Deel 2 - liquiditeit

40 flashcardsby Aurélie
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
liquiditeit
heeft betrekking op mate waarin onderneming in staat is haar financiële verplichtingen op korte termijn te voldoen
2
maatstaven om liquiditeit te bekijken
nettobedrijfskapitaal : curent ratio en quick ratio
behoefte aan nettobedrijfskapitaal : aantal dagen voorraad, aantal dagen klantenkrediet en aantal dagen leverancierskrediet
nettokas/nettothesaurie
3
nettobedrijfskapitaal
is dat gedeelte van permanente financieringsmiddelen dat ter beschikking blijft van de onderneming na financiering van aangepaste vaste activa
4
liquiditeitsbuffer
wanneer de financieringsbronnen op lange termijn de vaste activa overtreffen, beschikt de onderneming over een liquiditeitsbuffer die kan worden aangewend om ook een deel van de vlottende activa te fianncieren, deze buffer noemt men het nettobedrijfskapitaal of werkkapitaal
5
positief nettobedrijfskapitaal
het permanent vermogen overtreft de vaste activa, waardoor een deel van de vlottende activa eveneens met permanent vermogen wordt gefinancierd
dit deel komt overeen met het positieve nettobedrijfskapitaal dat als liquiditeitsbuffer optreedt indien een onderneming niet tijdig of moeilijk haar aangepaste vlottende activa kan realiseren
er is een liquiditeitsbuffer die als veiligheidsmarge fungeert indien de onderneming niet tijdig of moeilijk aangepaste vlottende activa kan realiseren
6
negatief nettobedrijfskapitaal
het permanent vermogen volstaat nie tom de vaste activa te financieren
voor een deel dat overeenkomt met het negatieve nettobedrijfskapitaal moet vreemd vermogen op korte termijn worden aagewend voor de financiering van vaste activa
aangepaste vaste activa worden gefinancierd met kortlopende financieringsmiddelen op KT, onderneming kan in moeilijkheden geraken
7
stijging NBK
toename permanente financieringsmiddelen: verhoging inbreng, leningen aangaan op LT, resrvering
of
afname aangepaste vaste activa: afschrijvingen, desinvesteringen
8
daling NBK
afname permanente financierignsmiddelen: terugbetaling inbreng, aanwending reserves, aflossen leningen op LT
of
toename aangepaste vaste activa: investeringen
9
nettobedrijfskapitaalbehoefte of behoefte aan werkkapitaal
is het verschil tussen bedrijfscyclische behoeften en bedrijfscyclische middelen
10
bedrijfscyclische behoeften
financiële middelen die onderneming nodig heeft om aangekochte of geproduceerde voorraden en handelsvorderingen voor te financieren
11
bedrijfscyclische middelen
middelen om bedrijfscyclische behoeften te financieren
12
optimale situatie bij nettobedrijfskapitaalbehoefte
negatieve behoefte : geen behoefte aan nettobedrijfskapitaal
13
bedrijfscyclische behoeften > bedrijfscyclische middelen
geen spontane financiering van KT operationele activa door KT operationele passiva
onderneming heeft nood aan bijkomende financieringsmiddelen
14
bedrijfscyclische behoeften < bedrijfscyclische middelen
spontane financiering van KT operationele activa door KT operationele passiva
geen behoefte aan nettobedrijfskapitaal
optimale situatie!
15
bedrijfscyclus of exploitatiecyclus
is geheel van handelingen vanaf aankoop van grondstoffen of handelsgoederen tot en met inning van vordering tegenover klant
16
nettothesaurie
is hetgeen de onderneming aan kas en geldmiddelen heeft en kasequivalenten
is het verschil tussen NBK en BBK
17
beste situatie
NBK > 0 en BBK < 0
18
slechtste situatie
NBK < 0 en BBK > 0
19
nettothesaurie verbeteren op LT
afstoten vaste activa
kapitaalverhoging of verhoging van de inbreng
reservering
wisntoverdracht
herstructurering van schulden
20
nettothesaurie verbeteren op KT
voorraadbeheer
klantenkrediet
leverancierskrediet
21
current ratio
is liquiditeit in ruime zin
is gelijk aan dekking van vreemd vermogen op KT door aangepaste vlottende activa
is een getal zonder eenheid!
zien we liefst zo groot mogelijk
22
NBK < 0 --> current ratio < 1
aangepaste vlottende activa onvoldoende om VVKT te deken
23
NBK > 0 --> current ratio > 1
aangepaste vlottende activa voldoende om VVKT te dekken (= liquiditeitsbuffer)
24
NBK = 0 --> current ratio = 1
aangepaste vlottende activa net voldoende om VVKT te dekken
25
gezonde liquiditeitspositie
current ratio tussen 1 en 1.5
26
quik ratio = acid test ratio = liquiditeit in enge zin
is gelijk aan dekking van vreemd vermogen op korte termijn door aangepaste vlottende activa, zonder rekening te houden met voorraden en overlopende rekeningen
27
quick ratio = 1
beperkte vlottende activa net voldoende om VVKT te dekken
28
quick ratio < 1
beperkte vlottende activa onvoldoende om VVKT te dekken
29
quik ratio > 1
beperkte vlottende activa voldoende om VVKT te dekken (=liquiditeitsbuffer)
30
voorraadrotatie
geeft aan hoeveel maal de voorraad gedurende een bepaalde periode gemiddeld werd verkocht of gebruikt
* voorraadrotatie zo groot mogelijk, dus het aantal dagen voorraad zo klein mogelijk
31
aantal dagen voorraad
is gemiddelde duur dat goederen of materialen op voorraad liggen vooraleer ze worden verkocht of opgenomen in het productieproces
32
toename voorraadrotatie
voordelen
- vermindering van bepaalde kosten
- daling van onverkoopbare voorraden want kwaliteit wordt niet aangetast door lange stockagetijden

nadelen
- mogelijks kortingen toegestaan om rotatie te verhogen
- mogelijks stockage van kleinere hoeveelheden waardoor aankoopprijs stijgt
33
gemiddelde opslagduur
is de gemiddelde duur in dagen vooraleer de voorraad wordt verkocht
34
rotatie handelsvorderingen
geeft aan hoeveel maal handelsvorderingen gedurende bepaalde periode werden vernieuwd
35
aantal dagen klantenkrediet
gemiddelde tijdsduur die verloopt tussen het ontstaan van handelsvorderingen en inning ervan
* aantal dagen liefst zo laag mogelijk, je ziet je klantenkrediet liefst zo hoog mogelijk
36
rotatie van handelsschulden
geeft aan hoeveel maal handelsschulden gedurende bepaalde periode werden vernieuwd
37
aantal dagen leverancierskrediet
gemiddeld aantal dagen dat verloopt tussen het ogenblik van aankopen van HS, GS en HG en van DDG en de betaling ervan door de onderneming
* liefst zo hoog mogelijk
38
toename van leverancierskrediet
vermindert behoefte aan nettobedrijfskapitaal wat gunstig effect kan hebben op nettotheasaurie
39
afname van leverancierskrediet
vermeerdert behoefte aan nettobedrijfskapitaal wat ongunstig effect kan hebben op nettotheasaurie
40
kascyclus
stemt overeen met te financieren periode van een onderneming
* liefst een negatief getal
Study all 40 cards for free