1absolutisme (situering)
ca. 1650 - 1800 - overal in Europa
2absolutisme nieuw in de VMT?
nee - continuïteit: ook in de laatste periode van de ME
3Nicollo Machiavelli
humanist en politieke denker die vorsten met absolute macht wilde (inspiratie KO: Romeinse keizers)
4Frans kroondomein ca. 1000
klein: ME vorsten hadden niet veel macht (feodaliteit)
5Frans kroondomein ca. 1500
groot
6kroondomein
plek waar de koning nog effectief regeert
7Frans kroondomein
Ile de France
8voorbereiding absolutisme in de hoge ME
centralisatie (centrale instellingen - door Bourgondische hertogen)
9mislukking absolutisme in de hoge ME
geldgebrek: geld nodig om oorlog te voeren -> vorst afhankelijk van leenmannen: zij hadden troepen
10centralisatiepolitiek doorvoeren (Lodewijk XIV en tijdgenoten)
1 persoon voert alle macht vanuit 1 plaats - macht van de adel breken (vijanden te baas zijn)
11macht van de adel breken op 3 manieren
hofadel - macht over verschillende provincies - buskruit
12macht adel breken: hofadel
adel uitnodigen naar Versailles + job geven waarvoor ze betaald werden + gratis verblijf -> controle door vijanden dichtbij te houden
13macht adel breken: macht over verschillende provincies
door plaatselijk geschoolde ambtenaren (3e stand) = macht van de vazallen beperken
14macht adel breken: buskruit
adel met ridderlegers werden overbodig + Lodewijk XIV bouwde een beroepsleger
15beroepsleger tov huurlingen
altijd paraat, veel geld - niet altijd betrouwbaar, moet worden samengesteld
16staatsschulden doordat
vorsten worden rijker, maar uitgaven zijn groter
17belangrijkste uitgavenposten
beroepsleger, hofadel
18vorsten rijker vanaf VMT
1500: ° wereldhandel = welvaart stijgt
19gevolg stijgende welvaart
boetes, belastingen, pachtprijzen stijgen = reden voor de Franse Revolutie
20inkomsten van absolute vorsten (zoals ME voorgangers - nieuwe manier)
belastingen, boetes, lenen/verpachten - mercantilisme
21absolutisme door Lodewijk XIV en tijdgenoten: politiek
centralisatiepolitiek
22absolutisme door Lodewijk XIV en tijdgenoten: economisch
mercantilisme
23absolutisme door Lodewijk XIV en tijdgenoten: cultureel
eenheid creëren
24mercantilisme
nieuw economisch systeem om extra geld te krijgen, bedacht door Jean-Baptiste Colbert in Frankrijk
25Jean-Baptiste Colbert
minister van Financiën ten tijde van Lodewijk XIV
26activiteit die een leidende rol had in het mercantilisme
handel
27positieve / gunstige handelsbalans
export hoog, import laag
28bereiken van een gunstige handelsbalans
afgewerkte producten: hoge kwaliteit, lage prijs, exclusief (enkel daar verkrijgbaar)
29gunstige handelsbalans: lage prijzen door
massaproductie: aanbod hoog, prijs laag
30gunstige handelsbalans: kwalitatieve producten door
arbeidsverdeling: iedereen doet een deel van het productieproces -> mensen worden specialist in hun deel, dus kwaliteit stijgt = manufactuur
31manufactuur
arbeiders voeren op 1 plaats, handmatig een specifiek deel van het productieproces uit
32gunstige handelsbalans: grondstoffen
zelf bijhouden (niet exporteren) + van kolonies (= 'gratis' grondstoffen halen) -> enkel eindproducten verkopen
33staatsinmenging
tussenkomst van de overheid in de economie - bv. invoertaksen: prijzen van producten uit het buitenland verhogen
34protectionisme
bescherming van de eigen economie
35Europese vorsten streefden naar eenheid
eenheid zorgt voor controle: je ziet wie anders is, niet deugd
36eenheid bereiken door
1 geloof, taal en vorst
37eenheid bereiken: 1 geloof
staatsgodsdienst - koning = plaatsvervanger van God, koning zet zichzelf boven de paus
38staatsgodsdienst
iedereen moet hetzelfde geloof hebben, anders word je vervolgd
39eenheid bereiken: 1 taal
absolute vorsten zorgen voor een standaardtaal = eenheidstaal
40eenheid bereiken: 1 vorst
persoonsverheerlijking: bijnamen -> Lodewijk XIV liet zich voorstellen als de zonnekoning
41kunst en geloof gebruikt als
propagandamiddel
42absolutisme van het Goddelijk recht
vorst heeft de goedkeuring van God gekregen
43absolutisme door Lodewijk XIV en tijdgenoten: sociaal
adel en clerus profiteren van het volk - volk gaat gebukt onder clerus en adel
443 moeilijkheden van absolute vorsten bij het uitoefenen van de absolute macht
traditie - communicatie + transport - vijanden
45moeilijkheid bij absolutisme: traditie
gewoonterecht: gewoontes die al jarenlang worden gevolgd, worden niet zomaar gebroken
46moeilijkheid bij absolutisme: communicatie + transport
alles verliep zeer traag (zandwegen): het duurde heel lang voordat informatie over het land verspreid was
47moeilijkheid bij absolutisme: vijanden
absoluten vorsten hadden veel vijanden: adel, protestanten, het volk, verlichte denkers ...
