Les 5.30 - Spanning

19 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
verhaalbegin
ab ovo - in medias res
2
verhaaleinde
open - gesloten - cliffhanger
3
ab ovo
het verhaal begint vanaf het begint - de personages worden langzaam in het verhaal geïntroduceerd vooraleer de gebeurtenissen beginnen
4
in medias res
de lezer / kijker voert meteen naar het midden of zelfs einde van het verhaal - vragen die de lezer / kijker bij zich oproept worden nadien beantwoord (door middel van flashback / verhaal begint met flashforward
5
open einde
lezer / kijker blijft na het verhaal met allerlei vragen achter - gebeurtenissen zijn niet afgerond - auteur / filmmaker geeft enkele suggesties over de afloop van het verhaal
6
gesloten einde
auteur / filmmaker werkt het verhaal helemaal af - alle problemen, acties ... zijn voorbij, de situatie van het personage is duidelijk - lezer / kijker stelt zich geen vragen meer
7
cliffhanger
het verhaal wordt plots op een belangrijk moment afgebroken
8
doel van een cliffhanger
spanning vergroten - lezer / kijker wordt nieuwsgierig naar het vervolg
9
spanning oproepen (hoe?)
door te spelen met de verhoudingen tussen de achtergehouden en vrijgegeven informatie
10
spanningstechnieken: bouwstenen
personage - tijd - ruimte - perspectief
11
spanningstechniek: personage
topische vragen over het personage onvoldoende invullen - vragen oproepen over het personage
12
spanningstechniek: tijd
gebeurtenissen vertragen / versnellen - vooruitwijzende elementen inlassen (flashforward / vooruitwijzing) - geven van informatie plots afbreken
13
spanningstechniek: ruimte
sfeerschepping inlassen - vragen oproepen over de ruimte
14
spanningstechniek: perspectief
kennisvoorsprong - kennisachterstand - informatiekennis gelijk schakelen
15
kennisvoorsprong
lezer / kijker meer informatie verschaffen en het personage in het ongewisse laten
16
kennisachterstand
personage informatie verschaffen en de lezer / kijker in het ongewisse laten
17
informatiekennis gelijk schakelen
lezer / kijker het verhaal volledig laten volgen door de ogen van het personage
18
motorisch moment
het ogenblik waarop de situatie van het personage plots verandert en er allerlei gebeurtenissen op gang komen - gebeurtenissen krijgen een onverwachte wending
19
plottwist tov motorisch moment
plottwist = extremer
Study all 19 cards for free