LATIJN LES 14

39 flashcardsby Sabrina
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
mox
weldra, snel daarna
2
posterus, postera, posterum
volgend
3
diu
lange tijd
4
fama
1. gerucht 2. reputatie
5
vacuus, vacua, vacuum
leeg
6
annus
jaar
7
infero, intuli
1. brengen naar 2. veroorzaken, aandoen
8
primo
eerst
9
magnitudo, magnitudinis
grootte, omvang
10
lingua
1. tong 2. taal
11
pietas, pietatis
plichtsgevoel, liefde, trouw
12
se
hij, zij, zij, zich
13
iit (perf)
is gegaan, ging
14
ostendo, ostendi (ostendêre)
tonen, laten zien
15
it (praes)
gaat
16
detraho, detraxi ( detrahêre)
ervan afrukken, wegnemen
17
terra
aarde, grond, land
18
nudus, nuda, nudum
naakt
19
collum
nek
20
tollo, sustusli (tollêre)
1. optillen, opheffen 2. wegnemen
21
ferme
ongeveer
22
venenum
vergif, gif(drank)
23
quaedam
een zekere
24
haec
deze
25
refero, rettuli (referre)
1. terugbrengen 2. berichten, rapporteren
26
confirmo (confirmare)
bevestigen, verzekeren
27
auctor, auctoris
1. ontwerper 2. schrijver, zegsman
28
deprehendo, deprehendi (deprehendêre)
grijpen, betrappen
29
nisi
1. als niet, tenzij 2. behalve
30
fere
bijna, ongeveer
31
deduco, deduxi ( deducêre)
wegleiden
32
damno (damnare)
veroordelen
33
viginti
twintig
34
publicus, publica, publicum
openbaar, algemeen
35
ac
en
36
herba
gras, kruid
37
gero, gessi (gerêre)
dragen
38
pario, peperi (parêre)
baren, voortbrengen
39
opprimo, oppressi (opprimêre)
onderdrukken
Study all 39 cards for free