1ho mal di gola
ik heb keelpijn
2ho mal di testa
ik heb hoofdpijn
4questo è mio figlio
dit is mijn zoon
5questa è mia figlia
dit is mij dochter
6scusi, dov’è la pizzeria?
pardon, waar is de pizzeria?
7c’è una spiaggia qui vicino?
is er een strand in de buurt?
8puo parlare più lentamente per favore?
kan je langzamer praten alsjeblieft?
9mi puo aiutare?
kan je me helpen? (formeel)
10il centro è qui
het centrum is hier
11c’è ne una qui
hier is er heen
12sono di Milano
ik kom uit Milaan
14ancora una domanda
nog één vraag
15la seconda strada a sinistra
de tweede straat aan de linkerkant
16prego, buona giornata
graag gedaan, een fijne dag
17si, certo, dica
ja, zeker, zegmaar
18mi sono persa
ik ben verdwaald (f)
19la panetteria c'è un po lontano
de bakkerij is een beetje ver weg
20como si chiama?
hoe heet u?
21ha capito?
heeft u het begrepen?
22hai capito?
heb jij het begrepen?
23me lo indica sulla cartina
laat het me zien op de kaart
24ma adesso abito in stato uniti
maar nu woon ik in de verenigde staten
25sono qui in vacanza
ik ben hier op vakantie
26ho ancora una domanda
ik heb nog een vraag
27non ho capito
ik heb het niet begrepen
28cosa vuol dire … ?
wat betekent … ?
29abbastanza fácile
vrij gemakkelijk
30la pratica rende perfetti
oefening baart kunst (perfectie)
31sto imparando da due mesi
ik ben het twee maanden aan het leren
32allora, devo andare
nou, ik moet gaan
33in buco al lupo - crepi
veel succes - veel dank