17 levensverschijnselen
ademhalen, voortplanten, bewegen, voeden, uitscheiden, reager op prikkels en groeien
2verschillende soorten organismen op aarde
ca. 10 - 80 miljoen
3aantal soorten dieren in België
ca. 24 000
4aantal soorten planten in België
ca. 10 000
5België = ... % van de totale biodiversiteit op aarde
2
6DNA opdelen in stukjes
genen
7genen
bepalen de eigenschappen van het organismen - worden door de ouder doorgegeven aan de nakomelingen tijdens de voortplanting
8ontstaan van nieuwe eigenschappen / nieuwe combinatie van genen
mutatie - elke ouder geeft de helft van zijn genen door aan de nakomeling
9nieuwe eigenschappen
overlevingskansen van nakomelingen vergroten / verkleinen - zorgt voor evolutie, wat zorgt voor biodiversiteit
10ontstaan hybride
meestal gevangenschap: mens probeert nieuwe soorten te creëren - af en toe spontaan in de natuur
112 rijkensysteem Linnaeus (waarom)
gelijkenissen en verschillen tussen organismen duidelijk maken
12binominale nomenclatuur gebaseerd op
classificatiesysteem van Linnaeus
13Darwin baseerde zich op
Linnaeus
14Haeckel geïnspireerd door
Darwin
15Haeckel gebruik van
lichtmicroscoop
16Chatton gebruik van
elektronenmicroscoop
17indeling 5 rijken aangepast door
uitvinding van de elektronenmicroscoop waarmee ze het DNA konden bestuderen
18bacteriecel: celonderdelen + celtype
erfelijk materiaal - celmembraan - cytoplasma + prokaryoot
19planten- en dierencel: celonderdelen + celtype
erfelijk materiaal - celkern - celorganellen met membraan - celmembraan - cytoplasma + eukaryoot
20verschil eukaryote cel en prokaryote cel
eukaryote cel heeft celkern en celorganellen met membraan
21na uitvinding van de lichtmicroscoop
men zag dat er veel meer organismen waren die geen plant of dier waren
22classificatiecriteria van Wittaker
celkern ? - 1/meercellig - celwand ? - chloroplasten ? - voedingswijze
23conclusie van Woese
prokaryoten bestaan uit 2 groepen
24basis van het hedendaagse classificatiesysteem
analyse van het erfelijk materiaal en verschillen in de celstructuur en stofwisseling
25verschil archaea en bacteria
specifieke celwand en celmembraan + archaea komt voor in extreme omstandigheden
26celonderdelen die de plant wel bevat maar een dier niet
chloroplasten - vacuole - celwand
27kenmerken 1e bacteriën
ontstaan in de zee - chemoautotroof - leefden zonder O2
28kenmerken latere bacteriën
produceren O2 - fotoautotroof - doen aan fotosynthese
29meeste bacteriën zijn
heterotrofe reducenten
30levenskenmerken
organisatie, celstofwisseling, groei en ontwikkeling, homeostase, reactie, voortplanting, evolutie
31organisatie
elk organisme bestaat uit 1 of meerdere cellen - meercellige organismen bevatten meerdere organisatieniveaus
32celstofwisseling
opname, omzetting en gebruik van stoffen en energie
33groei en ontwikkeling
toename van omvang en doorlopen van verschillende stadia tot ze volgroeid zijn
34homeostase
het in evenwicht houden van interne omstandigheden
35reactie
reageren op in- en externe signalen
36voortplanting
het doorgeven van erfelijk materiaal aan nakomelingen
37evolutie
geleidelijke veranderingen van soorten over generaties door wijziging in het DNA
38kenmerken virussen
virus < cel - erfelijk materiaal = verspreid + begrensd door een eiwitmantel / kapsel - geen celkern - geen cytoplasma
39virus levende cel?
nee, want het mist essentiële onderdelen
40voortplanting virus
een virus heeft een gastheer nodig om zich te vermenigvuldigen