1audīre (456)
horen; luisteren naar
2circumvenīre (480)
omsingelen
3convenīre (537)
samenkomen; overeenkomen
4impedīre (525)
hinderen; verhinderen
5invenīre (510)
vinden; ontdekken
6mūnīre (465)
bouwen; versterken; beschermen
7pervenīre (490)
bereiken
8reperīre (402)
vinden; te weten komen
10sentīre (488)
voelen; merken; menen
12experīrī (474)
op de proef stellen; ondervinden
13orīrī (441)
ontstaan; opkomen
14potīrī (400)
+ abl. bemachtigen; beheersen
15accipere (428)
ontvangen; vernemen
16adspicere (501)
aankijken
18capere (408)
nemen; krijgen
19cōnficere (430)
afmaken
22ēripere (532)
wegrukken
23excipere (383)
uitnemen; opvangen
24facere (461)
maken; doen
27incipere (553)
beginnen
28interficere (605)
doden
29obicere (390)
stellen tegenover; verwijten
30rapere (505)
grijpen; roven
31recipere (482)
ontvangen
32ēgredī (585)
buitengaan
35prōgredī (599)
verdergaan
36adesse (570)
+dat. aanwezig zijn; helpen
37adīre (391)
gaan naar; bezoeken
38afferre (483)
brengen (naar)
40cōnferre (427)
bijeenbrengen; vergelijken
41dēesse (576)
ontbreken; in de steek laten
42differre (578)
verspreiden; uitstellen; verschillen
43esse (388)
zijn; bestaan
44ferre (569)
dragen; brengen; meenemen
45fierī (554)
worden; gebeuren; gemaakt worden
46inīre (550)
binnengaan; beginnen
48mālle (439)
liever willen
49offerre (588)
aanbieden
50nōlle (511)
niet willen
51perferre (513)
overbrengen; verdragen
52perīre (392)
ten onder gaan
54praeesse (414)
+dat. aan het hoofd staan van
55referre (509)
terugbrengen; rapporteren
56subīre (421)
ondergaan; bestijgen; naderen
57superesse (495)
overblijven
58trānsīre (568)
oversteken
61coepisse (522)
begonnen zijn
62inquit (602)
zegt hij/zij
63meminisse (404)
+gen. zich herinneren