2l’association (f)
de vereniging
5le développement
de ontwikkeling
6l’objectif (m)
de doelstelling, het doel
7la solidarité
de solidariteit
15s’adresser à
zich richten tot
18l'état d'esprit (m)
de gemoedstoestand
19la générosité
de vrijgevigheid
21faire appel à
een beroep doen op
22relever un défi
een uitdaging aangaan
24le bien-être
het welzijn
26le réfugié, la réfugiée
de vluchteling
27défavorisé, défavorisée
benadeeld, minder begunstigd
28exclu, exclue
uitgesloten
29précaire
onzeker, kwetsbaar
31l’action caritative
de liefdadigheidsactie
32la collecte d’argent
de geldinzameling
33la contribution
de bijdrage
35l’engagement (m)
het engagement, de inzet
37la mobilisation
de mobilisatie, de inzet
38le soutien
de steun, de ondersteuning
40collecter des fonds
geld inzamelen
41combattre
bestrijden, vechten tegen
42contribuer à
bijdragen tot
43faire un don
een gift doen
44intervenir
tussenkomen, handelen
45lutter contre
vechten tegen, strijden tegen
46lutter pour
vechten voor, strijden voor
48se mobiliser
zich mobiliseren
49s’engager
zich engageren, zich inzetten
52la banque alimentaire
de voedselbank
53le bénévolat
het vrijwilligerswerk (spontaan)
54le, la bénévole
de vrijwilliger, de vrijwilligster (spontaan)
55la bonne cause
het goede doel
56la charité
de goede werken, het liefdadigheidswerk
57l’ONG (organisation non gouvernementale)
de ngo (niet gouvernementele organisatie)
58le, la volontaire
de vrijwilliger, de vrijwilligster (gevraagd)
59caritatif, caritative
liefdadigheids-
61faire du bénévolat
vrijwilligerswerk doen (spontaan)
62mettre sur pied
op poten zetten