LATIJN LES 8

68 flashcardsby Sabrina
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
laudo (laudare)
prijzen
2
hostis, hostem
vijand
3
antea
vroeger
4
soleo (solere)
de gewoonte hebben
5
puer, puerum
jongen
6
nobilis, nobile
aanzienlijk, van hoge afkomst
7
erat
hij was
8
olim
ooit, eens, vroeger
9
dormio (dormire)
slapen
10
postquam
nadat
11
intro (intrare)
binnengaan
12
territus, territa, territum
verschrikt
13
clamor, clamorem
geschreeuw, lawaai
14
excito (excitare)
opwekken, opjagen
15
propero (properare)
zich haasten
16
ibi
daar
17
video, vidi (videre)
zien
18
cum
toen, wanneer
19
caput (o)
hoofd
20
flamma
vlam
21
appareo, apparui (apparere)
verschijnen
22
servus
slaaf
23
eos
hen, deze(n), die
24
veto, vetui (vetare)
verbieden
25
intellego, intellexi (intellegere)
begrijpen
26
inquit
zegt, zei hij
27
cur
waarom
28
maximus, maxima, maximum
grootste, zeer groot
29
isignis, insigne
opvallend, bijzonder, bekend
30
ut
(zo)als
31
noster, nostra, nostrum
onze, (van) ons
32
totus, tota, totum
(ge)hele
33
covoco (covocare)
bijeenroepen
34
dico, dixi (dicere)
zeggen
35
ipse, ipsa, ipsum
zelf
36
ardeo, arsi (ardere)
branden, in brand staan
37
cognosco, cognovi (cognoscere)
leren kennen, vernemen
38
amitto, amisi (amittere)
verliezen
39
accipio, accepi (accipere)
1. ontvangen, verkrijgen 2. vernemen
40
curro, cucurri (currere)
rennen
41
capio, cepi (capere)
pakken, nemen
42
convenio, conveni (convenire)
samenkomen
43
mulier, mulierem
vrouw, echtgenote
44
venio, veni (venire)
komen
45
liber (mv. libri)
boek
46
fero, tuli (ferre)
dragen, brengen, verdragen
47
paratus, parata, paratum
voorbereid, gereed, bereid
48
divinus, divina, divinum
goddelijk
49
pretium
prijs
50
quaero, quaesivi (quaerere)
zoeken, vragen
51
nimius, nimia, nimium
te veel, te groot
52
posco, poposci (poscere)
eisen, vragen
53
rideo, risi (ridere)
lachen
54
puto (putare)
menen, vinden, beschouwen als
55
pono, posui (ponere)
plaatsen, neerleggen
56
tres
drie
57
impono, imposui (imponere)
plaatsen op, leggen op
58
reliquus, reliqua, reliquum
overig
59
emo, emi (emere)
kopen
60
idem
dezelfde, hetzelfde
61
peto, peti(v)i (petere)
vragen, streven naar
62
magis
meer
63
eam
haar, deze, die
64
alius, alia, aliud
ander
65
incendo, incendi (incendere)
in brand steken
66
rursus
weer, terug
67
tandem
tenslotte, (uit)eindelijk
68
nusquam
nergens
Study all 68 cards for free