Hoofdstuk 7: Virussen

58 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
erfelijk materiaal
bevat informatie over de kenmerken van het organisme
2
erfelijk materiaal kenmerk
belangrijkste deel van een virus
3
erfelijk materiaal bestaat uit
kernzuren: DNA en RNA
4
gen
bevat informatie over de vorming van een eiwit
5
genen bestaan uit een
code
6
eiwitmantel bestaat uit
kleinere eiwitten: spike-eiwitten / spikes
7
kenmerk enveloppe
virussen hebben dit niet altijd
8
indeling virussen o.b.v.
het soort organisme dat ze infecteren (gastheer)
9
kenmerk gastheer van een virus
specifieke / vaste gastheer
10
plantenvirus: vorm
staafvormig
11
dierlijk virus: vorm
bolvormig
12
bacteriofaag: vorm
6-hoekige structuur met extra eiwitten om zich vast te zetten op de cel
13
plantenvirus: kenmerken
oorzaak van allerlei ziektes in de land- en tuinbouw
14
dierlijk virus: kenmerken
vallen mensen en dieren aan
15
bacteriofaag: kenmerken
infecteren een bacteriële cel - grootste groep onder de virussen
16
vermenigvuldiging van een virus
m.b.v. een levende cel
17
virus = ... parasiet
verplicht / obligaat
18
vormen van virusreplicatie
lytische + lysogene fase
19
lytische fase: 1
virus hecht zich met zijn eiwitmantel vast aan een specifieke gastheercel
20
lytische fase: 2
bacteriofaag injecteert zijn nucleïnezuur in de cel bij de infectie
21
lytische fase: 3
cel wordt gedwongen om het erfelijk materiaal van het virus op te nemen
22
lytische fase: 4
aanwezigheid van het viraal DNA blokkeert de gewone werking van de cel: gastheercel moet DNA / RNA van het virus lezen en tot expressie brengen
23
tot expressie brengen
eiwitten van maken
24
lytische fase: 5
cel maakt nieuw genetisch materiaal + vormt eiwitten voor de spikes
25
lytische fase: 6
spikes in de geïnfecteerde cel rangschikken zich in een mantel rond het nieuwe erfelijke materiaal van het virus
26
lytische fase: 7
er worden nieuwe bacteriofagen samengesteld
27
lytische fase: 8
gastheercel wordt gevuld met nieuwe virussen
28
lytische fase: 9
gastheercel barst open: nieuw gevormde virussen zwermen uit + kunnen nieuwe cellen infecteren
29
kenmerk lytische fase
bacteriële cel sterft altijd
30
lysogene fase: 1
virus hecht zich met zijn eiwitmantel vast aan een specifieke gastheercel
31
lysogene fase: 2
bacteriofaag injecteert zijn nucleïnezuur in de cel bij de infectie
32
lysogene fase: 3
cel wordt gedwongen het erfelijk materiaal van het virus op te nemen
33
lysogene fase: 4
insertie (DNA virus opgenomen in DNA bacterie)
34
elke keer als de bacterie deelt na insertie
profaag-DNA + bacteriële DNA worden verdubbeld
35
lysogene fase: 5
excisie (DNA virus komt terug vrij)
36
lysogene fase: 5 kenmerk
deze fase komt niet altijd voor
37
lysogene fase: na stap 5
nieuwe lytische fase kan starten
38
kenmerk lysogene fase
bacteriële cel sterft niet, maar kan veranderen
39
oorzaak van meerdere bij de mens vaak voorkomende ziektes
virale infectie
40
vorming koortsblaasjes: 1
herpesvirus plaatst ongemerkt zijn erfelijk materiaal in dat van de gastheer
41
vorming koortsblaasjes: 2
bij elke celdeling van een aangetaste cel deelt het viraal materiaal mee = alle nieuwe cellen bevatten dit deel van het virus
42
vorming koortsblaasjes: 3
het viraal DNA kan vrijkomen uit het DNA van de gastheer onder bepaald omstandigheden (koorts, stress, verzwakking ...)
43
vorming koortsblaasjes: 4
bij een uitbarsting: gastheercellen beginnen nieuwe virussen aan te maken + er verschijnen typische koortsblaasjes
44
vorming koortsblaasjes: 4 kenmerk
de gastheer is besmettelijk op dit moment
45
overdracht koortsblaasjes
rechtstreeks en onrechtstreeks
46
kenmerk koortsblaasjes
sommige mensen hebben dit nooit
47
gevolg mazelen
kinderen kunnen hier erg ziek van zijn (sommige merken hier weinig / niets van)
48
symptomen mazelen
hoge koorts - later stadium: rode huiduitslag in het gezicht die zich over het hele lichaam verspreidt
49
kenmerk mazelen
besmettelijk, maar genezen vanzelf - immuun na 1e besmetting (krijgt de ziekte slechts 1 keer) - soms ernstige bijverschijnselen
50
bijverschijnselen van de mazelen
oor-, long-, hersenvliesontsteking - soms zelfs dodelijke bijverschijnselen
51
kenmerken virussen
snel, klein en taai + bestand tegen extreme droogte en uitzonderlijke temperaturen + reageren weinig / niet op medicatie
52
lichaam tegen virussen kenmerken
verdedigingssyteem van ons lichaam - meeste virale aandoeningen kun je slechts 1 keer oplopen
53
vacin niet bij elk virus
eiwitten van sommige virussen veranderen: vacin herkent ze niet meer
54
niet iedereen besmet met een virus vertoont
ziekteverschijnselen
55
alle virussen zijn
ziekteverwekkers / doden hun gastheer
56
ecologisch voordeel virussen
grote populaties binnen de perken houden
57
toepassingen van virussen in de geneeskunde
vaccins maken - gentherapie - faagtherapie
58
voordeel faagtherapie in vergelijking met antibiotica
doodt een specifieke bacterie
Study all 58 cards for free