen
77
κρύπτειν
verbergen
78
κρύπτεσθαι
zich verbergen
79
κωλύειν
verhinderen; beletten
Study all 79 cards for free

More Languages flashcards

jobs, career choices, & ambitions56 cardsLanguages · German → EnglishmSpanish Body Parts45 cardsLanguages · Spanish → EnglishBrieHL-Vokabeln zum Thema zeit35 cardsLanguages · German → Czechhruzik.richardgaudeo - hostis29 cardsLanguages · Dutch → EnglishkiwiChapter Seven - 3rd Declension Nouns24 cardsLanguages · Latin → EnglishBrothersfanVon A bis Z (a1 - 04)19 cardsLanguages · German → EnglishsergieferForces and Motion15 cardsLanguages · Englishemilyliterature idioms11 cardsLanguages · Latin → Englishanya€Latin III Q2 Terms167 cardsLanguages · Latin → EnglishGryphonEldridgeVocabulario de Español SPA228 Examen 2135 cardsLanguages · Spanish → EnglishSophieEnglish Irregular Verbs (French)93 cardsLanguages · English → FrenchFloEngelse woordenschat (Examenstress 1)72 cardsLanguages · English → DutchAsteroïd

All Languages decks

Study these decks in the app

Free on iPhone, Android, Mac and the web. Add any deck to your account in one tap.

Download on the App StoreGet it on Google Play
Study all 79 cards for free