1l’instauration
het instellen
2mettre en place
instellen
3le problème de sécurité
het veiligehidsprobleem
4une interdiction
een verbod
6discriminatiore
dicriminerend
7un élu
een afgevaardigde
9disproportionné
buiten proportie
11sous-estimer
onderschatten
13avoir besoin de
nodig hebben
14se retrouver
elkaar ontmoeten
15le gymnase
de gymnastiekzaal
16être en guerre contre
in oorlog zijn met
17le couvre-feu
de avondklok
18un établissement scolaire
een school
19un quartier défavorisé
een achterstandswijk
23une tentative de suicide
een zelfmoordpoging
25la victime
het slachtoffer
26la relégation
het uitsluiten
29se soumettre
zich onderwerpen
30un assaillant, agresseur
een aanvaller, agressor
31l’agressivité
de agressiviteit
32raser les murs
langs de muren lopen
33l’aide aux victimes
slachtofferhulp
37le procureur de la République
de officier van Justitie
38déposer une plainte
een klacht indienen
39une infraction, un délit
een overtreding
40une insulte
een belediging
41une menace
een bedreiging
43accuser de
beschuldigen van
44être susceptible de
in aanmerking komen voor
45une poursuite
een rechtsvervolging
46intenter un procès
een proces aanspannen
50le teint
de gelaatskleur
52un avortement
een abortus
53rien d ‘autre ne…que
niet anders…dan
54son regard se brouille
het duizelt haar voor de ogen
56indélébile
onuitwisbaar
57un foyer
een opvanghuis
58un appart
een appartement
62rien ne…que
niets…behalve
67en communion
om zich 1 te voelen
69être à l’abri
zich veilig voelen