4un pronom personnel
een persoonlijk voornaamwoord
5une favela
een sloppenwijk
8le siège
het hoofdkantoor
9farci de (=rempli de)
gevuld met
10une hotte
een draagkorf
11caritatif
liefdadigheids
13un enlèvement
een ontvoering
14se render coupable de
zich schuldig maken aan
15contrevenir à
overtreden
16un enseignant
een onderwijzer
17un coup de pied
een schop
18une bagarre
een vechtpartij
19soutenir
steun betuigen
22un employé
een werknemer
24un ouvrier
een arbeider
25les cadres
de leidinggevenden
28un passant
een voorbijganger
31un Etat-membre
een lidstaat
32la législation
een wetgeving
33un effort
een inspanning
34rapprocher
in overeenstemming brengen
37une anse
een oor (voor voorwerpen)
40une remorque
een aanhangertje
41une bagatelle
een kleinigheid
45manger à sa faim
voldoende te eten hebben
49l’adjectif démonstratif
het aanwijzend voornaamwoord
50l’article défini
het bepaald lidwoord
51l’article indéfini
het onbepaald lidwoord
52la vigilance
de waakzaamheid
53la canicule
de hitte(golf)
54s’exposer
zich blootstellen
55se protéger
zich beschermen
59aérer
luchten, ventileren
60une personne fragile
een kwestbare persoon
63prendre nous nouvelles
vragen hoe het met iemand gaat
65avoir un malaise
zich niet lekker voelen
66le trouble du comportement
de gedragsstoornis
67dans la mesure du possible
indien mogelijk
68rejoindre
gaan naar, bereiken
72se mouiller
zich nat maken
73plusieurs fois par jour
meer dan eens per dag
74porter attention à
aandacht schenken aan
77la recommandation
de aanbeveling
78une interdiction
een verbod
80se baigner
baden (zwemmen)
81porter une ceinture de sécurité
een veiligheidsgordel dragen