werkwoorden

78 flashcardsby juliana
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
acquérir
verwerven
2
apercevoir
merken
3
apparaître
verchijnen
4
apprendre
leren
5
avoir
hebben
6
battre
verslaan
7
boire
drinken
8
conclure
concluderen
9
comprendre
begrijpen
10
conduire
leiden
11
connaître
kennen
12
construire
bouwen
13
convaincre
overtuigen
14
courir
rennen
15
couvrir
bedekken
16
craindre
vrezen
17
croire
geloven
18
cuire
koken
19
découvrir
ontdekken
20
descendre
dalen
21
détruire
vernietigen
22
devenir
worden
23
devoir
moeten
24
dire
zeggen
25
disaparaître
verdwijnen
26
dormir
slapen
27
écrire
schrijven
28
émouvoir
bewegen , ontroeren
29
être
zijn
30
faire
doen
31
falloir
moeten
32
finir
afmaken
33
fuir
vluchten
34
grandir
opgroeien
35
interrompre
onderbreken
36
intervenir
tussenkomen
37
joindre
meedoen
38
lire
lezen
39
mettre
leggen, zetten
40
mordre
bijten
41
mourir
sterven
42
naître
geboren worden
43
obtenir
verkrijgen
44
offrir
schenken
45
ouvrir
openen
46
paraître
verschijnen
47
partir
vertrekken
48
peindre
verven
49
perdre
verliezen
50
permettre
toestaan
51
(se) plaindre
klagen
52
plaire
leuk vinden
53
pleuvoir
regenen
54
pouvoir
kunnen
55
prendre
nemen
56
promettre
beloven
57
recevoir
ontvangen
58
reconnaître
erkennen
59
rendre
teruggeven
60
répondre
beantwoorden
61
réussir
slagen
62
rire
lachen
63
savoir
weten
64
sentir
voelen
65
servir
dienen
66
sortir
uitgaan
67
souffrir
lijden
68
se souvenir
herinneren
69
suivre
volgen
70
se taire
zwijgen
71
tenir
vasthouden
72
valoir
waard zijn
73
vaincre
verslaan
74
vendre
verkopen
75
venir
komen
76
vivre
leven
77
voir
zien
78
vouloir
willen
Study all 78 cards for free