geologie

161 flashcardsby suheny
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
catastrofisme
De opvatting die stelde dat gedurende de lange geschiedenis van de aarde de verschillende tijdperken werden afgesloten door een catastrofale vernietiging van al het leven, waarna een hernieuwde schepping plaatsvond
2
deep time
‘There is no vestige of a beginning, no prospect of an end.’
3
principe van uniformitarianisme (of actualisme)
‘The present is the key to the past.’
4
objectief
Wat gebaseerd is op waarneembare en onafhankelijk verifieerbare feiten, en niet op persoonlijke indrukken of meningen
5
falsificeerbaar
Openstaand voor ontkrachting
6
reproduceerbaar
Het steeds opnieuw kunnen bereiken van een vergelijkbaar resultaat wanneer een beschreven procedure wordt uitgevoerd.
7
reliëf
Wat naar voren of naar boven komt ten opzichte van iets anders
8
topografie
Het reliëf van de Aarde: gemeten ten opzichte van gemiddelde zeeniveau
9
geodesie
Wetenschap die de vorm van de Aarde bestudeerd
10
seismische golven
Golven die zich door de Aarde voortplanten als gevolg van het vrijkomen van energie bij een aardbeving of ander type explosie
11
convectiestromingen
Stromingen van gesmolten gesteente onder de aardkorst dus binnen de aarde, ze spelen ook een rol bij het uitwisselen van de warmte van de aardkern naar de aardkorst.
12
binnenkern
Vast, verwarmt buitenkern
13
buitenkern
Vloeibaar, verwarmt mantel
14
mantel
Convectiestromingen in vast gesteente
15
vast gesteente
Vaste, consistente materiaal dat in de ondergrond onder de bodem ligt
16
graniet
Een zuur felsische stollingsgesteente waarvan de continentale platen van gemaakt zijn
17
basalt
Een mafisch vulkanisch stollingsgesteente waarvan de oceanische platen van gemaakt zijn
18
felsisch
Rijk aan silicium (Si) en natrium (Na)
19
mafisch
Rijk aan ijzer (Fe) en magnesium (Mg)
20
moho
Grens mantel en korst
21
lithosfeer
Vast gesteente aardkorst en bovenste deel mantel: breekbaar
22
asthenosfeer
Vloeiend deel bovenmantel: plastisch
23
isostasie
Gravitationeel evenwicht van een drijvend voorwerp (lithosfeer) in een vloeistof (asthenosfeer)
24
endogene processen
Aangedreven door energie van binnenin de Aarde (nucleaire energie): platentektoniek, aardbevingen, vulkanen, gebergtevorming
25
Exogene processen
Aangedreven door energie van buiten de Aarde (zonne-energie): erosie, verwering, aardverschuivingen, sedimentatie
26
natuurlijk broeikaseffect
Thermostaat door broeikasgassen: CO2, CH4, H2O en N2O
27
versterkt broeikaseffect
Verbruik fossiele brandstoffen door mens: meer uitstoot CO2 en temperatuurstijging
28
platentektoniektheorie
Een geologisch verschijnsel waarbij delen van de aardkost (platen) ten opzichte van elkaar verschuiven over het aardoppervlak.
29
aardmagneetveld
Ontstaat door convectie van vloeibaar gesteente (vooral Fe en Ni) in de buitenkern
30
geodynamossysteem
Aardmagneetveld
31
heelal
Alle materie en energie binnen het gehele ruimtetijd-continuüm
32
sterren
Hemellichaam dat uit gloeiende gassen bestaat en dat uit zichzelf licht geeft
33
zonnestelsel
Het planetenstelsel dat bestaat uit een ster en hemellichamen die door de zwaartekracht aan de ster gebonden zijn
34
zware materie
Materie met een hoge dichtheid (vooral Fe en Ni) zonk naar de kern en vormde de kern
35
lichte materie
Materie met een lage dichtheid (vooral Si en Al) dreef naar het oppervlakte en vormde de aardkorst
36
extinctie
Massaal uitsterven van soorten door: extreme vulkanische activiteit, klimaat- en zeespiegelverandering, concurrentie tussen soorten en meteoriet
37
fotosynthese
6CO2 + 6H2O + zonlicht → C6H12O6 + 6O2
38
organische sedimentgesteenten
Gesteente dat ontstaat door lithificatie van organisch materiaal
39
Systeem Aarde
Atmosfeer, biosfeer, hydrosfeer (klimaatsysteem), lithosfeer, asthenosfeer, diepe mantel (platentektonieksysteem), buiten kern en binnen kern (geodynamosysteem)
40
transform
Een platenbeweging waar twee platen langs elkaar schuiven
41
divergent
Een platenbeweging waar twee platen van elkaar weg gaan
42
convergent
Een platenbeweging waar twee platen naar elkaar toe komen
43
aandrijvingsmechanismen
Convectiestromen, trekken door zwaartekracht subdicerende plaat en duwen door opstijgend magma bij divergentie
44
basal drag
Convectiestromen
45
slab-pull
Trekken door zwaartekracht subdicerende plaat
46
ridge-push
Duwen door opstijgend magma bij divergentie
47
plaatbewegingen
Divergent, convergent en transform bewegingen
48
passieve continentranden
Continentranden die geen plaatgrens zijn
49
actieve continentranden
Continentranden die plaatgrens zijn
50
Rodinië
Een supercontinent dat, 1100 tot 750 miljoen jaar geleden, tijdens het Neoproterozoïcum, bestond uit bijna alle continentale massa op Aarde
51
Laurazië
Een supercontinent dat met het zuidelijkere Gondwana het supercontinent Pangea vormde.
