17Un problème
Een probleem
18Une voiture rouge
Een rode auto
19Il est fatigué
Hij is moe
23Il est absent
Hij is er niet
Hij is hier niet
Hij is vermist
24Un rendez-vous
een afspraak
25au travail
aan het werk
29deux frères
twee broers
32Avez-vous un stylo?
Heeft u een pen?
34dans la voiture
in de auto
36à la gare
op het station
37une robe bleue
een blauwe jurk
41à l'hôpital
in het ziekenhuis
47animal de compagnie
huisdier
48être en forme
zijn in goede vorm
49un stylo bleu
een blauwe pen
51un petit frère
een broertje
53être en colère
zijn boos
55un sac noir
een zwarte tas
57être en famille
zijn met familie
59un ami, une amie
een vriend
60beau, belles...
shoonheid/ prachtig
62au café
in het cafe/ in de koffieshop
64un plan
een plan/ een kaart
65une maison blanche
een wit huis
68un manteau gris
een grijze jas
69être ensemble
zijn samen
72elle est professeur
ze is een lerares
75une chemise
een overhemd
77es-tu occupé ?
heb je het druk?
79une belle photo
een mooie foto
81une chaise bleue
een blauwe stoel
82vous avez des papiers?
hebt u papieren?
83un livre vert
een groen boek
91une reunion
een ontmoeting
93dans la cuisine
in de keuken
94un livre rouge
een rood boek
96j'ai des lunettes
ik heb een bril
98une chemise bleue
een blauw overhemd
100au supermarché
in de supermarkt
101un appartement
een flat
102une jolie robe
een mooie jurk
103dans le train
in de trein
104à l'hôtel
in het hotel
107une voiture rouge
een rode auto
108des professeurs
leraren
109une télévision
een televisie
110dans la cuisine
in de keuken
111un frère jumeau
een tweelingbroer
113j'ai une idée folle
ik heb een gek idee
114un bon livre
een goed boek
117à la gare
op het station
119une voiture noire
een zwarte auto
120une petite soeur
een zusje
121un chien blanc
een witte hond
122une robe jaune
een gele jurk
124un manteau chaud
een warme jas
127un cahier
een notitieboekje
128un chapeau noir
een zwarte hoed
129avez-vous une idée ?
hebt u enig idee?
130un professeur
een leraar
131un bon repas
een goede maaltijd
132une maison blanche
een wit huis
133une belle vue
een moi uitzicht
134une belle maison
een mooi huis
135une chaise bleue
een blauwe stoel
136un ordinateur
een computer
137la chambre
de slaapkamer
138elles sont dehors
ze zijn buiten
139une table rouge
een rode tafel
140un rendez-vous
een afspraak
142est-ce que tout va bien pour vous?
is alles goed met u?
143vous êtes d'accord?
Bent u oké? Bent u akkord? met ......
144un nouveau telephone
een nieuwe telefoon
145une chaise rouge
een rode stoel
148j'ai une petite maison
ik heb een klein huis
149une television, une tele
een televisie, een tv