1biodiversiteit op aarde
ca. 16 miljoen
2menselijke invloeden op de biodiversiteit
verbruik van ruimte + natuurlijke hulpbronnen (eten, wonen, werken ...)
3gevolg voor de planeet van menselijke invloeden op de biodiversiteit
bronnen niet in voldoende hoeveelheden blijven leveren - afval dat voortkomt niet verwerken: onze levensstijl put het natuurlijk kapitaal uit
4hoger voetafdruk = ... biodiversiteit
lagere
5tijd die de aarde nodig heeft om de hernieuwbare bronne te produceren die de mens op 1 jaar gebruikt
1,5 jaar
6Earth Overshoot Day
in maart hebben we wereldwijd alle hulpbronnen al opgebruikt
7ecologische voetafdruk Westerlingen - ontwikkelingslanden
8 ha per pers. - 1 ha per pers.
8eerlijke verdeling ecologische voetafdruk
1,8 ha per pers.
9recycleerbaarheid plastic
nieuwe plastic product is van lagere kwaliteit (downcycling)
10afbreekbaarheid plastic
plastic valt uiteen in microplastics die worden opgegeten door organismen en in de voedselketen belanden
11ecologische voetafdruk laten dalen
CO2 uitstoot verminderen - minder consumeren - kwalitatief kopen - recycleren - lokaal winkelen
12biodiversiteit laten stijgen (wij)
insectenhotel - voedselplek voor dieren - bloemenweides - geen verharding - groene daken / muren
13biodiversiteit laten stijgen (overheid)
jacht (beperken / aanmoedigen) - visvangst beperken - bouwvergunning - natuurparken (op pad blijven, hond aan de lijn)
14biodiversiteit op 3 niveaus
genetisch - soorten - ecosysteem
15genetische diversiteit: verschil van
DNA
16kenmerk door de mens beïnvloedde natuur
als het menselijk ingrijpen stop, verdwijnt de aanwezige fauna en flora
17door de mens beïnvloedde natuur: 3 systemen
halfnatuurlijk - kleine landschapselementen - cultuursystemen
18kenmerk cultuursysteem
soortensamenstelling en structuur hebben geen / weinig natuurwaarde
19factoren waarvan de soortendiversiteit afhankelijk is
menselijke ingrepen - klimaat - concurrentie - natuurrampen - geografische isolatie
20gevolg natuurramp
habitatswijziging
21kenmerk endemische soorten
meestal op een eiland: organismen geraken er niet weg
22rode lijst bepaalt ... van een organisme
uitstervingsrisico
23kenmerken living planet index
ontwikkeld door WWF - 30% gedaald sinds 1970
25bedreigingen voor Vlaamse amfibieën en reptielen - oplossing
habitatverlies, -degradatie, -fragmentatie, ziektes, invasieve soorten - kweek- en uitzetprogramma's
26populatiegroei: 3 fasen
lag-fase - log-fase - stabiele fase
27lag-fase
startfase - populatie moet nog wennen aan de omgeving + partners zoeken
28log-fase
snelle groeifase (kan exponentieel of gewoon snel zijn) - er moeten voldoende hulpbronnen aanwezig zijn
29stabiele fase
evenwicht tussen aangroei en afsterven
30hulpbronnen dieren - mens
voedsel, habitat - fossiele brandstoffen
31factoren die de populatiegroei bepalen (dichtheidsafhankelijke factoren)
ziekteverwekkers, intra- en intercompetitie, im- en emigratie, voedselbronnen, habitat, geboorte / sterfte
32factoren die de populatiegroei bepalen (dichtheidsonafhankelijke factoren)
seizoenen, natuurrampen
33kenmerk dichtheidsafhankelijke factoren
dichtere populatie = factoren hebben meer invloed
34kenmerk dichtheidsonafhankelijke factoren
hebben hetzelfde effect op alle individuen - toevalsfactoren
35schade als de draagkracht wordt overschreden
natuurlijke hulpbronnen uitgeput - structuur van het gebied blijven aangetast
36er zijn meer prooien / predatoren nodig in een ecosysteem
prooien
37draagkracht overschreden:
herstellen - dalen - verdwijnen
38omgeving met veel hulpbronnen
grote draagkracht, kan biodiversiteit ondersteunen
39omgeving met beperkte hulpbronnen
kleinere draagkracht, beperkte biodiversiteit - minder snel herstellen na verstoringen
40verstoringen
draagkracht - door habitatswijziging - dynamisch evenwicht - door ziekteverwekkers
41verstoring draagkracht (oorzaken)
overexploïtatie: menselijke ingrepen, plagen
42verstoring door habitatswijziging
omvat de verandering van abiotische factoren in een habitat + het verdwijnen van een bepaald habitat
43verstoring dynamisch evenwicht (oorzaken)
oversterfte: invasieve exoten -> doordat exoot zich snel voortplant en verspreidt, veel schade berokkent en een gebrek aan concurrentie met inheemse soorten ondervindt
44gevolgen van betreding
beschadigingen aan plantensoorten - negatieve invloed op vogels met nesten op de grond - verharding
45verharding door betreding
bodemdeeltjes dichter op elkaar waardoor de bodem harder wordt
46gevolg verharding door betreding
wortels kunnen moeilijker in de grond dringen - reducenten kunnen geen organisch materiaal afbreken omdat er geen water en zuurstof aanwezig is in de bodem
47TREDplanten (vb)
zaden: kleverig - wortels: sterk - bladeren: bladrozet tegen de grond - plantenweefsel: flexibel
48humus
gunstige ondergrond
49primaire successie
geen geschikte ondergrond - helemaal vanaf het begin
50secundaire successie
vertrekkend vanuit een gunstige ondergrond
51successiereeks
kale grond - pioniers - kruidachtigen - struiken - bomen - climaxstadium
52climaxstadium niet bereikt door
menselijke ingrepen - natuurlijke oorzaken
53climaxstadium niet bereikt (menselijke ingrepen)
versnippering - landbouw - vervuiling - ontbossing - grasmaaien - oorlog
54climaxstadium niet bereikt (natuurlijke oorzaken)
(bos)branden - plagen - periodes van droogte - grazers - natuurfenomenen
55kenmerken brandbeheer
in het voorjaar - klein gebied
56doel van brandbeheer
verjonging van het gebied - variatie in het landschap
57doel van maaibeheer
plaats vrijmaken voor bloemen, kruiden ... - biodiversiteit doen stijgen
58kenmerken begrazing
selectief eten: niet alle planten verdwijnen = hogere biodiversiteit
59doel van begrazing
verbossing tegengaan - ruimte creëren voor jonge bomen, grassen ...
60doel van plaggen
pionierssoorten laten terugkomen
61doel van nulbeheer
natuurlijke successie - climaxstadium bereiken