1kenmerk lyriek : subjectief
lyriek ontstaat vanuit de persoonlijke gevoelens van de dichter / muzikant - het publiek kan de eventuele boodschap op zijn eigen manier interpreteren
2kenmerk lyriek: gevoel overheerst
gevoel (emotie) en stemming zijn belangrijk: lyriek ontstaat vanuit dit gevoel en stemming - het doel is om hetzelfde gevoel en stemming op te wekken bij het publiek
3kenmerk lyriek: zinsbouw
klank en ritme zijn belangrijke elementen in de lyriek: er wordt gespeeld met rijm, stijlfiguren en ritme om het geheel goed te laten klinken - zinsbouw is meestal eenvoudig: mensen kunnen het gedicht / liedje makkelijk onthouden en gebruiken
4proza
zinnen vormen samen een alinea - lopen over de gehele bladbreedte - rijmen niet - afwisselende zinslengtes: lange en korte
5poëzie
versregels vormen samen een strofe - lopen niet over de gehele bladbreedte - hebben meestal dezelfde lengte - hebben vaak een vast rijmschema
6doel van proza
informatie overbrengen
7doel van poëzie
ontroering opwekken
8thema van een gedicht
antwoord op de vraag waarover het gedicht gaat - meestal een abstract woord
9tussen strofen
meestal een witregel
19reden dat de dichter kiest voor een enjambement
nadruk leggen op bepaalde woorden - rijm vereenvoudigen - ritme van het gedicht benadrukken
20enjambement = voorbeeld van metrum
doordat het einde van de versregel niet samenvalt met een natuurlijke pauze
21doel van een rijm: sfeerschepping
door een bepaald ritme te creëren, schep je ook sfeer
22doel van een rijm: eenheid en structuur
woorden worden met elkaar verbonden, op die manier kan je het gedicht / liedje makkelijk onthouden
23vrij vers
gedicht dat geen rijm in het vers bevat
24voorrijm
rijm aan het begin van 2 opeenvolgende versregels
25binnenrijm
woorden klinken hetzelfde binnen een versregel
26eindrijm
rijm aan het einde van 2 opeenvolgende versregels
27rijmschema's
slagrijm - gepaard rijm - gekruist rijm - omarmend rijm
32mannelijk rijm
laatste lettergreep wordt beklemtoond
33vrouwelijk rijm
beklemtoonde lettergeep wordt gevolgd door een onbeklemtoonde lettergreep
34glijdend rijm
beklemtoonde lettergreep wordt gevolgd door (minstens) 2 onbeklemtoonde lettergrepen
35beklemtoond = ... / onbeklemtoond = ...
- / v
36lettergreep bevat altijd + enkel dit kan beklemtoond zijn
klinker
37altijd onbeklemtoond
doffe e
38bepaald het rijm
laatste woord
39alliteratie (vaak bij)
reclame
40metrum = niet natuurlijk, maar
door de dichter gerealiseerd, is over nagedacht - vast ritmepatroon
41metafoor = vorm van
beeldspraak
42overdrijving = vorm van
ironie
43metonymie = vorm van
figuurlijk taalgebruik
44verschillende vormen van metonymie
deel voor het geheel - geheel voor het deel - maker voor het gemaakte - voorwerp voor de inhoud