1wat me niet lekker zit
ce qui me chiffonne
2Ik lig dubbel (van het lachen).
Je suis plié (de rire).
3Er is voldaan aan mijn behoefte.
Mon besoin a été assouvi.
4en zo verder
et ainsi de suite
5Er klopt iets niet.
Il y a quelque chose qui cloche.
6de relevantie
la pertinence
7Maak je geen zorgen.
Ne t'en fais pas.
8uitroep van spijt of ontevredenheid: verdorie!
Punaise !
9uitroep van bewondering (vulg.)
Putain !
11Je uitleg is glashelder.
Ton explication est limpide.
14het assenstelsel
le repère (de coordonnées)
15wankel, gammel (ook figuurlijk, bijvoorbeeld m.b.t. een argument)
bancal
16zich haasten, snellen
se précipiter
17een verbeten/felle strijd
une lutte acharnée
18een ster, een hemellichaam (kan dus ook een planeet zijn)
un astre
19het diepste van
le fin fond de (l'espace, mon cœur, etc.)
20het piepschuim
le polystyrène
21een blaar (2)
une ampoule, une cloque
22de kookplaat
la plaque de cuisson
23de ritssluiting
la fermeture éclair
25de poedersuiker
le sucre glace
26miskend, onbegrepen (bijvoorbeeld m.b.t. een genie)
méconnu
28verzot op wiskunde
féru de mathématiques
29afwerpen, parachuteren, laten vallen, figuurlijk: (iem.) laten zitten, ontslaan
larguer
30iemand het leven zuur maken
en faire voir à quelqu'un
31strijken langs, rakelings passeren
frôler
32een beklimming, een snelle stijging
une escalade
33Ik word er gek van. (5)
Ça me rend chèvre.
Ça me rend fou.
Ça me rend dingue.
Ça m'exaspère.
Ça me met hors de moi.
34Ik bel je vanuit Parijs.
Je t'appelle depuis Paris.
35van het eenvoudigste model tot het meest geavanceerde
depuis le modèle le plus simple jusqu'au modèle le plus avancé...
36sindsdien (3)
depuis, depuis lors, dès lors
38altijd al
depuis toujours
39vanaf (2)
dès, à partir de
41afgezien daarvan
au delà de ça
42voor de vorm
pour la beauté du geste
43zich schromelijk vergissen
se planter
44het verstand te boven gaan
dépasser l'entendement
45de slinger, de katapult
la fronde
46ontloken (van een bloem), tot volle ontwikkeling gekomen
épanoui
47alles achterlaten
tout plaquer
48gigantisch, astronomisch (fam.)
faramineux
49Het is het proberen waard.
Ça vaut le coup d'essayer.
50een bemande vlucht
un vol habité
51eerst zien, dan geloven
voir, c'est croire
52ten eerste, ten tweede, ... (fam.)
de un, de deux, ...
53het woordje 'ne' inslikken
manger le mot « ne »
54't volhouden (fam.)
tenir le coup
55tevreden zijn met (niet méér willen), het houden/laten bij, blijven bij (een mening)
s'en tenir à
56Anders ik wel!
Et moi donc !
57Daar weet ik alles van!
À qui le dis-tu !
58Jij zegt het. (uitdrukking van twijfel)
Ça, c'est toi qui le dis.
59Dat valt nog te bezien! (2)
1) C'est vite dit !
2) Moueh, à voir !
60Absoluut! (fam.) (3)
Grave !
Mais d'une force !
Oui, carrément !
61absoluut, uiteraard, beslist, zeer (fam.)
carrément
62Ja, dat is inderdaad zo. (3)
Ah ça, oui, c'est clair.
Ça on est d'accord.
J'avoue. (fam.)
63Ik ben stomverbaasd/verbijsterd. (2)
Je n'en reviens pas.
Je suis abasourdi.
64het redden, eruit komen (figuurlijk)
s'en sortir
651) ergens financieel goed uitkomen / erop verdienen
2) niet verdwalen
3) wijs worden [uit]
s'y retrouver [dans]
66verstand hebben van
s'y connaître en
68het aanpakken
s'y prendre
69iets hervatten → weer verdergaan
se remettre à qqc → s'y remettre
70wennen aan (2)
s'habituer à, se faire à
71bij de kern van de zaak komen
entrer dans le vif du sujet
72een handigheidje
une astuce
73voortdurend, te pas en te onpas
à toutes les sauces
74Dat wordt steeds gebruikelijker.
