Micro 1

32 flashcardsby Aurélie
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
Definitie volgens het neoklassieke paradigma
Gezien de schaarste van de middelen, moet men keuzes maken. Daarbij worden de MB en MK afgewogen, op diverse niveaus.
2
Uitgangspunten volgens het neo-institutionalistische paradigma
De maatschappij wordt beschouwd als een complex geheel van verschillende groepen met deels confligerende en convergerende belangen. De kern van de economie bestaat erin deze conflicten te beheersen of op te lossen.
3
Neo-institutionalistische definitie
Instituties en regels worden niet door engelen geconstrueerd, maar doelbewust door mensen met bepaalde eigen doelstellingen
4
Equity
Rechtvaardige verdeling
5
Efficiency
Zo groot mogelijke uitpunt met een zo weinig mogelijk input (=Output/input)
6
Economische of schaarse goederen
alle goederen waarvoor een offer moet worden gebracht om deze goederen tot stand te brengen
7
Echt gratis, niet-economisch, niet-schaars goed
Enkel goederen waarvoor nergens in de maatschappij middelen moeten worden opgeofferd
8
Nieuwe schaarste
Sommige goederen waren vroeger niet schaars
9
Opportuniteitskost
De waarde van het best mogelijke alternatief dat je voor iets opgeeft
De kost van iets is datgene dat je ervoor opgeeft
10
Expliciete kosten
Gaan gepaard met een uitgave van geld
11
Impliciete kosten
hebben betrekking op gederfde opbrengst
12
economische kost
= opportuniteitskost = impliciete + expliciete kost
13
Cognitieve beperkingen
De mogelijkheid van de mens om simultaan een groot aantal gegevens in zijn brein te verwerken/evalueren is beperkt
De mens heeft geen goddelijke inzichten
14
Bevredigend gedrag = satisficing behaviour
De mens vergelijkt maar een beperkt aantal alternatieven en zodra hij een alternatief vindt dat voeldoende bevrediging geeft, stopt hij met vergelijken
15
Procedurele rationaliteit
De mens volgt dus wel een rationele procedure, en hanteert een gesimplificeerd model met een beperkt aantal alternatieven en criteria
16
Definitie instituties
Regels van het spel = institutie
spelers van het spel = stakeholders, bedrijven en individuen
17
Voorbeelden instituties
Regels en gewoontes vastgelegd door organisaties zoals federaties, vakbonden, vereniging of spontaan ontstaan
formele rechtsregels
sociale normen, gewoontes, omvangsformen, kledij, taal = informele rechtsregels
18
Functie en nut van instituties
Doordat instituties de opties beperken die partijen bij een transactie kunnen nastreven, reduceren ze de transactiekosten en creeren ze een stabiel kader waarbinnen transacties kunnen plaatsvinden
19
Mensen reageren op stimuli
Mens vergelijkt MK en MB, dus als deze wijzigingen zal hij zijn gedrag aanpassen
20
Ruil kan in ieders belang zijn
ruil impliceert specialisatie. specialisatie leidt tot lagere eenheidskosten. daardoor is er in totaal meer productie mogelijk en is er dus ook meer productie beschikbaar om te verdelen en te consumeren
21
Autarkie
Situatie zonder handel
22
Centrale planning
bedrijfsleiders worden gekozen op basis van politieke criteria, leveren onvoldoende inspanning om marktopportuniteiten op te sporten en staan afkering tegenover verandering
centrale planner is niet instaat om groot aantal gegevens simultaan te verwerken
23
markteconomie
middelen worden toegewezen dmv gedecentraliseerd systeem van beslissingen van zeer veel gezinnen en zeer veel private bedrijven die allen interageren in de markten voor G&D
er is geen chaos!
24
6 vormen van marktfaling
1) extern effect
2) publieke goederen
3) marktmacht
4) merit bad
5) merit good
6) asymmetrische informatie
25
extern effect
gevolg dat de handeling van een persoon teweegbrengt voor andere personen en waarvoor geen prijs wordt betaald
26
publieke goederen
geen uitsluitbaarheid en geen rivaliteit in consumptie
27
marktmacht
vb monopolie, oligopolie
28
merit bad
goed waarvoor de betalingsbereidheid van de consument zeer hoog is, maar dat toch de welvaart van de consument en de maatschappij verlaagt
29
merit good
goed waarvoor de betalingsbereidheid van de consument zeer laag is, maar dat toch de welvaart van de consument en de maatschappij verhoogt
overheid wil het gebruik van deze goederen stimuleren
30
asymmetrische informatie
de partijen betrokken bij een markttransactie beschikken niet altijd over dezelfde informatie
31
productie
is wat in totaal wordt geproduceerd in een land of bedrijf
32
productiviteit
belangrijke motor voor groei en vooruitgang
is de totale productie gedeeld door de daartoe benodigde input
Study all 32 cards for free