5verlangen naar, sterk willen
désirer
6een investering
un investissement
12de bouw, de aanleg
la construction
17het voorjaar
le printemps
18het transport
le transport
20prachtig, schitterend
merveilleux
24ontzeggen, ontnemen
priver
25waarschijnlijk
probablement
26wegsturen, terugsturen, weerkaatsen
renvoyer
27begroeten, toejuichen
saluer
32een praktijk, een kabinet
un cabinet
34een gang (in een huis), een rijstrook
un couloir
36een uitwisseling
un échange
38een vrucht, fruit
un fruit
39een flatgebouw
un immeuble
41een politieagent
un policier
42een top, een topontmoeting
un sommet
44een verzekering
une assurance
45een mededeling
une communication
46een verklaring, een aangifte
une déclaration
47een fase, een stap, een rit
une étape
48een mijn, een voorkomen
une mine
50een geboorte
une naissance