Hoofdstuk 5: Classificatie

40 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
7 levensverschijnselen
ademhalen, voortplanten, bewegen, voeden, uitscheiden, reager op prikkels en groeien
2
verschillende soorten organismen op aarde
ca. 10 - 80 miljoen
3
aantal soorten dieren in België
ca. 24 000
4
aantal soorten planten in België
ca. 10 000
5
België = ... % van de totale biodiversiteit op aarde
2
6
DNA opdelen in stukjes
genen
7
genen
bepalen de eigenschappen van het organismen - worden door de ouder doorgegeven aan de nakomelingen tijdens de voortplanting
8
ontstaan van nieuwe eigenschappen / nieuwe combinatie van genen
mutatie - elke ouder geeft de helft van zijn genen door aan de nakomeling
9
nieuwe eigenschappen
overlevingskansen van nakomelingen vergroten / verkleinen - zorgt voor evolutie, wat zorgt voor biodiversiteit
10
ontstaan hybride
meestal gevangenschap: mens probeert nieuwe soorten te creëren - af en toe spontaan in de natuur
11
2 rijkensysteem Linnaeus (waarom)
gelijkenissen en verschillen tussen organismen duidelijk maken
12
binominale nomenclatuur gebaseerd op
classificatiesysteem van Linnaeus
13
Darwin baseerde zich op
Linnaeus
14
Haeckel geïnspireerd door
Darwin
15
Haeckel gebruik van
lichtmicroscoop
16
Chatton gebruik van
elektronenmicroscoop
17
indeling 5 rijken aangepast door
uitvinding van de elektronenmicroscoop waarmee ze het DNA konden bestuderen
18
bacteriecel: celonderdelen + celtype
erfelijk materiaal - celmembraan - cytoplasma + prokaryoot
19
planten- en dierencel: celonderdelen + celtype
erfelijk materiaal - celkern - celorganellen met membraan - celmembraan - cytoplasma + eukaryoot
20
verschil eukaryote cel en prokaryote cel
eukaryote cel heeft celkern en celorganellen met membraan
21
na uitvinding van de lichtmicroscoop
men zag dat er veel meer organismen waren die geen plant of dier waren
22
classificatiecriteria van Wittaker
celkern ? - 1/meercellig - celwand ? - chloroplasten ? - voedingswijze
23
conclusie van Woese
prokaryoten bestaan uit 2 groepen
24
basis van het hedendaagse classificatiesysteem
analyse van het erfelijk materiaal en verschillen in de celstructuur en stofwisseling
25
verschil archaea en bacteria
specifieke celwand en celmembraan + archaea komt voor in extreme omstandigheden
26
celonderdelen die de plant wel bevat maar een dier niet
chloroplasten - vacuole - celwand
27
kenmerken 1e bacteriën
ontstaan in de zee - chemoautotroof - leefden zonder O2
28
kenmerken latere bacteriën
produceren O2 - fotoautotroof - doen aan fotosynthese
29
meeste bacteriën zijn
heterotrofe reducenten
30
levenskenmerken
organisatie, celstofwisseling, groei en ontwikkeling, homeostase, reactie, voortplanting, evolutie
31
organisatie
elk organisme bestaat uit 1 of meerdere cellen - meercellige organismen bevatten meerdere organisatieniveaus
32
celstofwisseling
opname, omzetting en gebruik van stoffen en energie
33
groei en ontwikkeling
toename van omvang en doorlopen van verschillende stadia tot ze volgroeid zijn
34
homeostase
het in evenwicht houden van interne omstandigheden
35
reactie
reageren op in- en externe signalen
36
voortplanting
het doorgeven van erfelijk materiaal aan nakomelingen
37
evolutie
geleidelijke veranderingen van soorten over generaties door wijziging in het DNA
38
kenmerken virussen
virus < cel - erfelijk materiaal = verspreid + begrensd door een eiwitmantel / kapsel - geen celkern - geen cytoplasma
39
virus levende cel?
nee, want het mist essentiële onderdelen
40
voortplanting virus
een virus heeft een gastheer nodig om zich te vermenigvuldigen
Study all 40 cards for free