1mitto, misi (mittêre)
sturen, zenden
2iubeo, iussi (iubêre)
bevelen
3addo, addidi (addêre)
toevoegen
6longus, longa, longum
lang
10caveo, cavi (cavêre)
op zijn hoede zijn voor, oppassen voor
11accendo, accendi (accendêre)
in brand steken, aansteken
12dolor, doloris (mnl.)
pijn, verdriet
13dimitto, dimisi (dimittêre)
wegsturen, laten gaan
14respondeo, respondi (respondêre)
antwoorden
15moveo, movi (movêre)
bewegen, verplaatsen, indruk maken op, ontroeren
20moneo, monui (monêre)
waarschuwen
21perdo, perdidi (perdêre)
te gronde richten, verliezen
22dexter, dextra, dextrum
rechts, rechter-
23paulo post
korte tijd later