Les 4.28: Taallab

14 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
initiaalwoord
bestaat uit de 1e letters van een woord(groep), je leest het letter voor letter - je schrijft het zonder puntjes
2
samenstellingen met een initiaalwoord
krijgen een koppelteken
3
letterwoord
bestaat uit de 1e letters van een woord(groep), je leest het als 1 woord - je schrijft het zonder puntjes
4
samenstellingen met een letterwoord
zonder koppelteken, tenzij het letterwoord hoofdletters bevat
5
voornaamwoord
verwijst naar / vervangt een zelfstandig naamwoord
6
persoonlijk voornaamwoord (pvn)
verwijst naar iets / iemand
7
persoonlijk voornaamwoord (2 vormen)
onderwerpsvorm - niet-onderwerpsvorm (bv. ik - me/mij)
8
bezittelijk voornaamwoord (bvn)
verwijst naar de bezitter, zegt aan wie iets toebehoort
9
bezittelijk voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. mijn - de / het mijne)
10
vragend voornaamwoord (vvn)
je wilt informatie over iets / iemand krijgen
11
vragend voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. Welke dag? - Wie?)
12
wederkerend voornaamwoord (wed. vn.)
verwijst naar het onderwerp van de zin - komt enkel voor bij wederkerende ww
13
wederkerig voornaamwoord (wdgvn)
wederzijdse handeling / actie tussen personen, dieren of dingen
14
wederkerig voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. elkaars - elkaar)
Study all 14 cards for free