2animus (338)
de geest; het gemoed; de moed
9lēgātus (204)
de gezant; de onderbevelhebber
10lībertus (83)
de vrijgelatene
11locus (90)
de plaats; de gelegenheid
12modus (185)
de wijze; de maat
14numerus (258)
het getal; het aantal
15nūntius (299)
de bode; het bericht
18praefectus (41)
de bevelhebber
20socius (128)
de bondgenoot; de deelgenoot
26līberī (207)
de kinderen
30causa (73)
de oorzaak; de reden; het proces
31cōpia (212)
de hoeveelheid; de gelegenheid
33dextra (333)
de rechterhand
35fāma (61)
het gerucht; de reputatie
36familia (289)
het gezin; het personeel
39fōrma (251)
de vorm; de schoonheid
40fortūna (126)
het lot; de toestand
43grātia (194)
de charme; het aanzien; de dank
45iniūria (105)
het onrecht
46inopia (227)
het gebrek; de armoede
48invidia (112)
de jaloezie; de haat
52memoria (247)
het geheugen; de herinnering
54mora (33)
het getreuzel; de vertraging
55nātūra (139)
de natuur; de aard
56patria (262)
het vaderland
58poena (209)
de boete; de straf
60praeda (179)
de buit; de prooi
61prōvincia (64)
de provincie
65sententia (29)
de mening; de uitspraak
67summa (132)
de hoofdzaak; het geheel
68terra (129)
de aarde; het land
69umbra (76)
de schaduw; de schim
72vīlla (233)
de villa; het landgoed
74īnsidiae (197)
de hinderlaag; de valstrik
78beneficium (1)
de weldaad
80cōnsilium (103)
het overleg; de raad; het plan
82exemplum (44)
het voorbeeld
84ferrum (234)
het ijzer; het zwaard
85frūmentum (141)
het graan
86
impedīmentum (235)
de hindernis
87
imperium (127)
de heerschappij; het opperbevel; het rijk
88ingenium (66)
het karakter; het talent; het verstand
90iūdicium (296)
het oordeel; het proces
91iugum (320)
het juk; de bergkam
92negōtium (30)
de bezigheid; de opdracht
94officium (17)
de taak; de verplichting
96perīculum (341)
het gevaar
97praemium (261)
de beloning
99proelium (196)
de veldslag
100rēgnum (323)
het koninkrijk; de heerschappij
101saxum (238)
het rotsblok
102signum (56)
het teken; het veldteken
103silentium (97)
de stilte
104spatium (184)
de ruimte; de afstand; de tijdsduur
105studium (43)
de studie; de sympathie; de ijver
106supplicium (89)
de foltering; de doodstraf
107tēctum (48)
het dak; het huis
108tēlum (150)
het aanvalswapen; het projectiel
109templum (268)
de tempel
113vinculum (313)
de band; de boei
114vitium (307)
de ondeugd; het gebrek