1Convenience good
Product met gewoonlijk een lage waarde per eenheid, dat consumenten veelvuldig, snel en met zeer weinig inspanning willen kopen.
2Cross channeling
Vorm van distributie waar de klant centraal staat en zelf kiest via welk distributiekanaal of kanalen hij producten afneemt of wil communiceren.
3Cross selling
Verkoopstrategie waarbij de winkelier aanverwante producten verkoopt.
4Deep selling
Verkoopstrategie waarbij de winkelier meer van het zelfde product probeert te verkopen.
5Detailhandel
Distribuant die producten, meestal in kleinverpakkingen, aan de finale afnemers (eindgebruikers en verbruikers) levert. Hij is de laatste schakel van het distributiekanaal, veelal leverend aan de consument.
6Directe distributie
Distributievorm waarbij de producten rechtstreeks, zonder gebruikmaking van distribuanten, aan de eindgebruikers levert.
7Distributie
Geheel van activiteiten dat betrekking heeft op het voorstuwen van de productenstroom van de producten naar de klant.
8Distributiekanaal
Opeenvolgende distribuanten van een bepaald product.
9Distributiespreiding
Verhouding tussen het aantal verkooppunten van een merkartikel en het totaal verkooppunten van het betreffende product.
10Dropshipper
Groothandelsvorm met een beperkte functie.
11Exclusieve distributie
Distributievorm waarbij een distribuant het alleenverkooprecht voor een bepaalde geografisch gebied krijgt.
12Exporteur
Persoon of organisatie die als intermediair een functie vervult bij internationale distributie van producten.
13Groothandel
Intermediair tussen producent en detaillist.
14Handelshuis
Organisatie die voor eigen rekening en verantwoording bepaalde (export) markten of marktsegmenten bewerkt met producten die door andere (exporterende) organisaties worden toegeleverd.
15Importeur
Persoon of organisatie die als intermediair een functie vervult bij de internationale distributie van producten.
16Indirecte distributie
Distributie door een producent met inschakeling van ten minste een distribuant of tussenkanaal, die eigenaar van goederen wordt, voordat het product de finale afnemer bereikt.
17Intensieve distributie
Distributievorm waarbij de fabrikant naar een zo groot mogelijke verkrijgbaarheid streeft. Dit is een distributiestrategie waarbij de distributiespreiding zeer hoog is. Deze strategie wordt vooral gebruikt voor convenience goods.
18Jobber
Agent die producten zo nodig in voorraad aanhoudt.
19Multichanneling
Gebruik van meer dan één distributiekanaal.
20Pull strategie
Gecombineerde distributie- en communicatiestrategie, waarbij de producent rechtstreeks communiceert en daarmee de voorkeur voor het merk opbouwt. Hierdoor wordt de selectieve vraag naar dit product door de afnemers gestimuleerd, zodat de distribuanten als het ware gedwongen worden het merk in hun assortiment op te nemen.
21Push strategie
Gecombineerde distributie- en communicatiestrategie waarbij de producent vooral de distribuanten bewerkt en deze bijvoorbeeld met kortingen en ondersteuning stimuleert tot opname en verkoopbevordering van het bepaalde product of merk. Het product of merk wordt als het ware door het kanaal naar afnemers geduwd.
22Selectieve distributie
Distributievorm waarbij de fabrikant niet tracht zoveel mogelijk distributiepunten te verkrijgen, maar wel de belangrijkste. Het is een vorm van beperkte distributie, waarbij de distributiespreiding relatief laag is.
23Shopping good
Product dat wordt gekocht na vergelijking van verschillende alternatieven.
24Specialty good
Product waarvoor een koper bereid is zich een speciale aankoopinspanning te getroosten.
25Up selling
Verkoopstrategie waarbij het draait om de verkoop van duurdere varianten van producten.
26Distributieproces
Proces van distributie, bestaande uit transport, opslag, informatieverschaffing, promotie, onderhandelen, bestellen, financieren, risico nemen, betalen en eigendom overdragen.