Ça devient monnaie courante.
75de schuld geven, uithalen naar
s'en prendre à
76dat gezegd hebbend
cela dit
77Nee hoor, dat denk ik in het geheel niet!
Loin de moi cette idée !
78Of niet. (uitdrukking van twijfel)
Ou pas !
79Dat is niet de vraag! (als iemand een oneigenlijk argument gebruikt)
Là n'est pas la question !
80het koorddansen
le funambulisme
821) Dat is riskant.
2) Dat is niet zo best.
Ça craint.
831) Dat is riskant.
2) Dat wordt lastig.
C'est chaud.
84Het is wel oké / acceptabel.
Ça passe.
85Komt goed. (3)
Ça va le faire.
Ça va marcher.
Ça va aller.
86Wat irritant! (5)
Ça me saoule !
Ça m'énerve !
Ça m'agace !
Ça me gonfle !
Ça me dérange !
87Ik heb geen zin/puf om ...
J'ai la flemme de ...
88Pas op! (fam.)
Fais gaffe !
89om er maar een paar te noemen
pour ne citer qu'eux
90de overhand krijgen/hebben
de overhand krijgen:
prendre le dessus
de overhand hebben:
avoir le dessus, l'emporter
92Dat is wel een beetje duur.
Ça fait un peu cher quand même.
93trouwens, tussen haakjes
au fait
94uitdrukking die aangeeft dat hetgeen gezegd wordt anders is dan de luisteraar of de spreker zelf zou verwachten. (In het eerste geval te vertalen met hoe dan ook, in het tweede geval met bij nader inzien.)
en fait
95Dat verklaart alles!
Tout s'explique !
96Ik begrijp er helemaal niks van! (2)
Tout cela me laisse perplexe !
Je suis perplexe !
97Hoe kan dat?
Comment ça se fait ?
98Dat zegt een hoop over ...
Ça en dit long sur ...
99Ik had een goede ingeving. / Er ging een lampje bij me branden.
J'ai eu un déclic.
100inderdaad
effectivement
101dientengevolge (soutenu)
par conséquent
102vanaf nu (3)
dores et déjà (soutenu)
désormais
à partir de maintenant
103een misdienaar, een aanhanger
un acolyte
104iemand overvallen (fig.)
prendre qqn au dépourvu
105Dat hoort niet.
Ça se fait pas.
106Ik ben helemaal op. (fysiek of mentaal)
Je suis au bout du rouleau.
107Weet ik nog niet. / Daar moet ik nog over nadenken.
Faut voir.
108Dat is oké voor mij.
Ça me va.
109geluk hebben (fam.)
avoir du bol
110Dat is overduidelijk!
Y'a pas photo !
111bovendien (2)
qui plus est, en plus
112Dat is vergeefse moeite.
C'est peine perdue.
113Mijn fout. / Sorry, ik heb me vergist.
Au temps pour moi.
114Dat staat hem onvermijdelijk te wachten. (Gaat meestal om iets negatiefs.)
Ça lui pend au nez.
115We spreken elkaar! (als afscheidsgroet) (2)
On se tient au courant !
On se rappelle !
116onmiddellijk (4)
tout de suite, aussitôt, dans la foulée, ni une ni deux
117Ik hoop het voor hem. (Maar we zullen zien hoe het uitpakt.)
Grand bien lui fasse !
118Ik heb het niet begrepen. (normaal spraakgebruik) (4)
Je n'ai pas compris.
Je n'ai pas saisi.
Je suis perdu.
Je suis dans le flou.
119Ik heb er niets van begrepen. (fam.) (4)
J'ai rien capté.
Je suis complètement largué.
J'y pige que dalle. (que dalle = rien du tout)
Je suis paumé. (= perdu)
120iets met voorzichtigheid beschouwen, iets niet zonder meer aannemen
prendre qqc avec des pincettes
121zij aan zij, schouder aan schouder, nek aan nek
coude à coude
12211 dagen voor de grote dag
J-11 avant le grand jour
123een handvol ...
une poignée de ...
124genieten, zijn hart ophalen
se régaler
125een schattige hond
un toutou
126proosten, klinken
trinquer
127znw: een laatkomer, achterblijver
bnw: achtergebleven, niet meer van deze tijd
(un) retardatair
128een besturingssysteem (van computers)
un système d'exploitation
129een pdf-viewer
une visionneuse de pdf
130onveranderlijk
immuable
131op een gegeven moment
au bout d'un moment