1initiaalwoord
bestaat uit de 1e letters van een woord(groep), je leest het letter voor letter - je schrijft het zonder puntjes
2samenstellingen met een initiaalwoord
krijgen een koppelteken
3letterwoord
bestaat uit de 1e letters van een woord(groep), je leest het als 1 woord - je schrijft het zonder puntjes
4samenstellingen met een letterwoord
zonder koppelteken, tenzij het letterwoord hoofdletters bevat
5voornaamwoord
verwijst naar / vervangt een zelfstandig naamwoord
6persoonlijk voornaamwoord (pvn)
verwijst naar iets / iemand
7persoonlijk voornaamwoord (2 vormen)
onderwerpsvorm - niet-onderwerpsvorm (bv. ik - me/mij)
8bezittelijk voornaamwoord (bvn)
verwijst naar de bezitter, zegt aan wie iets toebehoort
9bezittelijk voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. mijn - de / het mijne)
10vragend voornaamwoord (vvn)
je wilt informatie over iets / iemand krijgen
11vragend voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. Welke dag? - Wie?)
12wederkerend voornaamwoord (wed. vn.)
verwijst naar het onderwerp van de zin - komt enkel voor bij wederkerende ww
13wederkerig voornaamwoord (wdgvn)
wederzijdse handeling / actie tussen personen, dieren of dingen
14wederkerig voornaamwoord (2 vormen)
bijvoeglijk - zelfstandig (bv. elkaars - elkaar)