Woordenlijst T2

117 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
In het gedrang komen
In gevaar komen of minder goed kunnen functioneren
2
Een indicatie geven van
Een aanwijzing of teken laten zien van iets
3
De vitaliteit
Levenskracht, energie en gezondheid
4
Alomtegenwoordig
Overal aanwezig
5
Associëren met
In gedachten verbinden met iets anders
6
Terugvorderen
Iets opeisen wat eerder is weggegeven of betaald
7
Preciseren
Nauwkeuriger of duidelijker maken
8
De intuïtie
Gevoelsmatig weten zonder logisch redeneren (‘je buikgevoel, je instinct’)
9
Prominent
Opvallend aanwezig of belangrijk
10
Gepaard gaan met
Samen voorkomen of samen optreden met iets.
11
Aangeven
Meedelen, laten weten of duidelijk maken.
12
Uiten
Gevoelens of gedachten naar buiten brengen.
13
Vatten
Begrijpen
14
De reputatie
De algemene indruk of naam die iemand of iets heeft.
15
Ultiem
Het hoogst mogelijke of meest extreme.
16
Concluderen
Een gevolgtrekking maken.
17
De instantie
Een organisatie of orgaan met een bepaalde bevoegdheid.
18
Overtollig
Overbodig, niet nodig.
19
Beknopt
Kort en bondig
20
Stimuleren
Aanmoedigen of bevorderen
21
De motoriek
Het vermogen om bewegingen te maken en te coördineren.
22
Het medium
Middel om informatie over te brengen.
23
Repetitief
Steeds herhalend
24
Selectief
Kritisch en bewust een keuze maken
25
Consistentie
Iets heeft steeds hetzelfde niveau of dezelfde aanpak
26
De verscheidenheid
Veel verschillende soorten of vormen van iets
De deskundigheid – deskundig Iemand die veel kennis en ervaring heeft; iemand die goed op de hoogte is
De onpartijdigheid – onpartijdig Eerlijk zijn, geen voorkeur voor een bepaalde partij
27
Aansporen
Iemand aanmoedigen of stimuleren om iets te doen
28
Accuraat
Nauwkeurig, precies
29
De autoriteit
Iemand die veel kennis heeft en bezag bezit op een bepaald gebied
30
De relevantie
Iets is belangrijk of van toepassing in een bepaalde situatie
31
De intentie
Bedoeling, doel
32
Relativeren
Iets in perspectief plaatsen en het minder zwaar maken
33
Relatief
In verhouding tot iets anders
34
Contrasteren
Twee dingen verschillen duidelijk van elkaar
35
Het contrast
Het duidelijke verschil tussen twee zaken
36
De motivatie
De reden of drijfveer om iets te doen
37
Motiveren
Iemand stimuleren om actie te ondernemen
38
Idyllisch
Rustgevend, mooi en bijna sprookjesachtig

Abrupt Plotseling, zonder waarschuwing
39
Het stigma
Een negatief vooroordeel of label dat aan iets of iemand kleeft
40
Hanteren
Omgaan met iets; Iets gebruiken of toepassen
41
Kordaat
Vastberaden
42
Adviseren
Raad geven
43
Imposant
Indrukwekkend door grootte, kracht of uitstraling
44
De habitat
De natuurlijke leefomgeving van een dier of plant
45
De mutatie
Een verandering in genetisch materiaal
46
Genetisch
Met betrekking tot erfelijkheid of DNA
47
De populatie
Een groep organismen van deze soort in een bepaald gebied
48
Concreet
Duidelijk, specifiek
49
Generiek
Algemeen, niet specifiek
50
Een oorwurm
Een melodie die hardnekkig in je hoofd blijft hangen
51
Onafgebroken
Zonder pauze, continu
52
In de kaart spelen
Iemand onbedoeld helpen of voordeel geven
53
Contrasteren
Een duidelijk verschil vormen, afsteken tegen iets anders