52
Caledonische gebergtevorming
Vorming Laurazië: Scandinavië, Schotland, oostelijk Groenland, noordelijke Appalachen (VS) rond ± 490-390 Ma in de Ordovicium-Devoon
53
Hercynische (of Varistische) gebergtevorming
Vorming Pangea: noord- en oost-Portugal en noordwest-Spanje, zuidwest-Ierland en Engeland, Bretagne, Vogezen en Centraal Massief (Frankrijk), Ardennen (België), Eifel, Harz en Zwarte Woud (Duitsland), Boheems massief (Tsjechië), Sardinië en Corsica, zuidelijke Appalachen (VS) rond ± 330-270 Ma in de Carboon-Perm
54
Alpiene gebergtevorming
Vorming gebergte: Pyreneeën, Alpen, Karpaten, Dinarische Alpen, Kaukasus, Taurus, Sinaï, Golanhoogte, Himalaya, Tibetaanse Hoogvlakte rond ±100-0 Ma in de Laat Krijt-Tertiair
55
oud gebergte
Hooggebergte verandert in middelgebergte en heuvelland met afgeronde vormen door erosie en verwering van toppen en sedimentatie in dalen
56
jong gebergte
Actieve opheffing door platentektoniek leidt tot steile toppen en diepe dalen
57
mid-oceanische ruggen
Aardplaten in/onder een oceaan waar aardplaten divergent uit elkaar bewegen
58
diepzeetroggen
Diepe inzinkingen van de zeebodem
59
paleomagnetisme
De richting van het magnetisch veld in gesteenten
60
magnetische anomalieën
Een lokale variatie in het magnetisch veld van de aarde als gevolg van variaties in de chemie of het magnetisme van de rotsen
61
Expanding earth theory
Theorie dat de positie en relatieve beweging van continenten op zijn minst gedeeltelijk te wijten is aan het toenemende volume van de aarde stelt
62
deformatie
Breuken en plooien
63
primaire gevolg van een aarbeving
Aardbeving
64
secundaire gevolgen van een aarbeving
Instortende gebouwen, aardverschuivingen: modderstromen, lawines, tsunami: vloedgolf veroorzaakt door zeebeving, liquefaction: waterverzadigde ondergrond (vooral in los zand) gedraagt zich als een vloeistof tijdens aardbeving, branden
65
elastic rebound theory
Een theorie waar bij spanning < sterkte gesteente (elasticiteit) er niets gebeurt maar bij spanning > sterkte gesteente (elasticiteit) bevingen
66
stress
Spanning
67
strain
Deformatie
68
(fault) slip
Verplaatsing langs breuk na aardbeving
69
strength
Sterkte of maximale spanning die een gesteente kan hebben voordat het breekt
70
seismologie
Een wetenschappelijke discipline binnen de geofysica die zich bezighoudt met het bestuderen, beschrijven en meten van seismische golven bij aardbevingen.
