H4 marketingmodellen

52 flashcardsby DemiB
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
Aandacht
(Interesse) Stap in het perceptieproces waarin je verdiept bent in een bepaalde uiting.
2
BCG-matrix
Matrix waarin vier typen bedrijven of producten zijn gedefinieerd (star, cash cow, problem child en dog) door de marktgroei en het marktaandeel tegen elkaar af te zetten.
3
Begrip
(Comprehension) Stap in het perceptieproces waarin je de uiting begrijpt.
4
Co-creatie
Het door twee (of meer) bedrijven gezamenlijk ontwikkelen van een nieuw product.
5
Co-design
Het door leverancier en afnemer gezamenlijk ontwikkelen van een nieuw product.
6
Co-development
Strategie waarbij door aanbieder en afnemer gezamenlijk naar een maatwerkoplossing voor de afnemer wordt gezocht.
7
Co-innovatie
Samenwerking van bedrijven om nieuwe producten te ontwikkelen.
8
Contrasegementatie
Samenvoeging van twee of meer segmenten in één marktbenadering. Hierdoor wordt de basis van het segment verbreed en kun je de marketinginstrumenten efficiënter inzetten.
9
Cost leadership strategy
Algemene concurrentiestrategie gericht op het behalen en behouden van kostenvoordelen ten opzichte van de concurrent.
10
Customer intimacy
Voortdurende aanpassing van het aanbod naar de wensen en behoeften van de individuele klant.
11
Customization
Aanpassing van een product aan de wensen van de individuele klant.
12
Differentiation strategy
Het aanbieden van goederen of diensten die door de hele bedrijfstak als uniek worden beschouwd. Het unieke kan zitten in het imago of de technologie.
13
Endorsement
Merkstrategie waarin producten een eigen naam hebben en waarbij een tweede merknaam wervend wordt gebruikt om het hoofdmerk aan te bevelen. De endorser is vaak de bedrijfsnaam of een merknaam.
14
Exposure
(Blootstelling) Stap in het perceptieproces waarin je de gelegenheid krijgt om een bepaalde uiting te zien.
15
Focusstrategie
Het aanbieden van goederen of diensten aan een deel van de markt. Porter maakt onderscheid tussen de kostenfocus- en de differentiatiefocusstrategie.
16
Geconcentreerde marketing
Marktbewerkingsstrategie waarbij de organisatie ervoor kiest om met één marketingprogramma zich te richten op één marktsegment.
17
Gedifferentieerde marketing
Marktbewerkingsstrategie waarbij de organisatie ervoor kiest om met verschillende marketingprogramma's zich te richten op diverse marktsegmenten.
18
Identiteit
Geheel van permanente eigenschappen van een merk of organisatie, zoals dat door de participanten binnen de organisatie wordt gezien. Hiertoe behoren corporate identity en merkidentiteit.
19
Imago
Geheel van voorstellingen en ideeën en gevoelens van een persoon of groep ten aanzien van een product, persoon of organisatie.
20
Ingredient branding
Merkstrategie waarbij een fabrikant een gemerkt ingrediënt van een toeleverancier gebruikt.
21
Integratie
Overname door een organisatie van de taken van een voorgaande of volgende schakel in het distributiekanaal.
22
Joint promotion
Samenwerking van twee organisaties in een salespromotieactiviteit om de kosten zo laag mogelijk te houden.
23
Joint selling
Samenwerking waarbij de exporterende onderneming gebruikmaakt van de lokale verkoopkanalen en/of andersom.
24
Joint venture
Samenwerking van twee of meer onafhankelijke bedrijven die alleen op een bepaald gebied samenwerken.
25
Kannibalisatie
Situatie waarin de verkoop van een nieuw product ten koste gaat van de verkoop van een al bestaand of soortgelijk product.
26
Many to many marketing
Gezamenlijke afstemming met klanten en collega-bedrijven van de behoeften van de consument.
27
Marketingplan
Plan of beleidsnotitie waarin de interne en externe omgeving van een productklasse, een productgroep of een merk wordt geanalyseerd. Dit resulteert in een SWOT-analyse en een probleemstelling. Het plan bevat vervolgens doelstellingen. Deze worden nader uitgewerkt in een operationeel plan.
