1In het gedrang komen
In gevaar komen of minder goed kunnen functioneren
2Een indicatie geven van
Een aanwijzing of teken laten zien van iets
3De vitaliteit
Levenskracht, energie en gezondheid
4Alomtegenwoordig
Overal aanwezig
5Associëren met
In gedachten verbinden met iets anders
6Terugvorderen
Iets opeisen wat eerder is weggegeven of betaald
7Preciseren
Nauwkeuriger of duidelijker maken
8De intuïtie
Gevoelsmatig weten zonder logisch redeneren (‘je buikgevoel, je instinct’)
9Prominent
Opvallend aanwezig of belangrijk
10Gepaard gaan met
Samen voorkomen of samen optreden met iets.
11Aangeven
Meedelen, laten weten of duidelijk maken.
12Uiten
Gevoelens of gedachten naar buiten brengen.
14De reputatie
De algemene indruk of naam die iemand of iets heeft.
15Ultiem
Het hoogst mogelijke of meest extreme.
16Concluderen
Een gevolgtrekking maken.
17De instantie
Een organisatie of orgaan met een bepaalde bevoegdheid.
18Overtollig
Overbodig, niet nodig.
20Stimuleren
Aanmoedigen of bevorderen
21De motoriek
Het vermogen om bewegingen te maken en te coördineren.
22Het medium
Middel om informatie over te brengen.
23Repetitief
Steeds herhalend
24Selectief
Kritisch en bewust een keuze maken
25Consistentie
Iets heeft steeds hetzelfde niveau of dezelfde aanpak
26De verscheidenheid
Veel verschillende soorten of vormen van iets
De deskundigheid – deskundig Iemand die veel kennis en ervaring heeft; iemand die goed op de hoogte is
De onpartijdigheid – onpartijdig Eerlijk zijn, geen voorkeur voor een bepaalde partij
27Aansporen
Iemand aanmoedigen of stimuleren om iets te doen
28Accuraat
Nauwkeurig, precies
29De autoriteit
Iemand die veel kennis heeft en bezag bezit op een bepaald gebied
30De relevantie
Iets is belangrijk of van toepassing in een bepaalde situatie
31De intentie
Bedoeling, doel
32Relativeren
Iets in perspectief plaatsen en het minder zwaar maken
33Relatief
In verhouding tot iets anders
34Contrasteren
Twee dingen verschillen duidelijk van elkaar
35Het contrast
Het duidelijke verschil tussen twee zaken
36De motivatie
De reden of drijfveer om iets te doen
37Motiveren
Iemand stimuleren om actie te ondernemen
38Idyllisch
Rustgevend, mooi en bijna sprookjesachtig
Abrupt Plotseling, zonder waarschuwing
39Het stigma
Een negatief vooroordeel of label dat aan iets of iemand kleeft
40Hanteren
Omgaan met iets; Iets gebruiken of toepassen
43Imposant
Indrukwekkend door grootte, kracht of uitstraling
44De habitat
De natuurlijke leefomgeving van een dier of plant
45De mutatie
Een verandering in genetisch materiaal
46Genetisch
Met betrekking tot erfelijkheid of DNA
47De populatie
Een groep organismen van deze soort in een bepaald gebied
48Concreet
Duidelijk, specifiek
49Generiek
Algemeen, niet specifiek
50Een oorwurm
Een melodie die hardnekkig in je hoofd blijft hangen
51Onafgebroken
Zonder pauze, continu
52In de kaart spelen
Iemand onbedoeld helpen of voordeel geven
53Contrasteren
Een duidelijk verschil vormen, afsteken tegen iets anders
54De mantel uitvegen
Iemand stevig de les lezen of berispen
55Beamen
Instemmen, bevestigen dat iets klopt
56De muizenissen
Vreemde, vaak overdreven zorgen
57Ontbolsteren
Zich openen of ontluiken, zoals een bloem die opengaat
58De catharsis
Emotionele ontlading die opluchting geeft
59Confronteren (met)
Iemand laten omgaan met een moeilijke waarheid of situatie
60De invalshoek
Perspectief of manier van benaderen
61Aanwenden
Gebruiken voor een bepaald doel
62Stroken (met)
Overeenkomen met
63De associatie
Verbinding die je spontaan legt tussen ideeën
64Associatief
Gebaseerd op het leggen van verbanden
65Associëren (met)
Een verband leggen tussen twee zaken
66De wending
Plotseling verandering in verloop
67Wendbaar
Snel en flexibel van richting kunnen veranderen
68De misvatting
Een foutieve opvatting, een verkeerd idee
69De appetijt
Eetlust of verlangen
70Exponentieel
Zeer snel toenemend, steeds sneller
71Reglementeren
Door regels vastleggen of controleren
72De fiscus
Overheidsdienst die belastingen int
73Respectievelijk
In dezelfde volgorde als genoemd
74Een no-brainer
Een beslissing die vanzelfsprekend is
75In opmars zijn
Snel populairder worden
76Lustig
Energiek, vrolijk, levendig
77Achten
Beschouwen als, vinden
78Cruciaal
Belangrijk, van doorslaggevend belang
79Dynamisch
Energiek, voortdurend in beweging
80De instantie
Officiële organisatie of autoriteit
81Kernachtig
Kort maar krachtig
82Ombuigen (tot)
De richting waarin iets zich ontwikkelt
83Een oordeel vellen
Een beslissing of mening uitspreken
84De reputatie
Algemene indruk die mensen van iets of iemand hebben
86Subtiel
Fijnzinnig, niet opvallend
87Ultiem
Allerhoogst, uiteindelijk
88Variëren
Verschillen, veranderen
89Verrijken
Iets waardevoller of rijker maken
90Verschaffen
Geven of leveren
91Wijzen op
Aanduiden, laten zien
92Viseren
Gericht zijn op, als doelwit hebben
Overschrijden
Over een grens gaan
93Pedant
Betweterig, arrogant
94Doorsnee
Gemiddeld, normaal
96Inschatten
Een oordeel vormen over de grootte of waarschijnlijkheid
97Integreren
Opnemen in een groter geheel
98Minimaliseren
Zo klein mogelijk maken
99Het motto
Korte zin die een overtuiging of doel samenvat
100Opleveren
Als resultaat geven
102De parallel
Overeenkomst tussen twee zaken
103Uitsluitend
Alleen, niets anders
105Voortkomen (uit)
Ontstaan uit
106De integratie
Het samengaan van verschillende groepen tot één geheel
107Uitsluiten
Niet toelaten of onmogelijk maken
108De uitsluiting
Het buitensluiten van iemand of iets
109Xenofobie
Angst of haat tegenover vreemdelingen
110Genereus
Gul, vrijgevig
111Royaal
Ruim, overvloedig
112De trend
Ontwikkeling die populair wordt
113De prognose
Voorspelling op basis van gegevens
114De babyboom
Periode met uitzonderlijk veel geboortes
115De criticus
Iemand die professioneel beoordeelt, vaak kunst of media
116Demografisch
Alles wat te maken heeft met de samenstelling van een bevolking
117De bemoeienis
Actief ingrijpen of zich mengen in zaken van anderen, vaak ongewenst