Hoofdstuk 3: Mens en milieu - Ecosystemen

60 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
individu
organisme
2
populatie
individuen van dezelfde soort samen - eigen leefgebied - eigen taak / niche
3
taak / niche (doel)
bijdrage leveren aan het ecosysteem
4
ecosysteem (relaties tussen)
levende organismen (biotische factoren) - organismen en hun omgeving (biotische en abiotische factoren)
5
we onderscheiden ... biomen op aarde
14
6
grote van een ecosysteem: afhankelijk van de
hoeveelheid relaties - opp. die ze innemen
7
soorten ecosystemen
groot / klein - eenvoudig / complex
8
grootste, meest complexe ecosysteem
de volledige biosfeer
9
3 onderdelen van de biosfeer
lithosfeer - hydrosfeer - atmosfeer
10
lithosfeer
aardkorst
11
hydrosfeer
geheel van water
12
atmosfeer
dampkring, lucht
13
niche bestaat uit 2 niveaus
1. voedselrelaties: eten en gegeten worden 2. invloed op de abiotische aspecten van de leefplaats
14
organismen met dezelfde niche
concurrenten
15
verschillende niches
voedselbron voor anderen - begrazing - foerageren - graven van holen - bemesten van de grond
16
begrazing (voordelen)
makkelijker verplaatsen - voorkomt woekeren
17
graven van holen (voordelen)
verluchting van de grond: meer CO2 - nestplaats / beschermingsplaats
18
bemesten van de grond (hoe?)
uitwerpselen
19
sleutelsoort (voordeel)
zorgt voor voedsel en leefgebied voor vele andere soorten
20
producerende ecosysteemdiensten (voordelen)
voedsel - drinkwater - natuurlijke geneesmiddelen - grondstoffen en energie
21
producerende ESD: voedsel
voedselproducerende ecosystemen - 35% van de wereldproductie = volledig afhankelijk van de bestuiving van dieren
22
producerende ESD: drinkwater
rivieren en meren: voorzien ons van grote voorraden water - bos- en duinbodems: filterende werking = belangrijk voor het aanleveren van drinkwater
23
producerende ESD: natuurlijke geneesmiddelen
plantensoorten leveren medicijnen: sap van de bloembollen van slaapbol = pijnstiller morfine - naalde van taxussoorten = grondstof voor een kankermedicijn
24
producerende ESD: grondstoffen en energie
grondstoffen voor de bouw, textiel, industrie - grondstoffen om energie uit te halen
25
regulerende ecosysteemdiensten (voordelen)
klimaatregulatie - soorten in stand houden door bestuiving - afvalverwerking en waterzuivering - biologische plaagbestrijding
26
buffer
verstoring tegenwerkend
27
CO2 komt vrij bij
verbrandingsprocessen
28
regulerende ESD: klimaatregulatie
buffer tegen de klimaatopwarming: bossen en algen in de oceaan = CO2 capteren uit de lucht door fotosynthese
29
regulerende ESD: soorten in stand houden door bestuiving
bijen, hommels en andere insecten verzekeren de voortplanting van meer dan 75% van alle plantensoorten - belangrijk voor de biodiversiteit, land- en tuinbouwproductie
30
regulerende ESD: afvalverwerking en waterzuivering
waterstromen, meren: zelfreinigend vermogen -> door micro-organismen gezuiverd via biologische processen
31
ideale schuil- en overwinterplaats voor predatorinsecten
hagen - perceel randen
32
culturele ecosysteemdiensten (voordelen)
recreatie - ecotoerisme - esthetische waarden - culturele waarden
33
culturele ESD: recreatie
wandelen, fietsen, sporten - lichamelijke conditie verbeteren - geestelijke ontspanning
34
culturele ESD: esthetische waarden
schoonheid van de natuur
35
culturele ESD: culturele waarden
hoeveelheid groen bepaald de sfeer onder de mensen: verkoopwaarde van huizen en bouwgronden
36
ondersteunende ecosysteemdiensten (voordelen)
productie zuurstofgas door fotosynthese - voedsel- en materiekringloop onderhouden - vruchtbare bodems vormen en vasthouden - in habitat voorzien
37
fytoplankton + zoöplankton (voordelen)
zorgen voor waterzuivering, klimaatregulatie en zuurstofproductie
38
piramide van aantallen
alle schakels uit een voedselketen voorgesteld in een piramide
39
voedselniveau
schakel uit de voedselketen
40
stralingsenergie
energie die de zon aan planten verschaft
41
autotroof
organisme dat zelf energierijke stoffen kan aanmaken
42
heterotroof
organisme dat energierijke stoffen moet opnemen door het consumeren van andere organismen
43
situaties waarbij planten in contact komen met reducenten
dode resten - afbraakprocessen
44
anorganisch materiaal
mineralen
45
chemische energie
energie die een consument opneemt uit voedsel
46
door welke molecule nemen consumenten chemische energie op uit voedsel
glucose
47
situaties waarbij dieren in contact komen met reducenten
dode resten - uitwerpselen (onverteerde resten)
48
celademhaling: nodig voor
beweging - groei - stofwisseling
49
energie van de zon naar producenten > energie van producenten naar consumenten: reden
zon vormt de energiebron voor alle voedselniveaus, een deel van de energie gaat verloren
50
maximum aantal schakels in een voedselkringloop
8
51
piramide van energie
drukt de hoeveelheid energie uit die wordt doorgegeven naar een volgend trofisch niveau
52
energiestroom (wat gebeurt er met de energie)
10% wordt opgeslagen - 90% gaat verloren
53
90% van de energie gaat verloren (waaraan)
warmte - uitwerpselen - celademhaling (bewegingsenergie) - dode planten / dieren die niet volledig verteerd zijn
54
biomassa uitgedrukt in
kg
55
piramide van biomassa
weergave van een voedselketen met ipv organismeaantallen de biomassa
56
piramide van aantallen - piramide van biomassa (afwijkingen)
mogelijk - nooit
57
biomassa planten tov biomassa planteneters tov vleeseters
vorige schakel = altijd groter
58
doorgave van biomassa
10% wordt doorgegeven - 90% wordt omgezet in organische stoffen (gaat verloren)
59
1kg aan voedsel wordt gegeten (biomassa die wordt doorgegeven)
100g - enkel de energie in het voedsel die in lichaamseigen organische stoffen kunnen worden omgezet
60
planteneters verliezen veel meer energie via uitwerpselen (reden)
planten bevatten onderdelen die we niet kunnen verteren
Study all 60 cards for free