2άρετη
de degelijkheid; de moed
3άρχη
het begin; de heerschappij
6γνωμη
het inzicht; het verstand
7δικη
het recht; het vonnis
11κορη
het meisje; de maagd
12μαχη
de strijd; het gevecht
14σπουδη
de ijver; de haast
15σωφροσυνη
het gezond verstand; de zelfbeheersing
16τεχνη
de vaardigheid; de kunst
17τιμη
de eer; het eerbewijs
19τυχη
het lot; het toeval