T3R2.5

30 flashcardsby Asteroïd
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
quam
hoe; (zo) als
2
nuper
onlangs
3
tandem
eindelijk; uiteindelijk
4
undique
van overal; aan alle kanten
5
prope
dichtbij
6
itaque
daarom; en zo
7
unde
vanwaar; (vandaar) ... vanwaar
8
posterius
later
9
adhuc
tot nu toe; nog altijd
10
plerumque
meestal
11
frustra
tevergeefs
12
subito
plotseling
13
circiter
ongeveer
14
satis
genoeg; nogal
15
inde
vandaar; daarna; daarom
16
mutare
-o veranderen; verwisselen
17
iacere
-io (ieci, iactum) werpen
18
occidere
-o (occidi, occisum) doden
19
malle
-o malui liever willen
20
consuescere
-o (consuevi, consuetum) gewoon worden
21
oriri
-ior (ortus sum) ontstaan; opkomen
22
debere
-eo moeten; verschuldigd zijn
23
timere
-eo vrezen; bang zijn
24
novisse
(novi, notum) kennen
25
velle
volo (volui) willen
26
incendere
-o (incendi, incensum) in brand steken
27
postulare
-o eisen
28
contendere
-o (contendi, contentum) zich inspannen; wedijveren
29
ait
ait zegt hij/zij
30
instare
-o (institi) in het nauw brengen; dreigen
Study all 30 cards for free