1cellen van Leydig
produceren testosteron
2cellen van Sertoli
voedende en ondersteunende cellen die de zaadcellen uitrijpen
3functie testosteron (man)
aanmaak + rijping van zaadcellen - beïnvloedt primaire en secundaire geslachtskenmerken - beïnvloedt spierontwikkeling
4zaadcelvorming en -rijping (wanneer+waar)
vanaf puberteit in de teelballen; in en rondom de zaadkanaaltjes
5mogelijk aantal geproduceerde zaadcellen per dag
70 miljoen
6geslachtshormonen (definitie)
spelen een centrale rol in het regelen van de voortplantingsorganen
7geslachtshormonen (voorbeelden)
FSH - LH - oestrogeen - progesteron - testosteron
8geslacht van de baby
ligt al vanaf de bevruchting vast in het DNA
9geslacht baby = jongen
XY
10geslacht baby = meisje
XX
11indifferente periode
tot 6 weken zwangerschap is er geen verschil tussen jongen of meisje
12DNA zorgt (na 6 weken) voor
aanmaak van bepaalde geslachtshormonen (testosteron)
13bij meisjes wordt de eileider gevormd uit de
gang van Müller
14bij jongens wordt de zaadleider gevormd uit de
gang van Wolff
15primaire geslachtskenmerken
aangeboren verschillen tussen beide geslachten
16secundaire geslachtskenmerken
verschillen tussen jongens en meisjes worden groter vanaf de puberteit door toename van geslachtshormonen - zorgen voor geslachtsrijpheid
17vergelijkbare geslachtsorganen tussen man en vrouw
penis en clitoris
18eicelvorming begint
bij de ontwikkeling in de baarmoeder
19aantal eicellen bij geboorte
ca. 2 miljoen
20aantal eicellen tijdens puberteit
ca. 400 000
21hoeveel eicellen komen tot rijping
ca. 400
22waar komen eicellen tot rijping
in de eierstokken; follikels
23eicelrijping gebeurt onder invloed van
FSH en LH
24FSH en LH zijn ... hormonen
gonadotrope
25FSH en LH worden gecoördineert vanuit de
hypothalamus en hypofyse
26FSH en LH: soort feedbacksysteem
positief en negatief
27dag 1-10 cyclus
FSH stimuleert de groei van de follikels - follikel groeit - meer oestrogeen remt de hypofyse - minder FSH en LH
28dag 1-10 cyclus: feedbacksysteem
negatief
29in de 1ste dagen is de follikel nog klein dus
produceert weinig oestrogeen
30eicelrijping in de follikel verloopt
traag
31dag 11-15 cyclus
follikel = groter - veel oestrogeen - stimuleert de hypofyse - meer FSH en LH
32dag 11-15 cyclus: feedbacksysteem
positief
33dag 11-15 cyclus: piek op dag ... doordat
14 - FSH, LH en oestrogeen elkaars productie versterken
34dag 14 cyclus
hoge concentratie LH - eisprong
35eisprong: gevolg
follikel barst open - eicel komt vrij ter hoogte van de eitrechter - lege follikel
36geel lichaam wordt nog even in stand gehouden door
LH
37dag 16-28 cyclus
na eisprong - daling oestrogeengehalte
38dag 16-28 cyclus: functie geel lichaam
productie progesteron en oestrogeen
39dag 16-28 cyclus: functie meer progesteron
minder FSH - geen nieuwe follikels rijpen + houdt het dikkere baarmoederslijmvlies in stand
40geen bevruchting: gevolg
eicel en geen lichaam verdwijnen - daling progesteronproductie - baarmoederslijmvlies niet langer in stand
41einde cyclus
14 dagen na de eisprong - baarmoederslijmvlies brokkelt af - menstruatie start
42bevruchting: gevolg
geel lichaam blijft bestaan - productie oestrogeen en progesteron blijft hoog - baarmoederslijmvlies blijft intact
43innesteling zygote (waar)
baarmoederslijmvlies
44lichaamstemperatuur: voor eisprong
36,0 - 36,7 °C
45lichaamstemperatuur: tijdens eisprong
daling
46lichaamstemperatuur: na eisprong
stijging van ca. 0,5 °C
47lichaamstemperatuur: start menstruatie
daling
48lichaamstemperatuur: zwangerschap
blijft hoog door het hoge progesterongehalte
49menstruatie: dag ...
1-5
50vruchtbare periode: dag ...
11-15
52bevruchting vindt plaats in de
eileiders
53hypothalamus - ... (hormoon) - hypofyse
GnRH
54hypofyse - ... (hormoon) - eierstok
FSH en LH
55eierstok - ... (hormoon) - baarmoeder
oestrogeen en progesteron
56FSH stimuleert
follikels
57LH stimuleert
geel lichaam
58follikelcellen zorgen voor
bescherming en voeding van de eicel
59zaadcelvorming en -rijping (wanneer+waar)
vanaf de puberteit in de teelballen; in en rondom de zaadkanaaltjes
60mogelijk aantal geproduceerde zaadcellen per dag
70 miljoen
61productie zaadcellen onder invloed van
FSH en LH
62(man) LH stimuleert
cellen van Leydig - vorming testosteron - aanmaak zaadcellen
63groeiende zaadcellen
geslachtscellen die groeien vanuit kiemcellen in de wanden van de zaadkanaaltjes naar het centrum toe en krijgen tot slot een zweephaar voor de voortbeweging
64(man) FSH en testosteron stimuleren
cellen van Sertoli - gevormde zaadcellen komen los van de wand van de zaadkanaaltjes - verplaatsen zich naar de bijballen
65functie bijballen
opslag en verdere rijping gedurende zo'n 4-6 weken / tot de eerstvolgende zaadlozing
66regeling testosterongehalte in het bloed
negatief feedbacksysteem zodat het rond een normwaarde schommelt en homeostase wordt bereikt
67hoge concentratie testosteron
remt de hypothalamus en hypofyse - minder aanmaak LH - daling productie testosteron
68lage concentratie testosteron
stimuleert de hypothalamus en hypofyse - meer aanmaak LH - stijging productie testosteron
69cellen van Sertoli produceren
inhibine - remt aanmaak FSH en LH - cellen van Leydig produceren minder testosteron
70overlevingstijd zaadcel
3-5 dagen