71
P-golf
Longitudinale en primaire seismische golf (compressional wave)
72
S-golf
transversale en secundaire seismische golf (shear wave)
73
oppervlaktegolven
Elliptisch of horizontale seismische golf (surface wave)
74
hypocentrum (focus)
Locatie in aardkorst of aardmantel waar aardbeving ontstaat
75
epicentrum
Plaats aan het aardoppervlak die direct boven het hypocentrum ligt
76
Mercalli
Meet de intensiteit aan de hand van de hoeveelheid schade
77
Richter
Meet de magnitude aan de hand van de hoeveelheid energie of beweging die in ondergrond vrijkomt
78
plooi
Gesteente buigt, geleidelijk, diep in de aardkorst en plastische vervorming
79
breuk
Gesteente breekt, aardbeving en aan de oppervlakte
80
syncline
Jongste gesteente in kern
81
anticline
Oudste gesteente in kern
82
normal fault
Afschuiving, rek in de aardkorst (divergent)
83
reverse fault
Opschuiving, druk in de aardkorst (convergent)
84
Strike-slip fault
Transform, schuifspanning (transform)
85
breuk mechanismen
Normal fault, reverse fault en strike-slip fault
86
intraplaat
Een enkele tektonische plaat
87
exogene energie
Zonne-energie
88
endogene energie
Kernenergie
89
Ring of Fire
Een hoefijzervormig gebied rondom de Grote Oceaan dat gekenmerkt wordt door het veelvuldig optreden van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, veroorzaakt door diverse subductiezones van tektonische platen in de regio
90
vulkanische eilandenboog
Een rij grotendeels vulkanische eilanden, die gevormd is door de werking van platentektoniek
91
subductiezone
Een zone waar een oceanische aardplaat onder een continentale of een andere oceanische aardplaat schuift
92
riftzone
Een linaire reeks fissuren
93
vulkaan
Een heuvel of berg ontstaan door de opeenhoping van lava of ander vulkanisch materiaal
94
vulkanisch geosysteem
Chemische fabriek die magma van de asthenosfeer verwerkt tot lava aan het aardoppervlak
95
decompression melting
Verlagen van smeltpunt door druk te verlagen: doordat lichter en relatief warmer gesteente vanuit asthenosfeer richting aardoppervlakte vloeit
96
fluid-induced melting
Verlagen van smeltpunt door water toe te voegen: dit verandert de samenstelling
97
effusief
Op uitstroming betrekking hebbend
98
explosief
Wat kan ontploffen
99
viscositeit
Stroperigheid
100
basaltische lava
Lava met lage viscositeit: vloeibaar, mafisch: weinig silicium en effusief
101
andesitische of rhyolitische lava
Lava met een hoge viscositeit: stroperig, felsisch: veel silicium en explosief
102
A‘a
Blocky lava
103
Pahoehoe
Touwlava
104
zuilen
Gestolde magma
105
pillow lava
Onder water lava
106
gloedwolk
Gloeiend hete wolken van vulkanisch materiaal
107
tefra
Al het materiaal dat tijdens een vulkanische uitbarsting uit de lucht naar beneden valt
108
as
Tefra dat < 2 mm hoog is
109
lapilli
Tefra dat 2–64 mm hoog is
110
vulkanische bom
Tefra dat > 64 mm hoog is
111
pyroklastisch gesteente
Gesteente dat is ontstaan uit vaste materie die tijdens een vulkaanuitbarsting wordt uitgeblazen
112
tufsteen
Vulkanisch gesteente
113
schildvulkaan
Vulkaan met vloeibare lava: basaltisch, regelmatige ontgassing, kleine drukopbouw, effusief eruptietype, direct uit mantel: mid-oceanische rug of hotspot
114
stratovulkaan
Vulkaan met stroperige lava: andesitisch, moeilijke ontgassing, grote drukopbouw, explosief eruptietype, mengsel mantel en continentale korst: subductiezone
115
gewone stratovulkaan
Vulkaan met lava en pyroklastisch materiaal
116
volcanic dome (prop-vulkaan)
Vulkaan met zeer steile en hoge kegel
117
cinder-cone (as-kegel)
Vulkaan met veel pyroklastisch materiaal
118
caldera
Vulkaan met ingestorte magmakamer
119
mantelpluimen
Kolom van gesmolten gesteente dat door de mantel en korst opstijgt, waardoor er een hotspot aan het aardoppervlak ontstaat
120
black smokers
Afzetting mineralen en transport warmte op Aarde bij mid-oceanische rug
121
fumarolen
Opening in de aardkorst ontstaan door hydrothermale activiteit
122
hydrothermale activiteit
Circulatie van heet grond- of zeewater door vulkanische activiteit
123
geisers
Deze ontstaan als het grondwater sterk wordt verwarmd en op bepaalde plaatsen als stoom naar buiten spuit.