48verlichting
nieuwe filosofie ° in de 18e eeuw in West-Europa
49filosofie
manier van denken
504 kenmerken van verlichte denkers
kijken niet meer naar de KO - rationele denkers - zeer kritisch (nog meer dan humanisten) - voortgangsoptimisten: hebben revolutionaire gedachten
51rationele denkers
nemen enkel aan wat het verstand kan verklaren
52voortgangsoptimisten - revolutionaire gedachten
geloven in verandering in de toekomst - geloven dat ze aspecten uit de maatschappij kunnen veranderen + durven op straat komen
53salon
ontmoetingsplek / ontvangstruimte waar verlichte geesten elkaar ontmoeten
54wie waren de verlichte geesten / filosofen
het volk (3e stand) maar de rijkere
55standenmaatschappij: adel + hoge clerus
bevooroordeeld: politieke en juridische macht, geen belastingen
56standenmaatschappij: lage clerus + 3de stand
niet bevooroordeeld: geen politieke en juridische macht, wel belastingen
57frustratie burgers + gevolg
welvarend / rijk, want economisch actief -> grote belastingsbetalers + spilfiguren in het mercantilistisch systeem, maar geen politieke macht : verlichte ideeën want geld en tijd
58groei van de verlichting uit de humanistische traditie
humanisme -> wetenschappelijke revolutie ook in de maatschappij = verlichting
59wetenschappelijke revolutie
rationeel (met verstand) + empirisch (met zintuigen) denken - 17e eeuw
60overeenkomsten humanisme en verlichting
kritische denkers - filosofische methodes
61verschillen humanisme en verlichting
andere periode (hebben elkaar niet gekend) - humanisten: inspiratie uit KO / verlichten: rationele denkers - verlichters willen verandering in de toekomst
62verlichtingsidealen: Locke
natuurlijke rechten - overheid / leiders waken over onze rechten - rechtstaat die burgerrechten garandeert in een grondwet - recht op verzet als overheid / leiders de rechten niet beschermen
63burgerrechten
rechten die niet kunnen worden afgenomen / geschonden
64verlichtingsidealen: Rousseau
volkssoevereiniteit - volk leent haar macht aan de leiders
65volkssoevereiniteit
macht van de staat ligt bij het volk
66verlichtingsidealen: Montesquieu
democratische staatsvorm met verkiezingen - scheiding der machten
67scheiding der machten
wetgevende - uitvoerende - rechterlijke macht
68basisprincipe van de rechtstaat
enkel vrij als niemand jouw vrijheid kan bedreigen / inperken - grenzen die je vrijheid beperken, dus die van anderen garanderen - rechtstaat met een grondwet om grenzen te maken die voor iedereen gelden
69wetgevende macht (wie - aangesteld door - wat)
parlement - verkozen door burgers - wetten goedkeuren
70uitvoerende macht (wie - wat)
regering (+ koning / president) - wetten uitvoeren (aanwezig in het parlement maar niet veel te zeggen)
71rechterlijke macht (wie - aangesteld door - wat)
rechtbanken (rechters) - regering - mensen straffen die de wet niet naleven
72regering
7 Vlaamse + 7 Waalse ministers + 1 premier
73probleem + oplossing volgens verlichte denkers: politiek
onvrijheid / machtswillekeur + rechtstaat obv grondwet - absolutisme + volkssoevereiniteit -> parlementarisme / scheiding der machten
74probleem + oplossing volgens verlichte denkers: sociaal
gelaagde samenleving + gelijkheid
75probleem + oplossing volgens verlichte denkers: economie
overheidsregulering + vrije markt
76probleem + oplossing volgens verlichte denkers: cultuur
staatsgodsdienst + godsdienstvrijheid - God als schepper van de wereld + wetenschap om dichter bij God te komen
772 (algemene) principes waarmee de verlichte geesten de maatschappij wilden hervormen
vrijheid (liberalen) - gelijkheid (socialisten)
78liberalisme
stelt de individuele vrijheid van de mens centraal
79socialisme
stelt de gelijkheid tussen mensen centraal
802 groepen die niet blij waren met de ideeën van verlichting in de 18e eeuw
kerk - koning + edellieden
81kerk tegen ideeën van verlichting
je mag, maar moet niet geloven - kerken, kloosters, abdijen ... worden voor iets anders gebruikt (bv fabrieken)
82koning + edellieden tegen ideeën van verlichting
volk mag de koning kiezen, niet God - macht wordt verdeeld
83koning laat cafés sluiten
verlichters zaten daar -> niet herbergen: daar zat het gewone volk
84verlichte denkers racistisch?
wij: superieur - zij: inferieur = verantwoording voor de kolonisatie (men vond dit oké)
85presentisme
naar het verleden kijken vanuit ons hedendaags perspectief
8618e eeuw tov hedendaagse tijd
geen democratie, geen UVRM -> vrijheid geldde voor rijke, blanke mannen (zij waren gelijk)
87UVRM
universele verklaring van de rechten van een mens