28
Marktsegmentatie
Opdeling van de markt in verschillende groepen afnemers, voor wie het wenselijk kan zijn om een specifieke marketingstrategie of marketingmix toe te passen.
29
Marktsegmentatiecriteria
Criteria op basis waarvan afnemers in groepen worden ingedeeld.
30
Missie
Weergave van de gewenste rol en ambities van een organisatie op het werkterrein waarin ze actief zijn.
31
Model van Ansoff
Model waarin vier groeistrategieën zijn gedefinieerd (penetratie, marktontwikkeling, productontwikkeling en diversificatie) door bestaande en nieuwe producten af te zetten tegen bestaande en nieuwe markten.
32
One to many marketing
Afstemming van de marketingmix op de behoeften van een groep consumenten.
33
One to one marketing
Afstemming van de marketingmix op de behoefte van de individuele consument.
34
Ongedifferentieerde marketing
Marktbewerkingsstrategie waarbij de organisatie ervoor kiest de totale markt met behulp van één marketingprogramma te benaderen.
35
Operational excellence
Het goed regelen van je bedrijfsprocessen, lage transactiekosten en overheadkosten. Hiermee zorg je ervoor dat de lage kosten leiden tot concurrerende prijzen, zodat je winstmarges gehandhaafd blijven.
36
Operationele marketingplanning
Alle zaken rondom marketingplanning die betrekking hebben op de dagelijks terugkerende activiteiten van analyse, planning, uitvoering en evaluatie. De doelstellingen hiervoor komen voort uit het strategisch en/of het tactisch marketingplan.
37
Wet van Pareto
Een indeling op basis van omzet. Wordt ook wel de 80/20 regel genoemd. 80% van de omzet komt bij 20% van de klanten vandaan.
38
Perceptie
Prikkels die iemand krijgt en deze verwerkt tot een betekenisvol en samenhangend beeld van een object of actie. Bestaat uit de stappen exposure, aandacht en begrip.
39
Positioneren
Het door een organisatie bewust scheppen van een bepaalde relatieve positie van een merk of product in de perceptie van de afnemer ten opzicht van de concurrenten.
40
Productleadership
Voortdurende zoektocht van een onderneming naar verbetering van producten en diensten, zodat je leidend blijft in de markt.
41
Strategische marketingplanning
Managementactiviteit die gericht is op de lange termijn. Het gaat hierbij om het vaststellen van organisatiedoelstellingen, analyseren van de huidige en toekomstige interne- en externe omgeving, de portfolioanalyse (BCG-matrix), de marketingstrategie, de planning van de uitvoering, de organisatie en de evaluatie en controle.
42
Tactische marketingplanning
Managementactiviteit die gericht is op de middellange termijn.
43
Positioneringsmatrix
Een hulpmiddel om te komen tot een goede positioneringsstrategie. Hierin wordt het merk beoordeeld ten opzicht van de concurrenten in de ogen van de doelgroep.
44
Productlevenscyclus
Het verloop van de afzet van een bepaald product in de tijd.
45
Penetratiestrategie
Een bedrijf gaat een bestaand product op een bestaande markt verkopen met als doel om meer afzet te krijgen.
46
Marktontwikkelingsstrategie
Een bedrijf gaat een bestaand product verkopen op een nieuwe markt.
47
Productontwikkelingsstrategie
Een bedrijf heeft een nieuw product geproduceerd en wil dat op een voor haar bestaande markt afzetten.
48
Diversificatiestrategie
Het bedrijf maakt een nieuw product en gaat dit afzetten op een nieuwe markt.
49
Klantsegmentatie
Het opdelen van de totale klantportfolio in diverse groepen.
50
De klantenpiramide van Jay Curry
Bekend managementmodel die de opbouw van de klanten aangeeft op basis van strategische belangrijkheid voor de leverende organisatie.
51
Mass collaboration of crowdsourcing
Een onderneming treedt in contact met zijn afnemers om gezamenlijk na te denken over een product dat de onderneming massaal kan produceren.
52
User generated content
Elke gebruiker kan zijn opmerkingen toevoegen, zodat het product voortdurend verbetert.
Strategische mark
Study all 52 cards for free