WW: Tegere

88 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
accedere
naderen
2
accidere
het gebeurt
3
adducere
brengen naar
4
agere
voortdrijven; doen
5
amittere
verliezen
6
animadvertere
opmerken
7
cadere
vallen
8
canere
zingen; bezingen
9
cedere
gaan; wijken
10
cernere
in het oog krijgen; zien
11
claudere
sluiten
12
cōgere
bijeenbrengen; dwingen
13
cōgnōscere
leren kennen; vernemen
14
colere
bewerken; bewonen; vereren
15
committere
begaan; toevertrouwen; beginnen
16
compōnere
samenplaatsen; opstellen
17
concēdere
wijken; toegeven; toestaan
18
condere
stichten; opbergen
19
cōnfīdere
vertrouwen
20
cōnsīdere
gaan zitten
21
cōnsistere
halt houden; zich opstellen
22
cōnstituere
opstellen; vaststellen
23
cōnsuēscere
gewoon worden
24
cōnsulere
beraadslagen; raadplegen; zorgen voor
25
contendere
zich inspannen; wedijveren
26
contingere
het overkomt (iemand)
27
contingere *
raken
28
convertere
omkeren; veranderen in
29
crēdere
geloven; vertrouwen; toevertrouwen
30
currere
lopen
31
dēcernere
beslissen
32
dēfendere
afweren; verdedigen
33
dēligere
uitkiezen
34
dēserere
verlaten
35
dīcere
zeggen; spreken
36
dīmittere
wegzenden; laten gaan
37
dīvidere
verdelen
38
dūcere
leiden
39
ēdūcere
naar buiten brengen; opvoeden
40
excēdere
weggaan uit; overschrijden
41
exigere
uitdrijven; eisen; voltooien
42
gerere
dragen; voeren
43
impellere
aandrijven; aanzetten
44
impōnere
plaatsen op; opleggen
45
incendere
in brand steken
46
īnstituere
oprichten; beginnen; onderrichten
47
intellegere
begrijpen
48
intermittere
onderbreken
49
iungere
verbinden
50
legere
lezen; kiezen; verzamelen
51
metuere
vrezen
52
mittere
zenden; laten gaan
53
occīdere
doden
54
occurrere
tegemoet lopen
55
omittere
opgeven
56
ostendere
tonen
57
pellere
verdrijven
58
permittere
toestaan; toevertrouwen
59
petere
gaan naar; aanvallen; nastreven; vragen
60
pōnere
plaatsen; neerleggen
61
poscere
eisen
62
premere
drukken; neerdrukken
63
quaerere
zoeken; vragen
64
reddere
teruggeven; maken tot
65
relinquere
achterlaten; verlaten
66
remittere
terugzenden; laten gaan
67
repetere
teruggaan naar; terugvragen; herhalen
68
resistere
stilstaan; zich verzetten tegen
69
ruere
vooruitstormen; instorten
70
scrībere
schrijven
71
solvere
losmaken; bevrijden; betalen
72
statuere
plaatsen; vaststellen; beslissen
73
sūmere
nemen
74
tangere
aanraken; bereiken; treffen
75
tegere
bedekken; beschermen
76
tendere
spannen; streven; gaan
77
trādere
overhandigen; toevertrouwen; overleveren
78
tollere
opheffen; wegnemen
79
trahere
trekken; rekken
80
vertere
omkeren; veranderen in
81
vīvere
leven
82
loquī
spreken
83
nāscī
geboren worden
84
proficīscī
vertrekken
85
querī
klagen over
86
revertī
terugkeren
87
sequī
volgen
88
ūtī
gebruiken; omgaan met
Study all 88 cards for free