Woordenlijst T3

109 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
Verwerven
Iets krijgen of in bezit krijgen, vaak door moeite of inspanning
2
Pleiten voor
Argumenten geven om iets te verdedigen of te ondersteunen
3
Het escapisme
De neiging om te willen ontsnappen aan de realiteit
4
Op het witte doek
In de bioscoopfilm, op het filmdoek
5
Van wal steken
Beginnen te spreken of te vertellen
6
Pretentieus
Arrogant; doen alsof je belangrijker of beter bent dan je bent
7
Een parasiet
Organisme dat leeft ten koste van een ander
8
Aansporen
Iemand motiveren of aanmoedigen iets te doen
9
Aanwenden
Gebruiken voor een bepaald doel
10
Contrasteren (met)
Sterk verschillen, waardoor het contrast zichtbaar wordt
11
Creëren
Iets maken of laten ontstaan
12
De deskundigheid
Vakbekwaamheid; kennis en kunde
13
Inspireren
Iemand aanzetten tot nieuwe ideeën of motivatie
14
De invalshoek
Perspectief of manier van kijken
15
Motiveren
Iemand aansporen of redenen geven om iets te doen
16
Onpartijdig
Zonder voorkeur; eerlijk en neutraal
17
Ontleden
In delen uit elkaar halen om te bestuderen
18
De overweging
Een gedachte of argument dat meeweegt in een beslissing
19
Relatief
In verhouding, niet absoluut
20
Voordragen
Hardop presenteren
21
Vormgeven
De vorm of structuur bepalen
22
Van jetje geven
Je volledig uitleven, veel energie geven.
23
Onweerstaanbaar
Niet te weerstaan, zeer aantrekkelijk
24
Uitgekiend
Slim en zorgvuldig doordacht
25
Democratiseren
Toegankelijk maken voor iedereen
26
Synchroon
Tegelijkertijd en in dezelfde beweging
27
Lucratief
Winstgevend
28
Gecontesteerd
Omstreden, er is veel discussie over
29
De beeltenis
Afbeelding of voorstelling van iemand
30
De essentie
Het belangrijkste, de kern
31
De drijfveer
Innerlijke motivatie om iets te doen
32
De moraal
De les of boodschap van een verhaal
33
Waarde hechten aan
Iets belangrijk vinden
34
De xenofobie
Angst of afkeer van vreemdelingen of andere culturen
35
Opdringen
Iets dwingend aan iemand opleggen
36
Falen
Niet slagen, mislukken
37
Aanreiken
Iets geven of aanbieden
38
Opportuun
Geschikt of passend op dat moment
39
De opportuniteit
De kans of de mogelijkheid
40
Authentiek
Echt, oorspronkelijk; niet nagemaakt
41
Evident
Overduidelijk, logisch
42
De authenticiteit
De echtheid, de oorspronkelijkheid
43
Autochtoon
Van oorsprong uit een bepaald land of gebied
44
Allochtoon
Afkomstig uit een ander land of gebied
45
Erkennen
Toegeven of officieel bevestigen
46
Consequent
Steeds op dezelfde manier, logisch samenhangend
47
Eloquent
Welsprekend, vlot en overtuigend praten
48
Geld verdienen als slijk
Heel veel geld verdienen
49
Stokken in de wielen steken
Iemand tegenwerken
50
Het been stijf houden
Niet toegeven, standvastig blijven
51
Met je gat in de boter vallen
Veel geluk hebben, in een gunstige situatie terechtkomen
52
De leemte
Een tekort of ontbrekend element
53
Archaïsch
Verouderd, uit een vroegere tijd
54
Weerspiegelen
Een beeld geven van, reflecteren
55
Hanteren
Gebruiken of toepassen
56
Aankaarten
Een onderwerp ter sprake brengen
57
Weerbarstig
Hardnekkig, moeilijk te beheersen
58
De norm
De standaard of de regel waaraan men zich houdt
59
Parallel
Naast elkaar, vergelijkbaar maar gescheiden
60
De emancipatie
Het proces waarbij iemand of iets meer vrijheid en rechten krijgt
61
Toedichten
Iets aan iemand of iets toeschrijven
62
De toon zetten
De sfeer of richting bepalen
63
Naïef
Te goedgelovig, onervaren
64
Klasseren (geklasseerd)
Ordenen of in een categorie plaatsen
65
Het prestige
Het aanzien, de reputatie
66
Nefast
Schadelijk, met negatieve gevolgen
67
Gemeengoed
Iets dat algemeen aanvaard of bekend is
68
Malafide
Onbetrouwbaar, frauduleus
69
De ontleding
De analyse, het in delen onderzoeken
70
De antropoloog
Een wetenschapper die mens en cultuur onderzoekt
71
Instinctief
Vanuit een natuurlijk, aangeboren gevoel
72
De vormgeving
Hoe iets eruitziet, het ontwerp
73
Vormgeven
De vorm of structuur creëren
74
Effectief
Doeltreffend, het werkt zoals bedoeld
75
Een oordeel vellen
Een beslissing of mening vormen
76
Überhaupt
Eigenlijk, helemaal niet
77
Rationeel
Op basis van logica & verstand
78
De animo
Enthousiasme, bereidheid
79
Geanimeerd
Levendig, energiek
80
De dynamiek
De onderlinge beweging of wisselwerking
81
Dynamisch
Energiek, voortdurend in beweging
82
Ombuigen tot
Veranderen in iets anders
83
Bluffen
Overdrijven of doen alsof je meer kunt dan werkelijk
84
De intuïtie
Het buikgevoel, een aanvoelen zonder nadenken
85
Naar de mond praten
Zeggen wat iemand wil horen
86
Achterdochtig
Wantrouwig, snel iets verdachts vermoeden
Met je mond vol tanden staan Geen antwoord weten
87
Vereisen
Nodig maken, noodzakelijk zijn
88
De vereiste
Iets dat noodzakelijk is
89
Opkrikken
Verbeteren, verhogen
90
De evidentie
Iets dat vanzelfsprekend is
91
Provoceren
Uitdagen, iemand tot reactie aanzetten
92
De provocatie
Een bewuste uitdaging
93
De proxemiek
De wetenschap die de afstand in sociale interacties bestudeert
94
Je eigen ruiten ingooien
Jezelf schade berokkenen
95
De afknapper
Iets dat teleurstelt
96
Verdoezelen
Iets minder zichtbaar of duidelijk maken
97
Maskeren
Iets verbergen, verhullen
Ambiëren Iets nastreven
98
Irrelevant
Niet belangrijk, niet ter zake
99
De autoriteit
Iemand met erkende expertise of macht
100
Autoritair
Streng en dwingend
101
Imponeren
Indruk maken
Je gezicht spreekt boekdelen. Je emoties zijn duidelijk zichtbaar en goed af te lezen.
102
Averechts
Het tegenovergestelde effect hebben
103
Het motto
Een korte zin die een principe of doel samenvat
104
Contempleren
Diep nadenken
105
De decadentie
Overdreven luxe en verval
106
Decadent
Overdreven luxueus
107
De verheerlijking
Iets overdreven positief voorstellen
108
Verheerlijken
Iets te positief voorstellen
109
Het determinisme
Filosofie die zegt dat gebeurtenissen vastliggen door oorzaken
Study all 109 cards for free