1l’agriculture
de landbouw
2le réchauffement
het opwarmen
3l’énergie combustible
de energie uit fossiele brandstoffen
4la pollution de l’air
de luchtverontreiniging
5respiratoire
ademhalings-
6la circulation
het verkeer
8le dispositif de surveillance
de bewakingsinstallatie
9la période estivale
de zomer(vakantie)periode
10se répandre
zich verspreiden
11le dioxyde d’azote
stikstofdioxide
12le véhicule
het voertuig
13poulluer
verontreinigen
15valoriser
een waarde toekennen aan
17en plein travail
volop aan het werk
19la fertilisation
de besmeting
22le maraîchage
de groenteteelt
24un pied de basilic
een basilicumplantje
25une forte odeur
een sterke geur
28se conserver
houdbaar zijn
29arroser
begieten, water geven
32l’agriculture
de landbouw
33l’agriculture
de landbouw
34l’agriculture
de landbouw
35la prévention
het voorkomen
36la suppresion
het weghalen
39la conservation
de conservering
43ja vais faire la cuisine
ik ga zo koken
44on va inviter nos voisins
we gaan onze buren uitnodigen
45ils vont regarder la télé
ze gaan televisie kijken
46tu vas partir en voyage?
ga je op reis?
47prendre une douche au lieu d’un bain
een douche nemen in plaats van een bad
48ne pas prendre de douche trop longtemps
niet te lang douchen
49réparer les robinets qui coulent
lekkende kranen repareren
50fermer les robinets en se brossant les dents
de kraan dichtdraaien bij het tandenpoetsen
51laver le linge quand la machine est pleine
de was doen wanneer de wasmachine vol is
52faire la vaisselle quand le lave-vaisselle est plein
de afwas doen wanneer de afwasmachine vol is
53ne plus allumer inutilement les lampes
niet meer onnodig de lampen aandoen
54eteindre certaines lampes
sommige lampen uitdoen
55mettre des lampes économiques
spaarlampen plaatsen
56baisser le chauffage quand personne n’est à la maison
de verwarming temperen wanneer er niemand thuis is
57utiliser moins souvent la voiture
de auto minder vaak gebruiken
59prendre les transports en commun
het openbaar vervoer nemen
60ne plus jeter de saletés par terre
geen vul meer op de grond gooien
61refuser les sacs en plastique
plastic zakken weigeren
62mieux trier les ordures
het afval beter scheiden
63faire du compost dans le jardin
compost in de tuin maken
67apporter les restes de peinture à la déchetterie
verfresten naar het inzamelpunt (stortplaats) brengen
68acheter des produits bio
bioproducten kopen
69modifier nos habitudes
onze gewoontes veranderen
70un conteneur
een container, een bak
71un point de collecte
een verzamelpunt
72un emballage en verre
een glazen verpakking
74un bocal
een kom, een grote pot
77du verre cassé
gebroken glas
78jeter
gooien, weggooien
80multifunctionnel
multifunctioneel
81à usage multiple
multifunctioneel
82une sorte de canif
een soort zakmes
83à la fois
tegelijk(ertijd)
85un tournevis
een schroevendraaier
86un tire-bouchon
een kurkentrekker
88un décapsuleur
een flesopener
90déboucher une bouteille
een fles ontkurken
91décapsuler une bouteille
een fles openen
92visser une vis
een schroef vastdraaien
93couper du papier
papier knippen
94scier une latte
een lat doorzagen
95couper une pomme
een appel snijden