Substantieven δουλοσ

54 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
άγγελοσ
de bode; de gezant
2
άδελφοσ
de broer
3
άνεμοσ
de wind
4
άνθρωποσ
de mens
5
βιοσ
het leven
6
βωμοσ
het altaar
7
δημοσ
het volk
8
δομοσ
het huis
9
δουλοσ
de slaaf
10
ένιαθτοσ
het jaar
11
επαινοσ
de lof; de felicitatie
12
`εταιροσ
de kameraad
13
`ηλιοσ
de zon
14
θανατοσ
de dood
15
θεοσ
de god
16
ίατροσ
de dokter
17
`ιπποσ
het paard
18
κινδυνοσ
het gevaar
19
κοσμοσ
de orde;het sieraad
20
λιθοσ
de steen
21
λογοσ
het woord; het verhaal; de boodschap; de redenering
22
μισθοσ
het loon; de soldij
23
μυθοσ
het woord; het verhaal
24
νεκροσ
het lijk
25
νησοσ
het eiland
26
νομοσ
het gebruik; de gewoonte; de wet
27
νοσοσ
de ziekte
28
`οδοσ
de weg; de reis
29
οίκοσ
het huis
30
οίνοσ
de wijn
31
`ορκοσ
de eed
32
ούρανοσ
de hemel
33
όφθαλμοσ
het oog
34
πολεμοσ
de oorlog
35
πονοσ
de inspanning; de last
36
ποντοσ
de zee
37
ποταμοσ
de rivier
38
σιτοσ
het graan
39
στρατηγοσ
de aanvoerder; de generaal
40
στρατοσ
het leger(kamp)
41
συμμαχοσ
de bondgenoot
42
ταφοσ
de begrafenis; het graf
43
τοποσ
de plaats
44
τροποσ
de wijze; de manier; het karakter
45
τυραννοσ
de (alleen)heerser
46
`υιοσ
de zoon
47
φιλοσ
de vriend
48
φοβοσ
de schrik; de angst
49
φονοσ
de moord
50
χαλκοσ
het brons; het bronzen voorwerp
51
χοροσ
de koordans; het koor
52
χρονοσ
de tijd
53
χρυσοσ
het goud; het gouden voorwerp
54
ψηφοσ
het stemsteentje; de stem
Study all 54 cards for free