Anorganische stoffen: p. 9-40 (toepassingen)

24 flashcardsby Yani
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
CO₂ - koolstofdioxide: (gas)
in uitgeademde lucht - in frisdranken en bier - bij volledige verbranding van benzine - brandblusmiddel - wordt opgenomen bij fotosynthese - droogijs: vaste toestand om te koelen
2
CO - koolstofmonoxide: (gas)
bij onvolledige verbranding in kachels, boilers, slecht afgestelde motoren - zeer giftig
3
CO - koolstofmonoxide: (gas) eigenschap
kleurloos, geurloos
4
Fe₂O₃ - di-ijzertrioxide: (vast)
= roest
5
SO₂ - zwaveldioxide: (gas)
conserveringsmiddel voor gedroogde vruchten zoals pruimen en rozijnen - in uitlaatgassen van auto’s
6
N₂O - distikstofoxide: (gas)
= lachgas - gebruikt bij verdoving - voedingsindustrie: patroon voor slagroomspuiten
7
N₂O - distikstofoxide: (gas) gevolgen van lachgas
hoofdpijn - stikken - longen bevriezen - tintelende vingers - hersenbeschadiging - gehoorschade - zuurstoftekort - onvruchtbaar - gevaar in verkeer
8
Ca(OH)₂ - calciumhydroxide
= gebluste kalk - gebruikt o.a. dr/de stukadoor vr/h bezetten van muren - een oplossing van Ca(OH)₂ in water noemt men kalkwater en wordt gebruikt om CO₂ a/t tonen
9
Na(OH) - natriumhydroxide
= bijtende soda - gebruikt vr/h ontstoppen van afvoerleidingen - een waterige oplossing ervan voelt zacht en zeepachtig aan, maar tast de opperhuid van plant en dier aan en veroorzaakt moeilijk te genezen wonden
10
NH₄OH - ammoniumhydroxide
= ammoniakgas in water - komt veel voor in schoonmaakproducten om te ontvetten zoals in ruitenreinigers en schuurmiddelen -> bij gebruik van deze vloeistoffen ontwijkt het gemakkelijk waarneembare en irriterende ammoniakgas (NH₃)
11
H₂S - waterstofsulfide
treft men aan in vulkaangassen - i/d lucht als gevolg van rottingsprocessen (rotte eieren, vis)
12
HCl - waterstofchloride
= zoutzuur / maagzuur - aanwezig i/d maag (pH = 2) -> bij overdreven afscheiding van dit zuur kan de maagwand beschadigd worden - zoutgeest of ‘esprit de sel’ = een oplossing van HCl, een drastisch ontkalkingsmiddel
13
H₂CO₃ - waterstofcarbonaat
= koolzuur - ontbindt in H₂O en CO₂ - komt vr/i limonades en andere gashoudende frisdranken
14
H₂SO₄ - waterstofsulfaat
= zwavelzuur - verdund zwavelzuur wordt gebruikt i/e autobatterij
15
H₂SO₄ - waterstofsulfaat (levenslang onthouden)
zwavelzuur wil niet worden gedoopt -> voeg je water toe a/e geconcentreerde oplossing van zwavelzuur → gaat het water koken en spatten
16
H₃PO₄ - waterstoffosfaat
= fosforzuur - productie van detergenten en kunstmeststoffen - voedingszuur in frisdranken -> tast de beschermlaag van tanden aan → kleurstoffen kunnen daarna voor verkleuring v/d wortel zorgen
17
NaCl - natriumchloride
= keukenzout / zeezout - wordt gebruikt als grondstof vr/d bereiding van Na, Cl₂, HCl en NaOH - conserveringsmiddel (pekelen van vis, vlees, groenten) - smaakstof (keukenzout) - fysiologische zoutoplossing: een vervangmiddel voor lichaamsvocht
18
NaF - natriumfluoride
bestanddeel in tandpasta met fluoriden
19
CaCl₂ - calciumchloride
gebruikt als strooizout bij ijzel -> vriespuntverlaging
20
KNO₃ - kaliumnitraat
salpeter; gebruikt in kunstmest, buskruit en vuurwerk
21
CaCO₃ - calciumcarbonaat
in kalksteen, marmer, schelpen, eierschalen
22
CaSO₄ - calciumsulfaat
gips; vr/h zetten van botbreuken en in pleisterwerk
23
Na₂CO₃ - natriumcarbonaat
= soda - reinigingsmiddel - grondstof vr/d bereiding van glas - ontvetten
24
NaHCO₃ - natriumwaterstofcarbonaat
= natriumbicarbonaat - in bakpoeder en bruistabletten - bij verhitten ontbindt het o.m. in H₂O en CO₂ dat het deeg doet rijzen - als maagzout: het reageert m/h maagzuur (HCl); hierbij ontstaan H₂O en CO₂








Study all 24 cards for free