Hoofdstuk 9: Protisten

70 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
kenmerken protisten
leven in een vochtig milieu - vrijlevend / parasitair
2
protisten onderverdeeld op basis van
beweeglijkheid + auto- / heterotroof
3
protozoa (voorbeelden)
pantoffeldiertje, euglena, amoebe
4
korstmos
symbiose tussen een schimmel en een algensoort
5
samenstelling pantoffeldiertje: cel
omgeven door een complex celmembraan
6
pantoffeldiertje: celmembraan
geeft het diertje zijn specifieke vorm + biedt bescherming
7
samenstelling pantoffeldiertje: trilharen / cilia
over de volledige oppervlakte van het pantoffeldiertje ingeplant
8
voortbeweging pantoffeldiertje
trilharen / cilia
9
beweging van de trilharen
er staan veel trilharen naast elkaar: de beweging verplaatst zich als een soort wave
10
snelheid pantoffeldiertje
1,2 mm per seconde
11
functie orale groeve
pantoffeldiertje kan zich voeden
12
voedseldeeltjes komen in de celslokdarm terecht
via de orale groeve: trilharen langs de groeve creëren een inwaartse stroom
13
opname van voedseldeeltjes (aan het einde van de celslokdarm)
door fagocytose: er ontstaan een voedselvacuole
14
functie kloppende vacuole
zorgen dat de cel niet barst
15
pantoffeldiertje: kenmerk kloppende vacuole
2
16
vorm kloppende vacuole
stervormig
17
samenstelling pantoffeldiertje: celkern
2: micronucleus - macranucleus
18
voortplanting pantoffeldiertje
geslachtelijke en ongeslachtelijk
19
pantoffeldiertje: geslachtelijke voortplanting
genetisch materiaal van 2 organismen wordt gemengd -> ontstaan variaties tussen organismen, maken gebruik van conjugatie
20
pantoffeldiertje: ongeslachtelijke voortplanting
celsplitsing; dochtercellen en oorspronkelijke moedercel bezitten identiek erfelijk materiaal
21
voortbeweging euglena
zweepstaart
22
samenstelling euglena: fotoreceptor
bevindt zich aan de basis van de flagel
23
samenstelling euglena: rode oogvlek
bevindt zich net onder de fotoreceptor: binnen het celmembraan
24
oogdiertje neemt licht waar: gevolg
beweegt naar het licht toe
25
voeding euglena in aanwezigheid van licht
autotroof: doet aan fotosynthese dankzij bladgroenkorrels
26
voeding euglena in afwezigheid van licht
voedsel opnemen via fagocytose
27
euglena kan zuurtstofgas produceren
dankzij gekleurde oogvlek, fotoreceptor en chloroplasten
28
voortplanting euglena
ongeslachtelijk: celdeling
29
ideale omgeving voor amoebe
vochtige plaatsen die bacteriën en organisch materiaal bevatten
30
voortbeweging amoebe
door het uitsteken of intrekken van de schijnvoetjes
31
voeding amoebe
heterotroof: voedseldeeltjes opnemen via fagocytose -> er ontstaat een voedselvacuole
32
voortplanting amoebe
ongeslachtelijj: celsplitsing
33
gemeenschappelijke onderdelen van de 3 protozoa
celmembraan - kloppende vacuole - celkern - geen celwand
34
gemeenschappelijk onderdeel amoebe en pantoffeldiertje
voedselvacuole
35
verschillende onderdelen: pantoffeldiertje
trilharen / cilia - orale groeve - celanus
36
verschillende onderdelen: euglena
zweepstaart / flagel - bladgroenkorrels - oogvlek - oogreceptor
37
verschillende onderdelen: amoebe
schijnvoetjes / pseudopodia
38
positieve rol van protozoa
detrivoren - voedsel voor grotere organismen - opruimers = van ecologisch belang
39
negatieve invloed van protozoa
parasieten - pathogeen
40
parasieten
overleven ten koste van een ander organisme
41
toxoplasmose
schadelijk voor het ongebore kind: zwangere vrouwen mogen geen rauw vlees + uit de buurt van katten blijven
42
toxoplasmose (soort dieren waarin het voorkomt)
warmbloedige
43
malaria voorkomen
subtropische gebieden (warm + vochtig)
44
malaria krijg je door
muggen die de parasiet dragen
45
levenscyclus malaria: 1
overdracht op de mens
46
levenscyclus malaria: 2
sporozoïeten dringen de lever binnen + infecteren de levercellen
47
levenscyclus malaria: 3
levercellen barsten open -> symptomen verschijnen
48
levenscyclus malaria: 4
parasiet groeit in de rode bloedcellen
49
levenscyclus malaria: 5
geslachtelijke voortplanting
50
levenscyclus malaria: 6
overdracht op de mug: mug besmet door het bloed van de mens
51
malaria: hoofdgastheer - tussengastheer
mug - mens
52
voortplanting van de parasiet bij malaria: bij de mens - bij de mug
ongeslachtelijk in de lever + rode bloedcellen - geslachtelijk ter hoogte van de speekselklier
53
macro-algen
hogere wieren; meercellig
54
verschil protozoa en micro-algenma
nier waarop ze zich voeden
55
2 groepen micro-algen
groenwieren - kiezelwieren
56
positieve invloed van groenwieren
hoge groeisnelheid - laag vezelgehalte - fytoplankton - groeit op onvruchtbare plaatsen - grondstof voor biodiesel - niet afhankelijk van zoetwatervoorraden - verliezen bijna geen stikstof
57
groenwieren: hoge groeisnelheid
kunnen zich gemakkelijk geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten
58
groenwieren: laag vezelgehalte
rijk aan eiwitten en omega-3-vetzuren = voedzaam + wordt bijna volledig verteerd en verbruikt
59
celwand van een plant = cellulose -> hoog vezelgehalte goed voor
stoelgang + verzadigd gevoel
60
fytoplankton
verantwoordelijk voor het grootste deel van de O2 productie op aarde + opname van CO2 uit de lucht
61
maken deel uit van fytoplankton
groenwieren + cyanobacteriën
62
groenwieren: grondstof voor biodiesel
wetenschappers winnen vetten uit groenwieren
63
groenwieren: niet afhankelijk van zoetwatervoorrraden
groeien in zeewater
64
groenwieren: verliezen bijna geen stikstof
minder bemesting nodig
65
negatieve invloedvan groewieren
anaerobiose
66
kenmerk celwand van kiezelwieren (uit siliciumdioxide)
complex gevormde, symmetrische structuren vertonen een grote variatie in morfologie - belangrijke rol in taxonomie en identificatie
67
functies van diatomeeën
opslaanvan overtollige energie - filter-, absorptiemateriaal en milieuvriendelijk insecticide - medelorganisme in de ecologie - schuurmiddel
68
diatomeeën: opslaan van overtollige energie
in de vorm van vetoliën -> dichtheid olie < dichtheid water: blijven in de bovenste waterlagen: voldoende licht om aan fotosynthese te doen
69
diatomeeën: filter-, absorptiemateriaal en milieuvriendelijke insecticide
siliciumrijke wand zinkt naar de bodem na het afsterven waardoor diatomeeën aarde gevormd kan worden dat gebruikt wordt als filter-, absorptiemateriaal en milieuvriendelijke insecticide
70
kenmerk diatomeeën
goede milieu-indicatoren + reageren snel op milieuveranderingen
Study all 70 cards for free