54
De mantel uitvegen
Iemand stevig de les lezen of berispen
55
Beamen
Instemmen, bevestigen dat iets klopt
56
De muizenissen
Vreemde, vaak overdreven zorgen
57
Ontbolsteren
Zich openen of ontluiken, zoals een bloem die opengaat
58
De catharsis
Emotionele ontlading die opluchting geeft
59
Confronteren (met)
Iemand laten omgaan met een moeilijke waarheid of situatie
60
De invalshoek
Perspectief of manier van benaderen
61
Aanwenden
Gebruiken voor een bepaald doel
62
Stroken (met)
Overeenkomen met
63
De associatie
Verbinding die je spontaan legt tussen ideeën
64
Associatief
Gebaseerd op het leggen van verbanden
65
Associëren (met)
Een verband leggen tussen twee zaken
66
De wending
Plotseling verandering in verloop
67
Wendbaar
Snel en flexibel van richting kunnen veranderen
68
De misvatting
Een foutieve opvatting, een verkeerd idee
69
De appetijt
Eetlust of verlangen
70
Exponentieel
Zeer snel toenemend, steeds sneller
71
Reglementeren
Door regels vastleggen of controleren
72
De fiscus
Overheidsdienst die belastingen int
73
Respectievelijk
In dezelfde volgorde als genoemd
74
Een no-brainer
Een beslissing die vanzelfsprekend is
75
In opmars zijn
Snel populairder worden
76
Lustig
Energiek, vrolijk, levendig
77
Achten
Beschouwen als, vinden
78
Cruciaal
Belangrijk, van doorslaggevend belang
79
Dynamisch
Energiek, voortdurend in beweging
80
De instantie
Officiële organisatie of autoriteit
81
Kernachtig
Kort maar krachtig
82
Ombuigen (tot)
De richting waarin iets zich ontwikkelt
83
Een oordeel vellen
Een beslissing of mening uitspreken
84
De reputatie
Algemene indruk die mensen van iets of iemand hebben
85
Resteren
Overblijven
86
Subtiel
Fijnzinnig, niet opvallend
87
Ultiem
Allerhoogst, uiteindelijk
88
Variëren
Verschillen, veranderen
89
Verrijken
Iets waardevoller of rijker maken
90
Verschaffen
Geven of leveren
91
Wijzen op
Aanduiden, laten zien
92
Viseren
Gericht zijn op, als doelwit hebben
Overschrijden
Over een grens gaan
93
Pedant
Betweterig, arrogant
94
Doorsnee
Gemiddeld, normaal
95
Frequent
Vaak
96
Inschatten
Een oordeel vormen over de grootte of waarschijnlijkheid
97
Integreren
Opnemen in een groter geheel
98
Minimaliseren
Zo klein mogelijk maken
99
Het motto
Korte zin die een overtuiging of doel samenvat
100
Opleveren
Als resultaat geven
101
Opteren
Kiezen voor
102
De parallel
Overeenkomst tussen twee zaken
103
Uitsluitend
Alleen, niets anders
104
Vertonen
Laten zien
105
Voortkomen (uit)
Ontstaan uit
106
De integratie
Het samengaan van verschillende groepen tot één geheel
107
Uitsluiten
Niet toelaten of onmogelijk maken
108
De uitsluiting
Het buitensluiten van iemand of iets
109
Xenofobie
Angst of haat tegenover vreemdelingen
110
Genereus
Gul, vrijgevig
111
Royaal
Ruim, overvloedig
112
De trend
Ontwikkeling die populair wordt
113
De prognose
Voorspelling op basis van gegevens
114
De babyboom
Periode met uitzonderlijk veel geboortes
115
De criticus
Iemand die professioneel beoordeelt, vaak kunst of media
116
Demografisch
Alles wat te maken heeft met de samenstelling van een bevolking
117
De bemoeienis
Actief ingrijpen of zich mengen in zaken van anderen, vaak ongewenst
Study all 117 cards for free