1άγγελοσ
de bode; de gezant
11επαινοσ
de lof; de felicitatie
19κοσμοσ
de orde;het sieraad
21λογοσ
het woord; het verhaal; de boodschap; de redenering
22μισθοσ
het loon; de soldij
23μυθοσ
het woord; het verhaal
26νομοσ
het gebruik; de gewoonte; de wet
35πονοσ
de inspanning; de last
39στρατηγοσ
de aanvoerder; de generaal
42ταφοσ
de begrafenis; het graf
44τροποσ
de wijze; de manier; het karakter
45τυραννοσ
de (alleen)heerser
48φοβοσ
de schrik; de angst
50χαλκοσ
het brons; het bronzen voorwerp
51χοροσ
de koordans; het koor
53χρυσοσ
het goud; het gouden voorwerp
54ψηφοσ
het stemsteentje; de stem