Woordjes die ik niet weet tot les 10B

40 flashcardsby Sabrina
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
δεινός, δεινή, δεινόν
verschrikkelijk, geducht
2
εὑρίσκει
(hij) vindt, ontdekt, treft aan
3
θαυμάζω
bewonderen, zich verwonderen
4
κελεύω + acc. + inf.
bevelen, verzoeken, vragen om
5
νεκρός, ὁ
lijk, dode
6
ἔργον, τό
werk, daad
7
σωτηρία, ἡ
redding, behoud
8
ἡμᾶς
ons
9
μου, ἐμοῦ
(van) mij, mijn
10
πάλιν
1. weer, opnieuw
2. terug
11
χαίρω (+ dat.)
blij zijn (met), zich verheugen (over)
12
μετὰ ταῦτα
na dit, daarna
13
αἴτιος + gen.
verantwoordelijk voor, schuldig aan
14
ἐγείρω
(op)wekken, wakker maken
15
ὕπνος, ὁ
slaap
16
μετέχω + gen.
deelhebben aan, deelnemen aan
17
νομίζω
+ 2 acc.
1. menen
2. beschouwen als, vinden
18
περί + gen.
om, over
19
πίπτω, aor. ἔπεσον
vallen
20
πλήν + gen.
behalve
21
τυγχάνω, aor. ἔτυχον
1. treffen
2. krijgen
22
φροντίζω + gen.
zich bekommeren om
23
ὥσπερ
zoals
24
συμφορά, ἡ
1. gebeurtenis
2. ongeluk
25
ἀγγέλλω, aor. ἤγγειλα
berichten, melden
26
κωλύω (+ inf.)
verhinderen, beletten (om)
27
ἄγγελος, ὁ
bode
28
ἄθλιος
ongelukkig
29
πάντες (πάντων)
alle(n)
30
νοῦς, ὁ
geest, verstand
31
ἀρέσκω + dat.
bevallen aan, in de smaak vallen bij
32
ἄξιος + gen.
waard, waardig
33
δεῦρο
hier(heen)
34
ἄριστος
1. beste
2. zeer goed
35
ἐγγύς + gen.
dichtbij
36
ἕτοιμος (+ inf.)
bereid, gereed, klaar (om te)
37
εὐδαίμων (εὐδαίμονος)
gelukkig
38
καθίζω
(gaan) zitten
39
πείθω
overtuigen, overreden
40
δεῖπνον, τό
maaltijd
Study all 40 cards for free