1solvabiliteit van een onderneming
is mate waarin de onderneming in staat is haar financiële verplichtingen na te komen
*aflossing van schulden
*betaling interesten
2eigen vermogen
is een belangrijke buffer voor het opvangen van liquidatieverliezen ter bescherming van de schuldeisers
best 1/3 van je totaal vermogen
3hoe meer vreemd vermogen
hoe minder eigen vermogen, hoe kleiner de buffer, hoe groter de kans dat schuldeisers deel van hun schuldvordering verliezen
4statische solvabiliteit
inzicht in financiering onderneming
wat is de kans op terugbetalingsproblemen
*graad van financiële onafhankelijkheid
*algemene schuldgraad
*financieringsstabiliteit
*zelffinancieringsgraad
5dynamische solvabiliteit
genereert onderneming voldoende middelen om huidige verplichtingen af te lossen, bijkomende leningscapaciteit te hebben
*aflossingscapaciteit van financieel vreemd vermogen
6ratio's in verband met financiële onafhankelijkheid
refereren naar keuze tussen financiering met eigen vermogen of financiering met vreemd vermogen
7graad van financiële onafhankelijkheid
is mate waarin onderneming is gefinancierd met eigen vermogen
hoe groter hoe meer financiële onafhankelijkheid
ongeveer tussen de 30 en 40%
8algemene schuldgraad
is mate waarin onderneming is gefinancierd met vreemd vermogen
hoe groter, hoe meer financieel risico
liefst zo laag mogelijk houden!
9betekenis van financiële onafhankelijkheid
hoe hoger graad van financiële onafhankelijkheid (groot EV) en hoe lager algemene schuldgraad (klein VV), hoe groter buffer en hoe groter kans dat schuldeisers bij liquidatie van onderneming hun vorderingen op onderneming kunnen recupereren
10bevoorrechte schulden
worden bij vereffening eerst afbetaald
11achtergestelde schulden
worden bij vereffening als laatste afbetaald
12gevolgen lage graad van financiële onafhankelijkheid
overheidspolitiek
beperkte mogleijkheden tot zelffinanciering via reserves en winst door lage rendabiliteit
moeilijkheden voor aantrekken nieuwe aandelenkapitaal
13financieringsstabiliteit
verwijst naar keuze tussen financiering op LT en financiering op KT
drukt mate uit waarin ondernemig is gefinancierd met permanente financieringsmiddelen
14hoe meer financieringsmiddelen voor LT in ond aanwezig zijn
hoe hoger de financieringsstabiliteit van de onderneming
onderneming beperkt de onzekerheid over schuldhernieuwing van KT financiering
15zelffinancieringsgraad
refereert naar deel van totale activa die gefinancierd is met resultaten uit het verleden
16zelffinancieringsgraad jonge ondernemingen
lage graad
17zelffinancieringsgraad onderneming die veel uitkeren
lage graad
18zelffinancieringsgraad ond die resultaten binnen ond houden
hoge graad
19aflossingscapaciteit van financieel vreemd vermogen
is mate waarin ond met haar operationele kasstroom haar financiële schulden kan terugbetalen
vb. 10% --> ond kan met haar operationele kasstroom één tiende van haar financiële schulden terugbetalen
20het omgekeerde van aflossingscapaciteit
drukt uit in welke tijdspanne ond haar volledig financieel VV kan terugbetalen bij gelijkblijvende jaarlijkse kasstroom
vb. in 10 jaar kan de ond haar volledig financieel VV terug betalen