1la différence physiologique
het lichamelijk verschil
2être apte à
in staat zijn tot
8la colère
de boosheid, de woede
9l’inquiétude
de onrust, de ongerustheid
11sous l’effet de
onder invloed van
12la taille
de maat, grootte, lengte
13la différence physiologique
het lichamelijk verschil
14la différence physiologique
het lichamelijk verschil
17l’acquisition
de verwerving
22se confier
zijn hart uitstorten, in vertrouwen nemen
23le métier de soins
het verzorgend beroep
26une filière scientifique
27un poste à responsabilité
een verantwoordelijke baan
28bosser
zwoegen, blokken (studie)
29un rôle déterminant
een beslissende rol
32le chargin
het verdriet
33contribuer à
bijdragen tot
35le métier de soins
het verzorgend beroep
36rendre service à
een dienst bewijzen aan, dienstbaar zijn
37un instituteur
een onderwijzer
38une formation technique
een technische scholing
39la terminale
de eindexamenklas
40une filière scientifique
een wetenschappelijke studierichting
42se consacrer à
zich wijden aan
44l’indépendance
de onafhankelijkheid
45la répartition
de verdeling
47être censé
geacht worden
49éprouver des émotions
emoties voelen
51la soumission
de onderwerping
52s’invester dans
zich volledig inzetten voor
53l’enseignement
het onderwijs
55l’obéissance
de gehoorzaamheid
56un mineur
een minderjarige
59la rémunération
de loon
60le droit de vote
het stemrecht
61l’éligibilité
de verkiesbaarheid
62le préjugé
het vooroordeel
63le suffrage universel
het algemeen kiesrecht
64le législateur
de wetgever
65un avortement
een abortus
66le congé de maternité
het zwangerschapsverlof
67le congé de paternité
het vaderschapsverlof
68le congé parental
het ouderschapsverlof
69une interruption de grossesse
een abortus