Hormonale regeling van de voortplantingsorganen bij man en vrouw

70 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
cellen van Leydig
produceren testosteron
2
cellen van Sertoli
voedende en ondersteunende cellen die de zaadcellen uitrijpen
3
functie testosteron (man)
aanmaak + rijping van zaadcellen - beïnvloedt primaire en secundaire geslachtskenmerken - beïnvloedt spierontwikkeling
4
zaadcelvorming en -rijping (wanneer+waar)
vanaf puberteit in de teelballen; in en rondom de zaadkanaaltjes
5
mogelijk aantal geproduceerde zaadcellen per dag
70 miljoen
6
geslachtshormonen (definitie)
spelen een centrale rol in het regelen van de voortplantingsorganen
7
geslachtshormonen (voorbeelden)
FSH - LH - oestrogeen - progesteron - testosteron
8
geslacht van de baby
ligt al vanaf de bevruchting vast in het DNA
9
geslacht baby = jongen
XY
10
geslacht baby = meisje
XX
11
indifferente periode
tot 6 weken zwangerschap is er geen verschil tussen jongen of meisje
12
DNA zorgt (na 6 weken) voor
aanmaak van bepaalde geslachtshormonen (testosteron)
13
bij meisjes wordt de eileider gevormd uit de
gang van Müller
14
bij jongens wordt de zaadleider gevormd uit de
gang van Wolff
15
primaire geslachtskenmerken
aangeboren verschillen tussen beide geslachten
16
secundaire geslachtskenmerken
verschillen tussen jongens en meisjes worden groter vanaf de puberteit door toename van geslachtshormonen - zorgen voor geslachtsrijpheid
17
vergelijkbare geslachtsorganen tussen man en vrouw
penis en clitoris
18
eicelvorming begint
bij de ontwikkeling in de baarmoeder
19
aantal eicellen bij geboorte
ca. 2 miljoen
20
aantal eicellen tijdens puberteit
ca. 400 000
21
hoeveel eicellen komen tot rijping
ca. 400
22
waar komen eicellen tot rijping
in de eierstokken; follikels
23
eicelrijping gebeurt onder invloed van
FSH en LH
24
FSH en LH zijn ... hormonen
gonadotrope
25
FSH en LH worden gecoördineert vanuit de
hypothalamus en hypofyse
26
FSH en LH: soort feedbacksysteem
positief en negatief
27
dag 1-10 cyclus
FSH stimuleert de groei van de follikels - follikel groeit - meer oestrogeen remt de hypofyse - minder FSH en LH
28
dag 1-10 cyclus: feedbacksysteem
negatief
29
in de 1ste dagen is de follikel nog klein dus
produceert weinig oestrogeen
30
eicelrijping in de follikel verloopt
traag
31
dag 11-15 cyclus
follikel = groter - veel oestrogeen - stimuleert de hypofyse - meer FSH en LH
32
dag 11-15 cyclus: feedbacksysteem
positief
33
dag 11-15 cyclus: piek op dag ... doordat
14 - FSH, LH en oestrogeen elkaars productie versterken
34
dag 14 cyclus
hoge concentratie LH - eisprong
35
eisprong: gevolg
follikel barst open - eicel komt vrij ter hoogte van de eitrechter - lege follikel
36
geel lichaam wordt nog even in stand gehouden door
LH
37
dag 16-28 cyclus
na eisprong - daling oestrogeengehalte
38
dag 16-28 cyclus: functie geel lichaam
productie progesteron en oestrogeen
39
dag 16-28 cyclus: functie meer progesteron
minder FSH - geen nieuwe follikels rijpen + houdt het dikkere baarmoederslijmvlies in stand
40
geen bevruchting: gevolg
eicel en geen lichaam verdwijnen - daling progesteronproductie - baarmoederslijmvlies niet langer in stand
41
einde cyclus
14 dagen na de eisprong - baarmoederslijmvlies brokkelt af - menstruatie start
42
bevruchting: gevolg
geel lichaam blijft bestaan - productie oestrogeen en progesteron blijft hoog - baarmoederslijmvlies blijft intact
43
innesteling zygote (waar)
baarmoederslijmvlies
44
lichaamstemperatuur: voor eisprong
36,0 - 36,7 °C
45
lichaamstemperatuur: tijdens eisprong
daling
46
lichaamstemperatuur: na eisprong
stijging van ca. 0,5 °C
47
lichaamstemperatuur: start menstruatie
daling
48
lichaamstemperatuur: zwangerschap
blijft hoog door het hoge progesterongehalte
49
menstruatie: dag ...
1-5
50
vruchtbare periode: dag ...
11-15
51
eisprong: dag ...
14
52
bevruchting vindt plaats in de
eileiders
53
hypothalamus - ... (hormoon) - hypofyse
GnRH
54
hypofyse - ... (hormoon) - eierstok
FSH en LH
55
eierstok - ... (hormoon) - baarmoeder
oestrogeen en progesteron
56
FSH stimuleert
follikels
57
LH stimuleert
geel lichaam
58
follikelcellen zorgen voor
bescherming en voeding van de eicel
59
zaadcelvorming en -rijping (wanneer+waar)
vanaf de puberteit in de teelballen; in en rondom de zaadkanaaltjes
60
mogelijk aantal geproduceerde zaadcellen per dag
70 miljoen
61
productie zaadcellen onder invloed van
FSH en LH
62
(man) LH stimuleert
cellen van Leydig - vorming testosteron - aanmaak zaadcellen
63
groeiende zaadcellen
geslachtscellen die groeien vanuit kiemcellen in de wanden van de zaadkanaaltjes naar het centrum toe en krijgen tot slot een zweephaar voor de voortbeweging
64
(man) FSH en testosteron stimuleren
cellen van Sertoli - gevormde zaadcellen komen los van de wand van de zaadkanaaltjes - verplaatsen zich naar de bijballen
65
functie bijballen
opslag en verdere rijping gedurende zo'n 4-6 weken / tot de eerstvolgende zaadlozing
66
regeling testosterongehalte in het bloed
negatief feedbacksysteem zodat het rond een normwaarde schommelt en homeostase wordt bereikt
67
hoge concentratie testosteron
remt de hypothalamus en hypofyse - minder aanmaak LH - daling productie testosteron
68
lage concentratie testosteron
stimuleert de hypothalamus en hypofyse - meer aanmaak LH - stijging productie testosteron
69
cellen van Sertoli produceren
inhibine - remt aanmaak FSH en LH - cellen van Leydig produceren minder testosteron
70
overlevingstijd zaadcel
3-5 dagen
Study all 70 cards for free