Hoofdstuk 4: Mens en milieu - Biodiversiteit

61 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
biodiversiteit op aarde
ca. 16 miljoen
2
menselijke invloeden op de biodiversiteit
verbruik van ruimte + natuurlijke hulpbronnen (eten, wonen, werken ...)
3
gevolg voor de planeet van menselijke invloeden op de biodiversiteit
bronnen niet in voldoende hoeveelheden blijven leveren - afval dat voortkomt niet verwerken: onze levensstijl put het natuurlijk kapitaal uit
4
hoger voetafdruk = ... biodiversiteit
lagere
5
tijd die de aarde nodig heeft om de hernieuwbare bronne te produceren die de mens op 1 jaar gebruikt
1,5 jaar
6
Earth Overshoot Day
in maart hebben we wereldwijd alle hulpbronnen al opgebruikt
7
ecologische voetafdruk Westerlingen - ontwikkelingslanden
8 ha per pers. - 1 ha per pers.
8
eerlijke verdeling ecologische voetafdruk
1,8 ha per pers.
9
recycleerbaarheid plastic
nieuwe plastic product is van lagere kwaliteit (downcycling)
10
afbreekbaarheid plastic
plastic valt uiteen in microplastics die worden opgegeten door organismen en in de voedselketen belanden
11
ecologische voetafdruk laten dalen
CO2 uitstoot verminderen - minder consumeren - kwalitatief kopen - recycleren - lokaal winkelen
12
biodiversiteit laten stijgen (wij)
insectenhotel - voedselplek voor dieren - bloemenweides - geen verharding - groene daken / muren
13
biodiversiteit laten stijgen (overheid)
jacht (beperken / aanmoedigen) - visvangst beperken - bouwvergunning - natuurparken (op pad blijven, hond aan de lijn)
14
biodiversiteit op 3 niveaus
genetisch - soorten - ecosysteem
15
genetische diversiteit: verschil van
DNA
16
kenmerk door de mens beïnvloedde natuur
als het menselijk ingrijpen stop, verdwijnt de aanwezige fauna en flora
17
door de mens beïnvloedde natuur: 3 systemen
halfnatuurlijk - kleine landschapselementen - cultuursystemen
18
kenmerk cultuursysteem
soortensamenstelling en structuur hebben geen / weinig natuurwaarde
19
factoren waarvan de soortendiversiteit afhankelijk is
menselijke ingrepen - klimaat - concurrentie - natuurrampen - geografische isolatie
20
gevolg natuurramp
habitatswijziging
21
kenmerk endemische soorten
meestal op een eiland: organismen geraken er niet weg
22
rode lijst bepaalt ... van een organisme
uitstervingsrisico
23
kenmerken living planet index
ontwikkeld door WWF - 30% gedaald sinds 1970
24
WWF
wereld natuur fonds
25
bedreigingen voor Vlaamse amfibieën en reptielen - oplossing
habitatverlies, -degradatie, -fragmentatie, ziektes, invasieve soorten - kweek- en uitzetprogramma's
26
populatiegroei: 3 fasen
lag-fase - log-fase - stabiele fase
27
lag-fase
startfase - populatie moet nog wennen aan de omgeving + partners zoeken
28
log-fase
snelle groeifase (kan exponentieel of gewoon snel zijn) - er moeten voldoende hulpbronnen aanwezig zijn
29
stabiele fase
evenwicht tussen aangroei en afsterven
30
hulpbronnen dieren - mens
voedsel, habitat - fossiele brandstoffen
31
factoren die de populatiegroei bepalen (dichtheidsafhankelijke factoren)
ziekteverwekkers, intra- en intercompetitie, im- en emigratie, voedselbronnen, habitat, geboorte / sterfte
32
factoren die de populatiegroei bepalen (dichtheidsonafhankelijke factoren)
seizoenen, natuurrampen
33
kenmerk dichtheidsafhankelijke factoren
dichtere populatie = factoren hebben meer invloed
34
kenmerk dichtheidsonafhankelijke factoren
hebben hetzelfde effect op alle individuen - toevalsfactoren
35
schade als de draagkracht wordt overschreden
natuurlijke hulpbronnen uitgeput - structuur van het gebied blijven aangetast
36
er zijn meer prooien / predatoren nodig in een ecosysteem
prooien
37
draagkracht overschreden:
herstellen - dalen - verdwijnen
38
omgeving met veel hulpbronnen
grote draagkracht, kan biodiversiteit ondersteunen
39
omgeving met beperkte hulpbronnen
kleinere draagkracht, beperkte biodiversiteit - minder snel herstellen na verstoringen
40
verstoringen
draagkracht - door habitatswijziging - dynamisch evenwicht - door ziekteverwekkers
41
verstoring draagkracht (oorzaken)
overexploïtatie: menselijke ingrepen, plagen
42
verstoring door habitatswijziging
omvat de verandering van abiotische factoren in een habitat + het verdwijnen van een bepaald habitat
43
verstoring dynamisch evenwicht (oorzaken)
oversterfte: invasieve exoten -> doordat exoot zich snel voortplant en verspreidt, veel schade berokkent en een gebrek aan concurrentie met inheemse soorten ondervindt
44
gevolgen van betreding
beschadigingen aan plantensoorten - negatieve invloed op vogels met nesten op de grond - verharding
45
verharding door betreding
bodemdeeltjes dichter op elkaar waardoor de bodem harder wordt
46
gevolg verharding door betreding
wortels kunnen moeilijker in de grond dringen - reducenten kunnen geen organisch materiaal afbreken omdat er geen water en zuurstof aanwezig is in de bodem
47
TREDplanten (vb)
zaden: kleverig - wortels: sterk - bladeren: bladrozet tegen de grond - plantenweefsel: flexibel
48
humus
gunstige ondergrond
49
primaire successie
geen geschikte ondergrond - helemaal vanaf het begin
50
secundaire successie
vertrekkend vanuit een gunstige ondergrond
51
successiereeks
kale grond - pioniers - kruidachtigen - struiken - bomen - climaxstadium
52
climaxstadium niet bereikt door
menselijke ingrepen - natuurlijke oorzaken
53
climaxstadium niet bereikt (menselijke ingrepen)
versnippering - landbouw - vervuiling - ontbossing - grasmaaien - oorlog
54
climaxstadium niet bereikt (natuurlijke oorzaken)
(bos)branden - plagen - periodes van droogte - grazers - natuurfenomenen
55
kenmerken brandbeheer
in het voorjaar - klein gebied
56
doel van brandbeheer
verjonging van het gebied - variatie in het landschap
57
doel van maaibeheer
plaats vrijmaken voor bloemen, kruiden ... - biodiversiteit doen stijgen
58
kenmerken begrazing
selectief eten: niet alle planten verdwijnen = hogere biodiversiteit
59
doel van begrazing
verbossing tegengaan - ruimte creëren voor jonge bomen, grassen ...
60
doel van plaggen
pionierssoorten laten terugkomen
61
doel van nulbeheer
natuurlijke successie - climaxstadium bereiken
Study all 61 cards for free