124
aerosolen
Mengsel van fijne stofdeeltjes of vloeistofdruppels in de atmosfeer met als gevolg afkoeling klimaat door meer reflectie van zonnestraling
125
vulkanische-explosiviteitsindex
Index gebaseerd op volume uitgeworpen tefra en hoogte eruptiekolom
126
supercontinent cyclus
De continenten zijn naar elkaar gedreven tot het supercontinent Pangea, de bewegingsrichting draait om, de Pacifische Oceaan wordt kleiner, de Atlantische Oceaan groter, nieuw supercontinent.en de bewegingsrichting draait om
127
schild
Stabiele continentale korst van Precambrische ouderdom bestaande uit stollingsgesteenten en metamorfe gesteenten rijk aan ertsen
128
sedimentair bekken
Depressies op continentale korst waar dikke pakketten sedimentgesteente in zijn of worden afgezet
129
plateau
Opgeheven continentale korst met daarop een pakket van sedimentgesteente
130
gebergte (jong en oud)
Gedeformeerde gesteenten door gebergtevorming (orogenese), mogelijk opnieuw verschenen door reactivering van oude breuken
131
orogenese
Grootschalige deformatie van gesteente bij convergentie (horizontale beweging korst door platentektoniek) door deformatie (plooien en breken), metamorfose en magmatische intrusies
132
magmatische differentiatie
De verzamelnaam van processen die ertoe leiden dat een magma, een vloeibaar gesteente, binnenin de Aarde verandert van chemische samenstelling.
133
magmatische intrusie
Verticale groei door magma van oceanische korst vermengd met water en sediment bij subductiezones
134
accretie
Horizontale groei van continentale korst bij subductiezones, convergente of transforme plaatgrens
135
microcontinent
Deel van ander continent
136
ofioliet
Drijvend deel oceanische korst
137
epeirogenese
Verticale beweging korst met glacial rebound en opwarming lithosfeer door convectiestromen/supermantelpluim
138
convergentie
Vorming drie gesteenten: sedimentgesteente, stollingsgesteente en metamorf gesteente
139
sedimentgesteente
Sedimentatie → cementatie + compactie + sediment (bijv. klei, zand, grind, kalk) → ...
140
wetenschap van het gesteentearchief
Bestudering van de volgorde van opeenvolgende gesteentelagen (strata)
141
geologische kaart
Kartering spreiding gesteentelagen
142
stratigrafische kolom
Een manier om een opeenvolging van gesteentelagen weer te geven
143
relatieve ouderdom
Ouderdom in tijdvakken
144
absolute ouderdom
Ouderdom in miljoenen jaren
145
sedimentatiesnelheid
De hoeveelheid sediment (in cm) die in een bepaalde periode is afgezet (in kyr)
146
principe van oorspronkelijke horizontaliteit
Sedimentaire gesteentelagen worden horizontaal afgezet
147
principe van superpositie
Jongere gesteentelagen liggen op oudere lagen
148
principe van laterale vervolgbaarheid
Sedimentaire lagen zijn in alle horizontale richtingen te vervolgen
149
hiaat
Opeenvolging van gesteentelagen waarin een stuk tijd ontbreekt door (1) geen sedimentatie of (2) erosie
150
disconformiteit
Langdurige onderbreking in de sedimentatie
151
hoekdiscordantie
Een typering van de oriëntatie (hoek) van sedimentaire gesteentelagen
152
paleomilieu
Omstandigheden waarin een gesteente uit een bepaald gebied en bepaalde geologische periode is gevormd
153
doorsnijdingsrelatie
Bepalen relatieve ouderdom aan de hand van stratigrafische principes
154
principe van fauna opeenvolging (biiostratigrafie)
Relatieve datering op basis van fossielen
155
radiometrische dateringstechnieken
Technieken om de ouderdom van materialen te bepalen gebaseerd op radioactief verval van natuurlijke isotopen
156
halfwaardetijd
De tijd waarin een exponentieel vervallend proces tot de helft van zijn oorspronkelijke waarde vermindert
157
cyclostratigrafie
Een subdiscipline van stratigrafie die astronomisch geforceerde klimaatcycli binnen sedimentaire opeenvolgingen bestudeert
158
magnetostratigrafie
Wereldwijde synchrone streepjescode: omkering aardmagneetveld op willekeurige maar bekende momenten in geologisch geschiedenis met vergelijking patroon van magnetische omkeringen in opeenvolging van gesteente met GPTS
159
relatieve datering
Principe van oorspronkelijke horizontaliteit, principe van superpositie, principe van laterale vervolgbaarheid, principe van fauna opeenvolging, doorsnijdingsrelaties
160
absolute datering
Radiometrisch, cyclostratigrafie, magnetostratigrafie
161
gidsfossielen
Een fossiel dat gebruikt kan worden om een gesteentelaag te dateren
Study all 161 cards for free