frans 14

95 flashcardsby juliana
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
l’agriculture
de landbouw
2
le réchauffement
het opwarmen
3
l’énergie combustible
de energie uit fossiele brandstoffen
4
la pollution de l’air
de luchtverontreiniging
5
respiratoire
ademhalings-
6
la circulation
het verkeer
7
la loi
de wet
8
le dispositif de surveillance
de bewakingsinstallatie
9
la période estivale
de zomer(vakantie)periode
10
se répandre
zich verspreiden
11
le dioxyde d’azote
stikstofdioxide
12
le véhicule
het voertuig
13
poulluer
verontreinigen
14
la peinture
de verf
15
valoriser
een waarde toekennen aan
16
le légume
de groente
17
en plein travail
volop aan het werk
18
le goût
de smaak
19
la fertilisation
de besmeting
20
entretenir
onderhouden
21
nourrir
voeden
22
le maraîchage
de groenteteelt
23
d’ailleurs
trouwens
24
un pied de basilic
een basilicumplantje
25
une forte odeur
een sterke geur
26
éloigner
weghouden
27
sucré
zoet
28
se conserver
houdbaar zijn
29
arroser
begieten, water geven
30
détruire
vernietigen
31
la graine
het zaad
32
l’agriculture
de landbouw
33
l’agriculture
de landbouw
34
l’agriculture
de landbouw
35
la prévention
het voorkomen
36
la suppresion
het weghalen
37
l’herbe
het gras
38
cultiver
telen
39
la conservation
de conservering
40
la richesse
de rijkdom
41
prévenir
voorkomen
42
supprimer
weghalen
43
ja vais faire la cuisine
ik ga zo koken
44
on va inviter nos voisins
we gaan onze buren uitnodigen
45
ils vont regarder la télé
ze gaan televisie kijken
46
tu vas partir en voyage?
ga je op reis?
47
prendre une douche au lieu d’un bain
een douche nemen in plaats van een bad
48
ne pas prendre de douche trop longtemps
niet te lang douchen
49
réparer les robinets qui coulent
lekkende kranen repareren
50
fermer les robinets en se brossant les dents
de kraan dichtdraaien bij het tandenpoetsen
51
laver le linge quand la machine est pleine
de was doen wanneer de wasmachine vol is
52
faire la vaisselle quand le lave-vaisselle est plein
de afwas doen wanneer de afwasmachine vol is
53
ne plus allumer inutilement les lampes
niet meer onnodig de lampen aandoen
54
eteindre certaines lampes
sommige lampen uitdoen
55
mettre des lampes économiques
spaarlampen plaatsen
56
baisser le chauffage quand personne n’est à la maison
de verwarming temperen wanneer er niemand thuis is
57
utiliser moins souvent la voiture
de auto minder vaak gebruiken
58
faire du vélo
fietsen
59
prendre les transports en commun
het openbaar vervoer nemen
60
ne plus jeter de saletés par terre
geen vul meer op de grond gooien
61
refuser les sacs en plastique
plastic zakken weigeren
62
mieux trier les ordures
het afval beter scheiden
63
faire du compost dans le jardin
compost in de tuin maken
64
atteindre
65
atteindre
66
atteindre
67
apporter les restes de peinture à la déchetterie
verfresten naar het inzamelpunt (stortplaats) brengen
68
acheter des produits bio
bioproducten kopen
69
modifier nos habitudes
onze gewoontes veranderen
70
un conteneur
een container, een bak
71
un point de collecte
een verzamelpunt
72
un emballage en verre
een glazen verpakking
73
une bouteille
een fles
74
un bocal
een kom, een grote pot
75
un pot
een pot
76
un objet
een voorwerp
77
du verre cassé
gebroken glas
78
jeter
gooien, weggooien
79
recycler
recylen
80
multifunctionnel
multifunctioneel
81
à usage multiple
multifunctioneel
82
une sorte de canif
een soort zakmes
83
à la fois
tegelijk(ertijd)
84
un couteau
een mes
85
un tournevis
een schroevendraaier
86
un tire-bouchon
een kurkentrekker
87
une scie
een zaag
88
un décapsuleur
een flesopener
89
des ciseaux
een schaar
90
déboucher une bouteille
een fles ontkurken
91
décapsuler une bouteille
een fles openen
92
visser une vis
een schroef vastdraaien
93
couper du papier
papier knippen
94
scier une latte
een lat doorzagen
95
couper une pomme
een appel snijden
Study all 95 cards for free